Archief 745
Inventaris 745-307
Pagina 304
Dossier 105
Jaar 1940
Stadsarchief

Getypte brief (waarschijnlijk een doorslag of kopie).

11 september 1940. Van: Onbekend (ondertekend door "De Directeur", met kenmerk vP/HG). Aan: De Directie van de Nederlandsche Groente- en Fruitcentrale, Laan Copes van Cattenburch 62, 's-Gravenhage.

Origineel

Getypte brief (waarschijnlijk een doorslag of kopie). 11 september 1940. Onbekend (ondertekend door "De Directeur", met kenmerk vP/HG). De Directie van de Nederlandsche Groente- en Fruitcentrale, Laan Copes van Cattenburch 62, 's-Gravenhage. extra

vP/HG.

de Directie van de Nederlandsche
Groente- en Fruitcentrale,
Laan Copes van Cattenburch 62,
's-Gravenhage.

2B/111/2 M.         2                         11 September 1940.

In bijlage dezes heb ik de eer U een door Petrus Triest,
geboren 7 Mei 1891, ingediende aanvrage te doen toekomen inzake het
verkrijgen van een kleinhandelserkenning vanwege Uw Centrale; ik
voeg daarbij een op 6 dezer door den contrôleur Felthuis van mijn
dienst opgemaakt rapport, betreffende deze aanvrage. Ik moge het aan
Uw beter oordeel overlaten of Triest, op grond van de omstandigheid,
dat hij uien en augurken verkocht, voor een erkenning als vorenbe-
doeld in aanmerking behoort te komen.

De Directeur, * Inhoud: De brief dient als geleidebrief bij een formele aanvraag van Petrus Triest (geboren in 1891). Triest verzoekt om een "kleinhandelserkenning", een officiële vergunning om als detailhandelaar in groente en fruit te mogen opereren.
* Bewijsvoering: De afzender voegt een rapport toe van een controleur genaamd Felthuis, gedateerd op 6 september 1940. Het cruciale punt in de beoordeling lijkt te zijn of de verkoop van specifiek "uien en augurken" voldoende grondslag biedt voor de gevraagde erkenning.
* Toon en Stijl: De taal is ambtelijk en zeer formeel ("ik de eer U... te doen toekomen", "ik moge het aan Uw beter oordeel overlaten"). De afzender neemt zelf geen definitief standpunt in, maar schuift de eindbeslissing door naar de Directie van de Centrale. Dit document stamt uit de vroege periode van de Duitse bezetting van Nederland (september 1940). De Nederlandsche Groente- en Fruitcentrale (NGF) was een crisisorgaan dat in de jaren '30 was opgericht om de markt te reguleren, maar kreeg onder de bezetter een centrale rol in de distributie en rantsoenering van voedsel.

In deze periode werd het economische leven steeds strakker gereguleerd door middel van vergunningenstelsels. Zonder een officiële erkenning ("erkenning") mochten handelaren niet inkopen bij veilingen of legaal verkopen aan consumenten. De discussie over uien en augurken duidt op de bureaucratische stritheid waarbij precies werd vastgelegd welke producten een handelaar moest voeren om als legitieme groenteman te worden aangemerkt.

Samenvatting

  • Inhoud: De brief dient als geleidebrief bij een formele aanvraag van Petrus Triest (geboren in 1891). Triest verzoekt om een "kleinhandelserkenning", een officiële vergunning om als detailhandelaar in groente en fruit te mogen opereren.
  • Bewijsvoering: De afzender voegt een rapport toe van een controleur genaamd Felthuis, gedateerd op 6 september 1940. Het cruciale punt in de beoordeling lijkt te zijn of de verkoop van specifiek "uien en augurken" voldoende grondslag biedt voor de gevraagde erkenning.
  • Toon en Stijl: De taal is ambtelijk en zeer formeel ("ik de eer U... te doen toekomen", "ik moge het aan Uw beter oordeel overlaten"). De afzender neemt zelf geen definitief standpunt in, maar schuift de eindbeslissing door naar de Directie van de Centrale.

Historische Context

Dit document stamt uit de vroege periode van de Duitse bezetting van Nederland (september 1940). De Nederlandsche Groente- en Fruitcentrale (NGF) was een crisisorgaan dat in de jaren '30 was opgericht om de markt te reguleren, maar kreeg onder de bezetter een centrale rol in de distributie en rantsoenering van voedsel.

In deze periode werd het economische leven steeds strakker gereguleerd door middel van vergunningenstelsels. Zonder een officiële erkenning ("erkenning") mochten handelaren niet inkopen bij veilingen of legaal verkopen aan consumenten. De discussie over uien en augurken duidt op de bureaucratische stritheid waarbij precies werd vastgelegd welke producten een handelaar moest voeren om als legitieme groenteman te worden aangemerkt.

Gerelateerde Documenten 6