Archief 745
Inventaris 745-307
Pagina 13
Dossier 2A
Jaar 1940
Stadsarchief

Getypte ambtelijke brief met handgeschreven kanttekeningen.

13 september 1940 (verzonden op 14 september 1940). Van: Vermoedelijk een hoge ambtenaar of directeur van een gemeentelijke dienst (gezien de adressering aan de Wethouder). Bovenaan staat de handgeschreven naam "M. Sixma".

Origineel

Getypte ambtelijke brief met handgeschreven kanttekeningen. 13 september 1940 (verzonden op 14 september 1940). Vermoedelijk een hoge ambtenaar of directeur van een gemeentelijke dienst (gezien de adressering aan de Wethouder). Bovenaan staat de handgeschreven naam "M. Sixma". M. Sixma [handgeschreven]

VP/HG.
Verzonden 14/9 [handgeschreven]

2A/7/1 M.
13 September 1940.

Maatregelen voor de
aardappelvoorziening.

den Heer Wethouder
VERTROUWELIJK.
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat op 11 dezer, op verzoek van de Nederlandsche Akkerbouw-Centrale, ten kantore van mijn dienst een bespreking heeft plaats gehad, waarbij tegenwoordig waren: de heeren Sevenster van de Nederlandsche Akkerbouw-Centrale, Schenk, Voedselcommissaris voor de provincie Noord-Holland, alsmede vertegenwoordigers van de aardappelgroothandelaren-vereenigingen in Amsterdam en Haarlem. Deze bespreking had ten doel den belanghebbenden mededeeling te doen van de maatregelen, welke met betrekking tot de aardappelvoorziening zullen worden genomen.

Hierbij staat voorop, dat distributie van aardappelen in de komende wintermaanden niet noodig zal zijn. Hoewel een sterke stijging van het aardappelverbruik wordt verwacht (de schatting dienaangaande loopt van 10 tot 50%) en van de beste kwaliteiten geringere voorraden aanwezig zijn dan de laatste jaren, is de totale aardappelvoorraad voldoende om in alle behoeften te voorzien, zij het, dat misschien enkele soorten in consumptie moeten worden gebracht (bij voorbeeld zand- en veenaardappelen), welke in het algemeen in de groote steden niet worden verbruikt.

De Akkerbouw-Centrale houdt voor de komende maanden rekening met bijzonder groote vervoersmoeilijkheden, terwijl zij bovendien de goed houdbare soorten zoo lang mogelijk zal reserveeren, teneinde eerst de soorten, die spoediger aan bederf onderhevig zijn, te doen verbruiken.

Alle aardappelvoorraden, die bij de boeren zijn, worden centraal beheerd, met medewerking van de Provinciale Voedselcommissarissen. Ingevoerd wordt een telersregistratie, met verbod voor de telers om hun product vrij af te leveren. De Akkerbouw-Centrale beslist, welke aardappelen in Amsterdam in een bepaalde periode mogen worden geconsumeerd; voorts wordt een organisatie voor den afzet tot stand gebracht. Het document is een verslag van een belangrijke beleidswijziging in de vroege fase van de Tweede Wereldoorlog. De kernpunten zijn:
1. Centralisatie: De regie over de voedselvoorziening verschuift van de vrije markt naar centrale organen zoals de Nederlandsche Akkerbouw-Centrale.
2. Beheersing van de keten: Er wordt een verbod ingesteld voor boeren om vrij te leveren; alles moet via registratie en centrale toewijzing verlopen.
3. Logistieke zorgen: Er wordt expliciet gewaarschuwd voor vervoersmoeilijkheden, wat typerend was voor de bezettingstijd door vordering van voertuigen en brandstoftekorten.
4. Psychologische geruststelling: Men probeert de wethouder (en daarmee de burger) gerust te stellen dat "distributie" (rationering via bonnen) voor aardappelen vooralsnog niet nodig is, ondanks een verwachte enorme stijging in de consumptie (omdat andere voedingsmiddelen wellicht al schaars werden). Dit schrijven dateert van september 1940, slechts vier maanden na de Nederlandse capitulatie. De Duitse bezetter begon in deze periode de Nederlandse economie en voedselvoorziening strak te organiseren (Gleichschaltung), deels om de eigen bevolking te voeden en deels om sociale onrust in de bezette gebieden te voorkomen.

Aardappelen waren het volksvoedsel bij uitstek. Dat de overheid de controle over de voorraden bij de boeren overnam, was een ingrijpende maatregel die vooruitliep op de latere schaarste. Hoewel men hier nog beweert dat bonnen niet nodig zijn, zou de aardappelvoorziening gedurende de rest van de oorlog een kritiek en vaak problematisch punt blijven, uitmondend in de enorme tekorten tijdens de Hongerwinter van 1944-1945. De genoemde "zand- en veenaardappelen" werden normaal als veevoer of voor de industrie gebruikt, maar moesten nu dienen voor menselijke consumptie in de steden.

Samenvatting

Het document is een verslag van een belangrijke beleidswijziging in de vroege fase van de Tweede Wereldoorlog. De kernpunten zijn:
1. Centralisatie: De regie over de voedselvoorziening verschuift van de vrije markt naar centrale organen zoals de Nederlandsche Akkerbouw-Centrale.
2. Beheersing van de keten: Er wordt een verbod ingesteld voor boeren om vrij te leveren; alles moet via registratie en centrale toewijzing verlopen.
3. Logistieke zorgen: Er wordt expliciet gewaarschuwd voor vervoersmoeilijkheden, wat typerend was voor de bezettingstijd door vordering van voertuigen en brandstoftekorten.
4. Psychologische geruststelling: Men probeert de wethouder (en daarmee de burger) gerust te stellen dat "distributie" (rationering via bonnen) voor aardappelen vooralsnog niet nodig is, ondanks een verwachte enorme stijging in de consumptie (omdat andere voedingsmiddelen wellicht al schaars werden).

Historische Context

Dit schrijven dateert van september 1940, slechts vier maanden na de Nederlandse capitulatie. De Duitse bezetter begon in deze periode de Nederlandse economie en voedselvoorziening strak te organiseren (Gleichschaltung), deels om de eigen bevolking te voeden en deels om sociale onrust in de bezette gebieden te voorkomen.

Aardappelen waren het volksvoedsel bij uitstek. Dat de overheid de controle over de voorraden bij de boeren overnam, was een ingrijpende maatregel die vooruitliep op de latere schaarste. Hoewel men hier nog beweert dat bonnen niet nodig zijn, zou de aardappelvoorziening gedurende de rest van de oorlog een kritiek en vaak problematisch punt blijven, uitmondend in de enorme tekorten tijdens de Hongerwinter van 1944-1945. De genoemde "zand- en veenaardappelen" werden normaal als veevoer of voor de industrie gebruikt, maar moesten nu dienen voor menselijke consumptie in de steden.

Gerelateerde Documenten 6