Handgeschreven conceptbrief / adviesnota.
Origineel
Handgeschreven conceptbrief / adviesnota. 12 november 1940. [Linksboven in rood potlood/inkt:]
Concept 5/64/2
M/No
Prijzen van kaas en groente.
[Rechtsboven:]
A’dam, 12 November 1940
W.C.M.
[In de linkermarge, schuin geschreven:]
12/11/40
[paraf]
[In de linkermarge ter hoogte van de tweede alinea:]
Lage de verkoop bloemkool, Bangertstijl en De Streek,
[Hoofdtekst:]
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 1 dezer om advies ontvangen stuk no. 755 Coll 1940 heb ik de eer U te berichten, dat dit stuk mij ~~geen~~ aanleiding geeft tot de volgende opmerkingen in dit stuk aangegeven.
Na de daling in de verkoopprijzen van bloemkool in de periode van 29 Juli tot 6 Aug jl zijn die ~~prijzen~~ blijkbaar wederom gestegen; omstreeks midden Augustus bedroegen zij (als naar grootte en qualiteit): f 7,- tot f 15,- ;
eind Augustus: f 3,50 tot f 19,- ;
midden September: f 2,50 tot f 15,- .
(dit zijn uiterste prijzen die zowel de kleinste exemplaren en de slechtste qualiteit als de extra goede qualiteiten omvatte).
De marktprijzen te Amsterdam, die in de week van 29 Juli tot 3 Augustus voor Ie, IIe en IIIe qualiteit resp 22, 16 en 9 cent per stuk beliepen, waren van 5 tot 10 Augustus resp. 18, 12 en 9 cent en hebben zich tot midden Sept bewogen:
1e qualiteit van 16 - 20 cent
IIe qualiteit van 12 - 15 cent
IIIe qualiteit van 8 - 10 cent.
Hierdoor ontstaat een ander beeld van de winsten, die door den handel worden gemaakt dan in het in den aanhef bedoelde stuk wordt gegeven.
In onderstaand staatje geef ik nog een overzicht van markt- en winkelprijzen van bloemkool over de periode van 29 Aug. tot 2 Nov jl, waaruit van buitensporige winsten door den kleinhandel evenmin iets blijkt als dit uit het bovenstaande ten aanzien van den groothandel is gebleken. Het document betreft een ambtelijke reactie op een dossier over mogelijke prijsopdrijving in de groentenhandel tijdens de vroege oorlogsmaanden. De auteur (W.C.M.) ageert tegen eerdere conclusies dat er "buitensporige winsten" zouden worden gemaakt.
De tekst bevat specifieke data over de veilingprijzen (waarschijnlijk per 100 stuks, gezien de bedragen in guldens) en de marktprijzen in Amsterdam (per stuk in centen). Er wordt scherp onderscheid gemaakt tussen kwaliteitsklassen I, II en III. Door deze cijfers naast elkaar te leggen, probeert de opsteller aan te tonen dat de marges voor zowel de groot- als de kleinhandel binnen de normen bleven. Opvallend zijn de doorhalingen en toevoegingen ("in dit stuk aangegeven", "blijkbaar"), wat duidt op een zorgvuldig geformuleerd concept. Dit schrijven is opgesteld in november 1940, een half jaar na de Nederlandse capitulatie. In deze periode begon de Duitse bezetter, samen met het Nederlandse ambtenarenapparaat, de grip op de voedselvoorziening en prijsvorming te verstevigen om inflatie en zwarte handel tegen te gaan.
De genoemde regio's in de marge ("Bangertstijl" en "De Streek") verwijzen naar de historische tuinbouwgebieden in West-Friesland, die de belangrijkste leveranciers waren van bloemkool voor de Amsterdamse markt. Het document illustreert de bureaucratische controle op de economie: elk vermoeden van woekerwinsten werd onderzocht door de prijsbeheersingsorganen van de overheid.