Archief 745
Inventaris 745-309
Pagina 166
Dossier 55
Jaar 1940
Stadsarchief

Dienstbrief / Ambtelijke correspondentie.

19 maart 1940. Van: Het Hoofd van het Gemeentelijk Materialen Bureau.

Origineel

Dienstbrief / Ambtelijke correspondentie. 19 maart 1940. Het Hoofd van het Gemeentelijk Materialen Bureau. GEMEENTEBESTUUR VAN AMSTERDAM

[Logo: Gemeentewapen van Amsterdam geflankeerd door leeuwen]

GEMEENTELIJK MATERIALEN BUREAU

AMSTERDAM (C.), 19 Maart 1940.
SINT AGNIETENSTRAAT 4, TEL. 43130, TOESTELLEN 483, 568, 569.

AAN den heer Directeur van het Marktwezen Alhier.

[Handgeschreven aantekening rechtsboven: m Hr Sipma]

No. 7/6/1 M. 1940 20/3 [20/3 is handgeschreven]

Ik heb de eer U hierbij ter invulling te doen toekomen een stel formulieren in zake rubberbanden.

Met het Rijksbureau voor Rubber is overeengekomen, dat het Materialenbureau ingeschreven zal worden in het register van dat Bureau, waardoor de gemeentelijke Diensten en Bedrijven, welke niet als grootverbruiker kunnen worden aangemerkt, toch t.z.t. zullen kunnen profiteeren van de nieuwe regelingen voor grootverbruikers.

Het Hoofd van het Gemeentelijk Materialen Bureau

[Handtekening: Ed. de Muy (?)]

1000-11-'39 [Drukkerijcode linksonder] * Doel van de brief: Het informeren van de Dienst Marktwezen over een centrale regeling voor de inkoop van rubberbanden. Door het Gemeentelijk Materialen Bureau centraal te registreren bij het landelijke Rijksbureau, kunnen ook kleinere gemeentelijke onderdelen profiteren van de gunstiger voorwaarden die gelden voor 'grootverbruikers'.
* Taalgebruik: Formeel en ambtelijk ("Ik heb de eer U hierbij...", "in zake"). De spelling is conform de toen geldende regels (bijv. "profiteeren").
* Administratieve context: De brief bevat diverse kenmerken van een efficiënte bureaucratie: doorkiesnummers (toestellen), een duidelijke referentiestructuur en een voorgedrukt formuliernummer linksonder (1000 stuks gedrukt in november 1939).
* Handgeschreven elementen: De breuk "20/3" duidt waarschijnlijk op de datum van ontvangst of behandeling (20 maart). De aantekening rechtsboven is vermoedelijk een aanwijzing voor een specifieke ambtenaar binnen de Dienst Marktwezen. Deze brief is geschreven op 19 maart 1940, minder dan twee maanden voor de Duitse inval in Nederland. Hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was, was de economie al volledig in de ban van de oorlogsdreiging en de mobilisatie.

Het genoemde Rijksbureau voor Rubber was een van de vele rijksbureaus die door de overheid waren ingesteld (onder de Distributiewet van 1939) om de schaarste aan strategische grondstoffen te beheren. Rubber was essentieel voor transport en defensie, maar de aanvoer uit Nederlands-Indië werd steeds onzekerder.

Dit document illustreert hoe de gemeente Amsterdam trachtte de eigen logistiek en materiaalvoorziening veilig te stellen door collectief op te treden als één 'grootverbruiker' tegenover de landelijke autoriteiten, anticiperend op de komende distributie en rantsoenering van banden.

Samenvatting

  • Doel van de brief: Het informeren van de Dienst Marktwezen over een centrale regeling voor de inkoop van rubberbanden. Door het Gemeentelijk Materialen Bureau centraal te registreren bij het landelijke Rijksbureau, kunnen ook kleinere gemeentelijke onderdelen profiteren van de gunstiger voorwaarden die gelden voor 'grootverbruikers'.
  • Taalgebruik: Formeel en ambtelijk ("Ik heb de eer U hierbij...", "in zake"). De spelling is conform de toen geldende regels (bijv. "profiteeren").
  • Administratieve context: De brief bevat diverse kenmerken van een efficiënte bureaucratie: doorkiesnummers (toestellen), een duidelijke referentiestructuur en een voorgedrukt formuliernummer linksonder (1000 stuks gedrukt in november 1939).
  • Handgeschreven elementen: De breuk "20/3" duidt waarschijnlijk op de datum van ontvangst of behandeling (20 maart). De aantekening rechtsboven is vermoedelijk een aanwijzing voor een specifieke ambtenaar binnen de Dienst Marktwezen.

Historische Context

Deze brief is geschreven op 19 maart 1940, minder dan twee maanden voor de Duitse inval in Nederland. Hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was, was de economie al volledig in de ban van de oorlogsdreiging en de mobilisatie.

Het genoemde Rijksbureau voor Rubber was een van de vele rijksbureaus die door de overheid waren ingesteld (onder de Distributiewet van 1939) om de schaarste aan strategische grondstoffen te beheren. Rubber was essentieel voor transport en defensie, maar de aanvoer uit Nederlands-Indië werd steeds onzekerder.

Dit document illustreert hoe de gemeente Amsterdam trachtte de eigen logistiek en materiaalvoorziening veilig te stellen door collectief op te treden als één 'grootverbruiker' tegenover de landelijke autoriteiten, anticiperend op de komende distributie en rantsoenering van banden.

Kooplieden in dit dossier 53

A.E.G. Olympia accoord
A.E.G. Olympia accoord
Andijker blauwen 11.216
Andijker blauwen 11216
Andijker blauwen
Andijker blauwen 11.216
J. Zand 1770
J. Zand 1.770
J. Zand 1.770
Anna Paulowna zandaardappelen
Drentsche zandaardappelen
Drentsche zandaardappelen 133.228
Drentsche zandaardappelen 133.228
Friesche bintjes 129.941
Friesche bintjes
Friesche bintjes 129.941
Friesche bintjes 129941
Hillegommer muizen 5.428
Hillegommer muizen 5428
Hillegommer muizen 5.428
IJpolder muizen
IJpolder muizen 3.843
IJpolder muizen 3.843
Alle 53 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6