Getypte brief met uitgebreide handgeschreven kanttekeningen en instructies.
Origineel
Getypte brief met uitgebreide handgeschreven kanttekeningen en instructies. 6 februari 1940 (gebaseerd op handgeschreven datum onderaan). [Getypte tekst]
's nachts niet slapen . Als ik een paar uur slaap , moet ik me vervolgens
verschonen , omdat ik zoo ontzettend transpireer door kwade droomen en
nachtmerries . Het is werkelijk waar ik kan het onmogelijk verkroppen!
[Handgeschreven toevoeging:] Ik ben totaal moedeloos!
U deed al heel veel voor me , ik zal het nooit vergeten , ik ben U
dankbaar voor die hulp , dat meen ik , maar U bent er aan begonnen en
nu laat ik U niet meer los . U moet ons redden van de ondergang en hel-
pen !!! Hoe? ik weet het niet , ik weet het werkelijk niet , maar Uw
verstand en relaties rijken beslist verder dan de mijne en U zult er
wel wat op kunnen vinden !
Ik dank U nogmaals ook bij voorbaat en vertrouw dat U het mij niet
kwalijk zult nemen dat ik U steeds lastig val , het is werkelijk op de
laatste plaats voor mijzelf !
Inmiddels verblijf ik met beleefde groeten ,
Uw dw.
[Onduidelijke handtekening]
[Handgeschreven tekst rechtsonder]
Dir.
We kunnen dit epistel eens aan den heer Wuys laten
lezen. Hij wil wel daar gaarne mee belasten, als U 't
goed vindt. We bereiken er waarschijnlijk niets mee.
Daarna kunnen we 't eens met Weth. Kropman
proberen; die is 1e Kamerlid en bereikt misschien
wel iets. Wat dunkt U daarvan?
WP 6-2-'40
[Handgeschreven tekst linker marge]
Mr. Praag -
Waarom niet?
In dit geval moet geholpen
worden. De wisseling van
opperbevelhebber van het leger
brengt een soepele houding
t.o.v. zakenmensen, zoo heb
ik gelezen.
Ja, wilt U deze brief met
den Heer Wuys en met Weth. Kropman
bespreken.
W Lan [of vergelijkbaar] Dit document toont een scherp contrast tussen de rauwe, emotionele wanhoop van een individu en de nuchtere, bijna bureaucratische reactie van de machthebbers aan wie de brief gericht is.
De afzender beschrijft fysieke symptomen van extreme stress (nachtmerries, overmatig zweten) en smeekt om hulp om een dreigende "ondergang" te voorkomen. De aard van het probleem wordt niet expliciet genoemd, maar de context van de kanttekeningen suggereert dat het om zakelijke belangen gaat die verweven zijn met de militaire of politieke situatie van die tijd.
De ambtelijke reactie onderaan is pragmatisch. Men overweegt het "epistel" voor te leggen aan tussenpersonen (Wuys en Kropman). De opmerking in de linkermarge is bijzonder interessant: de schrijver daarvan ziet kansen omdat er een nieuwe opperbevelhebber is aangesteld, wat zou kunnen leiden tot een "soepele houding t.o.v. zakenmensen". Dit wijst erop dat de afzender waarschijnlijk een ondernemer is wiens belangen in de knel zijn gekomen door de oorlogsdreiging of mobilisatie. De brief is gedateerd op 6 februari 1940, midden in de zogenaamde "Schiermanswinter" of "Phoney War", slechts drie maanden voor de Duitse inval in Nederland. De spanning in het land was om te snijden door de algehele mobilisatie.
De specifieke historische verwijzing naar de "wisseling van opperbevelhebber" is cruciaal voor de datering en context: in de eerste week van februari 1940 werd generaal I.H. Reynders (die een stroeve relatie had met de regering) vervangen door generaal H.G. Winkelman. In de brief wordt gehoopt dat deze wisseling aan de top zou leiden tot een gunstiger klimaat voor het bedrijfsleven.
De genoemde "Weth. Kropman" verwijst hoogstwaarschijnlijk naar Louis Kropman, die destijds wethouder in Amsterdam was en tevens lid van de Eerste Kamer voor de RKSP. Dit bevestigt dat de brief circuleerde in invloedrijke politieke en bestuurlijke kringen. H.G. Winkelman I.H. Reynders Kropman (Wethouder)