Archief 745
Inventaris 745-307
Pagina 166
Dossier 2A
Jaar 1940
Stadsarchief

Ambtsbrief/Adviesnota.

20 november 1940. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Marktwezen of een gelieerde gemeentelijke dienst in Amsterdam). Aan: Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (Amsterdam).

Origineel

Ambtsbrief/Adviesnota. 20 november 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Marktwezen of een gelieerde gemeentelijke dienst in Amsterdam). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (Amsterdam). extra

VP/HG.

2B/31/3 M.
1
20 November 1940.

Aanvraag ventvergunning ten
name van S. Brasen.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

Met Uw kantbrief d.d. 4 September jl. zond U mij ter verdere behandeling (onder No. 835 L.M.1940) een verzoek van S. Brasen, Blasiusstraat 99 I, hetwelk betrekking scheen te hebben op een aanvrage om een erkenning als kleinhandelaar in gewassen van den tuinbouw, welke erkenning door de Nederlandsche Groente- en Fruitcentrale wordt verleend. Bij de behandeling van dit verzoek, dat inmiddels door de voornoemde Centrale is ingewilligd, bleek, dat adressant beoogt om eveneens te verzoeken om een ventvergunning voor aardappelen, groenten en fruit. Naar aanleiding van dit laatste verzoek werd dezerzijds een onderzoek ingesteld, waarbij is gebleken, dat adressant gedurende ± 28 jaar werkzaam is geweest als bootwerker. Tusschentijds was hij soms wel werkzaam in den handel, terwijl hij in 1932 gedurende ± 8 maanden een zaak in groenten en fruit had. Omstreeks September 1933 heeft hij niet van het venten hier ter stede zijn beroep gemaakt, terwijl hij ook zijn aanvrage niet tijdig, dat wil zeggen vóór 1 Januari 1935 heeft gedaan.

Onder terugzending van het in den aanhef genoemde stuk heb ik de eer U beleefd in overweging te geven het verzoek van adressant om een ventvergunning van de hand te wijzen.

De Directeur, Dit document is een ambtelijk advies aan de Amsterdamse wethouder voor Levensmiddelen betreffende een vergunningsaanvraag. De heer S. Brasen, woonachtig aan de Blasiusstraat 99 I (Amsterdam-Oost), had een verzoek ingediend om als kleinhandelaar in groenten en fruit te mogen werken. Hoewel hij hiervoor de benodigde erkenning van de landelijke 'Nederlandsche Groente- en Fruitcentrale' had verkregen, wenste hij ook een specifieke ventvergunning (toestemming om op straat langs de deuren te verkopen).

De directeur adviseert echter om dit verzoek af te wijzen. De redenen hiervoor zijn:
1. Gebrek aan vakervaring: Brasen was het grootste deel van zijn werkzame leven (ca. 28 jaar) werkzaam als bootwerker en slechts kortstondig als winkelier (8 maanden in 1932).
2. Geen gevestigd beroep: Hij was in september 1933 niet officieel werkzaam als venter in de stad.
3. Termijnoverschrijding: Hij had zijn aanvraag niet vóór de gestelde deadline van 1 januari 1935 ingediend. Het document dateert van november 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode werd de distributie van voedsel en de regulering van de handel steeds strikter. De "Nederlandsche Groente- en Fruitcentrale" was een door de overheid ingesteld orgaan om de handel in tuinbouwproducten te beheersen.

De afwijzing op basis van de datum 1 januari 1935 verwijst naar de Ventverordening van de gemeente Amsterdam. In de jaren '30 probeerde de gemeente het aantal straatventers te beperken ('contingenteren') om overlast tegen te gaan en de bestaande middenstand te beschermen tegen wat men zag als "onvakkundige" concurrentie in crisistijd. Alleen zij die konden aantonen dat het venten hun hoofdbestaan was vóór die datum, maakten aanspraak op een vaste vergunning. Dit beleid werd tijdens de eerste oorlogsjaren strikt gecontinueerd.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijk advies aan de Amsterdamse wethouder voor Levensmiddelen betreffende een vergunningsaanvraag. De heer S. Brasen, woonachtig aan de Blasiusstraat 99 I (Amsterdam-Oost), had een verzoek ingediend om als kleinhandelaar in groenten en fruit te mogen werken. Hoewel hij hiervoor de benodigde erkenning van de landelijke 'Nederlandsche Groente- en Fruitcentrale' had verkregen, wenste hij ook een specifieke ventvergunning (toestemming om op straat langs de deuren te verkopen).

De directeur adviseert echter om dit verzoek af te wijzen. De redenen hiervoor zijn:
1. Gebrek aan vakervaring: Brasen was het grootste deel van zijn werkzame leven (ca. 28 jaar) werkzaam als bootwerker en slechts kortstondig als winkelier (8 maanden in 1932).
2. Geen gevestigd beroep: Hij was in september 1933 niet officieel werkzaam als venter in de stad.
3. Termijnoverschrijding: Hij had zijn aanvraag niet vóór de gestelde deadline van 1 januari 1935 ingediend.

Historische Context

Het document dateert van november 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode werd de distributie van voedsel en de regulering van de handel steeds strikter. De "Nederlandsche Groente- en Fruitcentrale" was een door de overheid ingesteld orgaan om de handel in tuinbouwproducten te beheersen.

De afwijzing op basis van de datum 1 januari 1935 verwijst naar de Ventverordening van de gemeente Amsterdam. In de jaren '30 probeerde de gemeente het aantal straatventers te beperken ('contingenteren') om overlast tegen te gaan en de bestaande middenstand te beschermen tegen wat men zag als "onvakkundige" concurrentie in crisistijd. Alleen zij die konden aantonen dat het venten hun hoofdbestaan was vóór die datum, maakten aanspraak op een vaste vergunning. Dit beleid werd tijdens de eerste oorlogsjaren strikt gecontinueerd.

Gerelateerde Documenten 6