Archief 745
Inventaris 745-307
Pagina 5
Dossier 2A
Jaar 1940
Stadsarchief

Afschrift van een zakelijke brief (vervolgblad).

Dossier: 182

Origineel

Afschrift van een zakelijke brief (vervolgblad). AFSCHRIFT.

NEDERLANDSCHE GROENTEN- EN FRUITCENTRALE.

Vervolgblad 1 op schrijven van 6 Juli 1940 aan N.V. Nederl. Veiling "Amsterdam"

speciaal, dat Uw aanvoer sterk schommelt, en dat de kweekers
uit De Streek, die bij U hun aardappelen aanvoeren, gelokt
door de prijzen den aanvoer dan weer stimuleeren en een
andere keer in de steek laten.

Natuurlijk is het onbillijk, als tuinders, die toevallig
bij U veilen, maar in De Streek wonen, een voordeel zouden
hebben van den aanvoer te Amsterdam wat betreft hun rooi-
mogelijkheid. Als in geheel Noord-Holland het rooien wordt
beperkt, omdat er eenmaal te veel aardappelen worden aange-
voerd, dan kan voor de aanvoerders van de Nederl. Veiling geen
vrijbrief worden verleend.

Ook deze regeling is niet landelijk, maar zuiver pro-
vinciaal. Wij verwijzen U naar onze circulaire No. 182, waarin
wij gezegd hebben, dat voor den aanvoer strekelijk regelingen
worden getroffen. Wij verzoeken U daarom zich met den Secre-
taris der Prov. Commissie uit de Veilingen in Noord-Holland
den Heer Klant, telefoon Alkmaar 4150, in verbinding te stel-
len en ook Uw kweekers de verplichtingen op te leggen, die
uit de provinciale regeling voortvloeien.

Wij vertrouwen, dat de kwestie van den minimumprijs
daarmede automatisch haar oplossing heeft gevonden.

Hoogachtend,

NEDERLANDSCHE GROENTEN- EN FRUITCENTRALE:
w.g. Dit document is het tweede blad van een brief waarin de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale de Amsterdamse veiling instrueert over de regulering van de aardappelaanvoer. De kern van de tekst draait om marktbeheersing: om prijsdalingen door overaanbod te voorkomen, worden er "rooibeperkingen" opgelegd.

Er is sprake van een spanningsveld tussen de kwekers uit "De Streek" (West-Friesland) en de centrale regelgeving. De Centrale stelt dat alle tuinders in Noord-Holland zich aan dezelfde provinciale regels moeten houden; individuele veilingen of regio's mogen geen uitzonderingspositie ("vrijbrief") innemen. De verwijzing naar de "minimumprijs" aan het eind geeft aan dat deze strenge regulering noodzakelijk wordt geacht om de marktwaarde van de aardappelen te beschermen. De datum van de brief, 6 juli 1940, is zeer relevant. Nederland was op dat moment net enkele weken bezet door nazi-Duitsland. Hoewel de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale al in de jaren '30 (tijdens de crisisjaren) was opgericht om de tuinbouwmarkt te reguleren, kreeg de organisatie onder de bezetting een nog dwingender karakter binnen de context van de distributie en de voedselvoorziening (het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening).

De brief toont de bureaucratische kant van de landbouwreglementering in oorlogstijd:
1. Centralisatie: Beslissingen worden genomen op provinciaal of landelijk niveau, niet meer door individuele veilingen.
2. Economische controle: Door het aanbod (het rooien) strikt te beheersen, probeerde men de voedselstroom en de prijzen in de hand te houden.
3. Regionale geografie: De vermelding van "De Streek" en de secretaris in Alkmaar (de heer Klant) illustreert de sterke positie van Noord-Holland als agrarisch kerngebied voor de bevoorrading van Amsterdam. N.V. Nederl Rijksbureau

Samenvatting

Dit document is het tweede blad van een brief waarin de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale de Amsterdamse veiling instrueert over de regulering van de aardappelaanvoer. De kern van de tekst draait om marktbeheersing: om prijsdalingen door overaanbod te voorkomen, worden er "rooibeperkingen" opgelegd.

Er is sprake van een spanningsveld tussen de kwekers uit "De Streek" (West-Friesland) en de centrale regelgeving. De Centrale stelt dat alle tuinders in Noord-Holland zich aan dezelfde provinciale regels moeten houden; individuele veilingen of regio's mogen geen uitzonderingspositie ("vrijbrief") innemen. De verwijzing naar de "minimumprijs" aan het eind geeft aan dat deze strenge regulering noodzakelijk wordt geacht om de marktwaarde van de aardappelen te beschermen.

Historische Context

De datum van de brief, 6 juli 1940, is zeer relevant. Nederland was op dat moment net enkele weken bezet door nazi-Duitsland. Hoewel de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale al in de jaren '30 (tijdens de crisisjaren) was opgericht om de tuinbouwmarkt te reguleren, kreeg de organisatie onder de bezetting een nog dwingender karakter binnen de context van de distributie en de voedselvoorziening (het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening).

De brief toont de bureaucratische kant van de landbouwreglementering in oorlogstijd:
1. Centralisatie: Beslissingen worden genomen op provinciaal of landelijk niveau, niet meer door individuele veilingen.
2. Economische controle: Door het aanbod (het rooien) strikt te beheersen, probeerde men de voedselstroom en de prijzen in de hand te houden.
3. Regionale geografie: De vermelding van "De Streek" en de secretaris in Alkmaar (de heer Klant) illustreert de sterke positie van Noord-Holland als agrarisch kerngebied voor de bevoorrading van Amsterdam.

Genoemde Personen 1

N.V. Nederl

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Huishoudelijk: Pan Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Zuivel & Eieren: Eieren Zuivel & Eieren: Room Zuivel & Eieren: Zuivel

Thema's

Duitsland/Oosten Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Rijksbureau

Gerelateerde Documenten 6