Archief 745
Inventaris 745-307
Pagina 109
Dossier 105
Jaar 1940
Stadsarchief

Zakelijke correspondentie (brief)

19 februari 1940 Van: Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale, afdeling Erkenningen Aan: Den Heer Directeur van het Marktwezen te Amsterdam

Origineel

Zakelijke correspondentie (brief) 19 februari 1940 Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale, afdeling Erkenningen Den Heer Directeur van het Marktwezen te Amsterdam NEDERLANDSCHE GROENTEN- EN FRUITCENTRALE

LAAN COPES VAN CATTENBURCH 62
TELEFOON INTERLOC. P P 1 - P P 2
LOCAAL 55 74 80*
BANKIER: DE TWENTSCHE BANK N.V.
's-GRAVENHAGE
POSTREKENING No. 22 43 14
AFDEELING: ERKENNINGEN ,
BERICHT OP SCHRIJVEN VAN:
DICT. de Sm TYP. BT

Nº 2B / 12 / 2 M. 1940 20/2

Den Heer Directeur van het Marktwezen
te
AMSTERDAM.

[Handgeschreven: fur / M. Brouwer]

's-GRAVENHAGE 19 Februari 1940

In antwoord op Uw schrijven d.d. 15 Februari betreffende Isaäc Senator, Plantage Badlaan 24 te Amsterdam deelen wij U mede, dat betrokkene die een aanvraag om toelating als aangeslotene E., groep Kleinhandelaren, bij onze Centrale heeft ingediend, in de vergadering van het Dagelijksch-Bestuur onzer Centrale d.d. 21 December 1939 is afgewezen op grond van het feit, dat betrokkene niet voldoende heeft aangetoond, dat hij de laatste 2 jaren voorafgaande aan den datum van aanvrage in den Kleinhandel van tuinbouwgewassen is werkzaam geweest.

Bij de Commissie van Beroep inzake Tuinbouwaangelegenheden is hij op 6 Februari j.l. eveneens afgewezen.

Nu staat er nog beroep voor hem open bij Zijne Excellentie den Minister van Economische Zaken.

Wij hebben Senator daarop bij afzonderlijk schrijven van 17 Februari j.l. nogmaals gewezen.

Vertrouwende U voldoende te hebben ingelicht.

NEDERLANDSCHE GROENTEN- EN FRUITCENTRALE :

[Handtekening / Paraaf]

17274 - '39
[Rechtsonder handgeschreven: 2B] Deze brief vormt een formeel bericht van de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale (NGFC) aan de directeur van het Amsterdamse Marktwezen. De kern van de zaak is de afwijzing van de aanvraag van Isaäc Senator om officieel erkend te worden als kleinhandelaar in tuinbouwgewassen (categorie E).

De afwijzing is gebaseerd op een strikte bureaucratische eis: de aanvrager kon niet aantonen dat hij de afgelopen twee jaar werkzaam was in deze branche. De brief schetst de procedurele weg die reeds is bewandeld:
1. 21 december 1939: Eerste afwijzing door het Dagelijksch Bestuur van de Centrale.
2. 6 februari 1940: Afwijzing van het beroep door de Commissie van Beroep inzake Tuinbouwaangelegenheden.
3. 17 februari 1940: De aanvrager is geïnformeerd over de mogelijkheid tot een laatste beroep bij de Minister van Economische Zaken. De datum (19 februari 1940) plaatst dit document in de maanden vlak voor de Duitse inval in Nederland. De Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale was een zogenaamde publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie (PBO), opgericht in de jaren '30 om de chaotische markt tijdens de economische crisis te reguleren via vergunningenstelsels ("ordeningspolitiek").

De naam van de betrokkene, Isaäc Senator, en zijn adres in de Plantage Badlaan (een buurt met een grote Joodse populatie in Amsterdam), zijn historisch significant. In de aanloop naar de bezetting en tijdens de eerste oorlogsjaren werden Joodse ondernemers steeds vaker geconfronteerd met bureaucratische uitsluiting. Hoewel de afwijzing hier formeel wordt onderbouwd met het ontbreken van relevante werkervaring, is de documentatie van dergelijke weigeringen cruciaal voor onderzoek naar de economische positie van Joodse burgers aan de vooravond van de Sjoa.

Samenvatting

Deze brief vormt een formeel bericht van de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale (NGFC) aan de directeur van het Amsterdamse Marktwezen. De kern van de zaak is de afwijzing van de aanvraag van Isaäc Senator om officieel erkend te worden als kleinhandelaar in tuinbouwgewassen (categorie E).

De afwijzing is gebaseerd op een strikte bureaucratische eis: de aanvrager kon niet aantonen dat hij de afgelopen twee jaar werkzaam was in deze branche. De brief schetst de procedurele weg die reeds is bewandeld:
1. 21 december 1939: Eerste afwijzing door het Dagelijksch Bestuur van de Centrale.
2. 6 februari 1940: Afwijzing van het beroep door de Commissie van Beroep inzake Tuinbouwaangelegenheden.
3. 17 februari 1940: De aanvrager is geïnformeerd over de mogelijkheid tot een laatste beroep bij de Minister van Economische Zaken.

Historische Context

De datum (19 februari 1940) plaatst dit document in de maanden vlak voor de Duitse inval in Nederland. De Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale was een zogenaamde publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie (PBO), opgericht in de jaren '30 om de chaotische markt tijdens de economische crisis te reguleren via vergunningenstelsels ("ordeningspolitiek").

De naam van de betrokkene, Isaäc Senator, en zijn adres in de Plantage Badlaan (een buurt met een grote Joodse populatie in Amsterdam), zijn historisch significant. In de aanloop naar de bezetting en tijdens de eerste oorlogsjaren werden Joodse ondernemers steeds vaker geconfronteerd met bureaucratische uitsluiting. Hoewel de afwijzing hier formeel wordt onderbouwd met het ontbreken van relevante werkervaring, is de documentatie van dergelijke weigeringen cruciaal voor onderzoek naar de economische positie van Joodse burgers aan de vooravond van de Sjoa.

Gerelateerde Documenten 6