Archief 745
Inventaris 745-307
Pagina 254
Dossier 2C
Jaar 1940
Stadsarchief

Getypt ambtelijk rapport met handgeschreven kanttekeningen en besluitvorming.

3 augustus 1940. Van: Een controleur van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam.

Origineel

Getypt ambtelijk rapport met handgeschreven kanttekeningen en besluitvorming. 3 augustus 1940. Een controleur van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam. [Stempel:] Nº 23/06/M. 1940 3/8

R A P P O R T

A. Dotsch, oud 52 jaar en wonende Krugerstraat 36 alhier, verzoekt om een erkenning als kleinhandelaar in groenten en fruit. Dotsch verklaart voor de inwerkingtreding der Vent-verordening ongeveer dertig jaar kleinhandel te hebben gedreven met visch of fruit. Sedert de inwerkingtreding van genoemde Verordening uitsluitend met visch. Verschillende ook thans nog op de Centr: Markt gevestigde grossiers verklaarde, dat Dotsch voorheen met hen zaken had gedaan. Grossier B. Moffie, die ik in gezelschap van Dotsch bezocht, verklaarde reeds voor 25 jaar terug fruit te hebben verkocht aan Dotsch. Dotsch is sedert sedert September 1934 in het bezit van een ventvergunning onder serie 6 No 59, waarbij hij gerechtigd is te venten met visch. Daar den aanvoer van visch echter te gering, mede als gevolg van den internationalen toestand, wil Dotsch thans weer met fruit gaan venten. Voor zoover door mij kan worden beoordeeld heeft Dotsch de vragen van zijn invulformulier naar waarheid beantwoord.

Den Heer Bedrijfschef Amsterdam 3 Augustus 1940
v/h Marktwezen. Controleur,

[Handtekening/Paraaf, mogelijk:] Fellman

[Handgeschreven in rode inkt, links:]
U. Steenbeek
ter herinnering
[Paraaf]

[Handgeschreven in blauwe inkt, rechtsonder:]
Tijdelijke erkenning voor den tijd van 4 maanden
6/8 40 wp. [Paraaf] * Inhoud: Het rapport betreft de aanvraag van Abraham Dotsch, een 52-jarige straatverkoper, om zijn huidige vergunning voor de verkoop van vis uit te breiden of te wijzigen naar groenten en fruit. De reden hiervoor is de schaarste aan vis als gevolg van de "internationalen toestand" (de Tweede Wereldoorlog). De controleur heeft de achtergrond van Dotsch gecontroleerd bij grossiers op de Centrale Markt (zoals de heer B. Moffie), die bevestigen dat hij al decennia in de branche werkzaam is.
* Taalgebruik: Formeel ambtelijk Nederlands. Opvallend is de typefout ("sedert sedert") en de handgeschreven correctie boven het woord "aanvoer".
* Besluitvorming: Onderaan is handgeschreven (gedateerd 6 augustus 1940) te zien dat het verzoek is ingewilligd, maar met een beperking: het betreft een tijdelijke erkenning voor de duur van slechts vier maanden.
* Personen:
* A. Dotsch: De aanvrager.
* B. Moffie: Een grossier die als referent optreedt.
* Steenbeek: Vermoedelijk een leidinggevende bij het Marktwezen. Dit document dateert van drie maanden na de Duitse inval in Nederland. De "internationalen toestand" waarnaar verwezen wordt, is de oorlogssituatie die de visserij op de Noordzee nagenoeg onmogelijk maakte, waardoor de visaanvoer in Amsterdam stokte.

De context van dit document is echter ook tragisch in het licht van de Jodenvervolging. De namen Abraham Dotsch en B. (Barend) Moffie, gecombineerd met het adres Krugerstraat 36 (gelegen in de Transvaalbuurt, een buurt met in 1940 veel Joodse inwoners), duiden erop dat het hier om Joodse Amsterdammers gaat. Uit archieven (zoals het Joods Monument) blijkt dat Abraham Dotsch (geboren 1888) inderdaad op dit adres woonde en in 1943 in Sobibor is vermoord. Dit rapport toont de bureaucratische realiteit waarin Joodse kleine ondernemers in het begin van de bezetting probeerden hun nering voort te zetten, nog voordat de grootschalige uitsluiting en deportaties hun dagelijks leven volledig onmogelijk maakten. De tijdelijkheid van de vergunning (4 maanden) kan wijzen op de algemene onzekerheid van die tijd. * A. Dotsch: De aanvrager.

Samenvatting

  • Inhoud: Het rapport betreft de aanvraag van Abraham Dotsch, een 52-jarige straatverkoper, om zijn huidige vergunning voor de verkoop van vis uit te breiden of te wijzigen naar groenten en fruit. De reden hiervoor is de schaarste aan vis als gevolg van de "internationalen toestand" (de Tweede Wereldoorlog). De controleur heeft de achtergrond van Dotsch gecontroleerd bij grossiers op de Centrale Markt (zoals de heer B. Moffie), die bevestigen dat hij al decennia in de branche werkzaam is.
  • Taalgebruik: Formeel ambtelijk Nederlands. Opvallend is de typefout ("sedert sedert") en de handgeschreven correctie boven het woord "aanvoer".
  • Besluitvorming: Onderaan is handgeschreven (gedateerd 6 augustus 1940) te zien dat het verzoek is ingewilligd, maar met een beperking: het betreft een tijdelijke erkenning voor de duur van slechts vier maanden.
  • Personen:
    • A. Dotsch: De aanvrager.
    • B. Moffie: Een grossier die als referent optreedt.
    • Steenbeek: Vermoedelijk een leidinggevende bij het Marktwezen.

Historische Context

Dit document dateert van drie maanden na de Duitse inval in Nederland. De "internationalen toestand" waarnaar verwezen wordt, is de oorlogssituatie die de visserij op de Noordzee nagenoeg onmogelijk maakte, waardoor de visaanvoer in Amsterdam stokte.

De context van dit document is echter ook tragisch in het licht van de Jodenvervolging. De namen Abraham Dotsch en B. (Barend) Moffie, gecombineerd met het adres Krugerstraat 36 (gelegen in de Transvaalbuurt, een buurt met in 1940 veel Joodse inwoners), duiden erop dat het hier om Joodse Amsterdammers gaat. Uit archieven (zoals het Joods Monument) blijkt dat Abraham Dotsch (geboren 1888) inderdaad op dit adres woonde en in 1943 in Sobibor is vermoord. Dit rapport toont de bureaucratische realiteit waarin Joodse kleine ondernemers in het begin van de bezetting probeerden hun nering voort te zetten, nog voordat de grootschalige uitsluiting en deportaties hun dagelijks leven volledig onmogelijk maakten. De tijdelijkheid van de vergunning (4 maanden) kan wijzen op de algemene onzekerheid van die tijd.

Genoemde Personen 1

* **A. Dotsch:** De aanvrager.

Locaties

Amsterdam.

Ambtenaren

Bedrijfschef

Gerelateerde Documenten 6