Officieel rapport van de gemeente Amsterdam.
Origineel
Officieel rapport van de gemeente Amsterdam. 28 augustus 1940 (met afhandeling op 29 augustus 1940). R A P P O R T $N^o \text{ } 2B / 105 / M. 1940 \frac{28}{8}$
W.Meijer oud 34 jaar en wonende Hudsonstraat 127 alhier, verzoekt om een
erkenning als kleinhandelaar in groenten en fruit.Meijer heeft in October
1938 reeds een aanvrage ingediend doch is hiervoor toen blijkbaar afge-
wezen.Blijkens het rapport van den Marktopzichter Buenting, betreffende
de aanvrage van 1938, zou Meijer van 1920 tot 1934 met groenten en fruit
hebben gehandeld. Daarna tot heden uitsluitend met visch. Hij is in het
bezit van een ventvergunning onder Serie 16 No 172 welke sedert den datum
van afgifte in 1934 Visch als artikel aangeeft. Daar den aanvoer van visch
,als gevolg van den internationalen toestand, te gering is wil hij thans
weer met fruit gaan venten. Voor zoover door mij kan worden beoordeeld
heeft Meijer de vragen van zijn invulformulier naar waarheid beantwoord.
Den Heer Bedrijfschef
v/h Marktwezen Amsterdam 28 Augustus 1940
Controleur,
[Handtekening links] [Handtekening rechts: J. Ketthorn(?)]
[Handgeschreven notitie in de rechterbenedenhoek:]
Tijdelijke erkenning voor
hoogstens 4 maanden.
29-8-'40
[onleesbare initialen]
Doorgezonden 29/8-'40 [onleesbare initialen] Het document is een ambtelijk rapport van de Amsterdamse dienst Marktwezen. De 34-jarige W. Meijer vraagt een vergunning aan om weer in groenten en fruit te mogen handelen. Uit zijn geschiedenis blijkt dat hij dit eerder deed (1920-1934), maar daarna overstapte op de handel in vis. Een eerdere aanvraag voor groenten/fruit in 1938 werd afgewezen.
De kern van de huidige aanvraag ligt in de veranderde omstandigheden: door de "internationalen toestand" (de Tweede Wereldoorlog) is de aanvoer van vis te gering geworden om een inkomen te genereren. De controleur adviseert positief. Uiteindelijk wordt er op 29 augustus 1940 besloten om een tijdelijke erkenning van maximaal vier maanden te verlenen. Dit document dateert van augustus 1940, slechts enkele maanden na de Duitse inval in Nederland (mei 1940). De "internationalen toestand" waar de tekst naar verwijst, is de oorlogssituatie die de visserij op de Noordzee nagenoeg onmogelijk maakte door zeemijnen, militaire zones en vorderingen van schepen.
Het document illustreert hoe kleine zelfstandigen in Amsterdam direct na het begin van de bezetting hun bedrijfsvoering moesten aanpassen aan de schaarste en de nieuwe economische realiteit. De bureaucratie van het Marktwezen bleef ondanks de bezetting in eerste instantie op de oude voet doorfunctioneren, waarbij nauwgezet werd gecontroleerd of aanvragers wel aan de regels voldeden. De Hudsonstraat, waar Meijer woonde, ligt in de Hoofdwegbuurt in Amsterdam-West.