Getypte ambtelijke brief/memorandum.
Origineel
Getypte ambtelijke brief/memorandum. 26 september 1940. De Directeur (dienst onbekend, mogelijk Economische Zaken of Voedselvoorziening). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier. VP/HG.
5/54/1 M.
1
Zuurkool-prijzen.
26 September 1940.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Ingevolge een Uwerzijds verstrekte telephonische opdracht heb ik de eer U in bijlage dezes een overzicht te doen toekomen van de gemiddelde groothandelsprijzen, die op de Centrale Markt per vat van 150 kg. netto moesten worden betaald voor zuurkool in de jaren 1936 tot en met 1940. Uit dit overzicht blijkt, dat de tegenwoordige prijs van ƒ 22,- per vat, tegenover een prijs van ƒ 12,- in September 1939, zeer hoog is. Deze stijging wordt eenerzijds verklaard door de stijging van de prijzen der witte kool van ± ƒ 1,50 tot ƒ 3,- per 100 kg. en voorts doordien, tengevolge van weersomstandigheden, de kool thans zeer veel uitschot en afval bij de bewerking oplevert; tenslotte ook door buitenlandsche vraag, onder andere uit België.
De Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale past voor de bedrijfsvergunning, die zij aan de groentenzouters uitreikt, een heffing toe van ƒ 1,- per vat, evenals het vorige jaar (vide mijn rapport d.d. 23 Januari 1939 no. 5/6/2 M.). Er bestaat een prijsafspraak tusschen de Vereeniging van Groentenzouters en de Vereeniging van Groothandelaren in Zuurkool, welke afspraak gesanctionneerd is door de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale. De thans op de Centrale Markt geldende prijs van ƒ 22,- per vat is in overeenstemming met deze afspraak. De grossiers betalen aan de fabrikanten ƒ 19,- per vat, terwijl de winkeliers de zuurkool moeten verkoopen voor ten minste ƒ 0,09 per pond.
Dezerzijds kan uiteraard niet worden beoordeeld of de verschillende vastgestelde prijzen al dan niet redelijk zijn. Het feit, dat terzake controle wordt uitgeoefend door de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale geeft mij echter de overtuiging, dat hier van onredelijke prijzen geen sprake is.
De Directeur, * Kernboodschap: De brief reageert op een telefonisch verzoek van de Wethouder voor de Levensmiddelen over de sterk gestegen zuurkoolprijzen. De prijs is bijna verdubbeld van 12 naar 22 gulden per vat in één jaar tijd.
* Verklaring prijsstijging: De stijging wordt toegeschreven aan drie factoren:
1. Verdubbeling van de inkoopprijs van witte kool (grondstof).
2. Slechte weersomstandigheden die leiden tot veel afval/uitschot tijdens de verwerking.
3. Exportvraag vanuit België.
* Regulering: Er is sprake van een strakke regulering. De "Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale" houdt toezicht, heft vergunningsrechten en sanctioneert prijsafspraken tussen de verenigingen van producenten (zouters) en groothandelaren.
* Prijsopbouw: Fabrieksprijs (ƒ 19,-) -> Groothandelsprijs (ƒ 22,-) -> Consumentenprijs (minstens ƒ 0,09 per pond).
* Oordeel: De opsteller van de brief onthoudt zich van een eigen moreel of economisch oordeel, maar stelt dat de prijzen "redelijk" zijn simpelweg omdat ze door het officiële controle-orgaan zijn goedgekeurd. Dit document stamt uit september 1940, de eerste maanden van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de bezetter niet expliciet wordt genoemd, ademt het document de sfeer van de beginnende schaarste en de noodzaak tot centrale prijsbeheersing. De oprichting van instellingen zoals de "Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale" paste in de politiek van de 'gelijkschakeling' en de strikte ordening van de voedselvoorziening (het Rijksbureau-systeem). De genoemde export naar België is opmerkelijk in een tijd waarin de grenzen en handel binnen Europa onder druk stonden. Het document illustreert hoe de lokale overheid (de Wethouder) probeerde de vinger aan de pols te houden bij de stijgende kosten van basislevensmiddelen voor de bevolking.