Archief 745
Inventaris 745-307
Pagina 223
Dossier 2C
Jaar 1940
Stadsarchief

Getypt ambtelijk rapport met handgeschreven kanttekeningen en stempels.

22 juli 1940. Van: Een controleur van het Marktwezen Amsterdam (waarschijnlijk J. Ellerman). Aan: Den Heer Bedrijfschef van het Marktwezen.

Origineel

Getypt ambtelijk rapport met handgeschreven kanttekeningen en stempels. 22 juli 1940. Een controleur van het Marktwezen Amsterdam (waarschijnlijk J. Ellerman). Den Heer Bedrijfschef van het Marktwezen. No 2/b/65/1 M. 1940 20/7
R A P P O R T

A.Bromet, oud 68 jaar en wonende Wagenaarstraat 48 alhier, verzoekt om een erkenning als kleinhandelaar in gronten en fruit. Bromet verklaart reeds 45 jaar in de betrokken handel werkzaam te zijn. Chef-Marktopzichter Joghems verklaarde Bromet reeds jaren te kennen als kleinhandelaar in fruit. Bromet is vaste standplaatshouder op de dagmarkt aan de Dapperstraat voor de verkoop van bananen. Van September 1934 tot Januari 1940 is hij in het bezit geweest van een ventvergunning onder serie 4 No 101, waarbij hij gerechtigd was te venten met fruit. Wegens ouderdom van Bromet is geen vergunning meer aan hem uitgereikt. Bromet heeft in 1937 toegang gehad tot de Centr: Markt als kooper. Ook thans heeft hij alszoodanig weer toegang. Voor zoover door mij kan worden beoordeeld heeft Bromet de vragen van zijn invulformulier naar waarheid beantwoord.

Den Heer Bedrijfschef
v/h Marktwezen.

Amsterdam 22 Juli 1940
Controleur,

[Handtekening: J. Ellerman]

[Handgeschreven toevoegingen onderaan:]
doorgezonden 25/7 '40
Verklaring stempelen en doorzenden naar afd. [onleesbaar]
all. 25-7-'40 wp. WS Het document is een officieel rapport van de Amsterdamse inspectie van het Marktwezen. Het betreft een onderzoek naar de achtergrond en geloofwaardigheid van Abraham Bromet, een 68-jarige koopman die erkenning vraagt voor zijn handel in groenten en fruit. De controleur bevestigt dat Bromet een ervaren handelaar is (45 jaar in het vak) met een vaste plek op de Dappermarkt en eerdere ervaring als venter. Opvallend is de vermelding dat hij zijn ventvergunning verloor vanwege zijn "ouderdom". De controleur geeft een positief advies over de juistheid van de door Bromet ingevulde gegevens. Dit rapport is opgesteld in juli 1940, slechts twee maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel het op het eerste gezicht een routineuze administratieve handeling lijkt, is de timing cruciaal. Abraham Bromet was een Joodse koopman (een veelvoorkomende naam en beroep in de Amsterdamse Joodse buurt rond de Wagenaarstraat).

In deze periode begonnen de Duitse autoriteiten met de registratie en inventarisatie van Joodse burgers en hun economische activiteiten. Dit document vormt een tastbaar bewijs van hoe de bureaucratie, in dit geval het Amsterdamse Marktwezen, doorging met haar werkzaamheden terwijl de eerste stappen van de uitsluiting van Joden uit het economische leven (de 'Arisering') in gang werden gezet. De erkenning als kleinhandelaar was essentieel voor zijn levensonderhoud, juist in een tijd waarin de bewegingsvrijheid en rechten van Joodse burgers steeds verder werden ingeperkt.

Samenvatting

Het document is een officieel rapport van de Amsterdamse inspectie van het Marktwezen. Het betreft een onderzoek naar de achtergrond en geloofwaardigheid van Abraham Bromet, een 68-jarige koopman die erkenning vraagt voor zijn handel in groenten en fruit. De controleur bevestigt dat Bromet een ervaren handelaar is (45 jaar in het vak) met een vaste plek op de Dappermarkt en eerdere ervaring als venter. Opvallend is de vermelding dat hij zijn ventvergunning verloor vanwege zijn "ouderdom". De controleur geeft een positief advies over de juistheid van de door Bromet ingevulde gegevens.

Historische Context

Dit rapport is opgesteld in juli 1940, slechts twee maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel het op het eerste gezicht een routineuze administratieve handeling lijkt, is de timing cruciaal. Abraham Bromet was een Joodse koopman (een veelvoorkomende naam en beroep in de Amsterdamse Joodse buurt rond de Wagenaarstraat).

In deze periode begonnen de Duitse autoriteiten met de registratie en inventarisatie van Joodse burgers en hun economische activiteiten. Dit document vormt een tastbaar bewijs van hoe de bureaucratie, in dit geval het Amsterdamse Marktwezen, doorging met haar werkzaamheden terwijl de eerste stappen van de uitsluiting van Joden uit het economische leven (de 'Arisering') in gang werden gezet. De erkenning als kleinhandelaar was essentieel voor zijn levensonderhoud, juist in een tijd waarin de bewegingsvrijheid en rechten van Joodse burgers steeds verder werden ingeperkt.

Locaties

Amsterdam (betreft Wagenaarstraat en Dapperstraat).

Ambtenaren

Bedrijfschef

Gerelateerde Documenten 6