Formulier en officieel uittreksel van een overheidsbeschikking.
Origineel
Formulier en officieel uittreksel van een overheidsbeschikking. 1939 (periode van mobilisatie/oorlogsvoorbereiding). [Linkerpagina]
GEGEVENS BETREFFENDE DE ONDERNEMING:
Voor N.V. enz.
1. Naam en Woonplaats van de(n) directeur(en) en bestuurder(s) of andere personen, die overeenkomstig de acte van oprichting bevoegd is/zijn de N. V. rechtsgeldig te vertegenwoordigen:
Datum van de Koninklijke Goedkeuring der Statuten of van de verklaring van geen bezwaar der N. V.
Voor firma of commanditaire vennootschap
Naam van de(n) vennoot(en), die overeenkomstig de acte, waarbij de vennootschap is aangegaan, bevoegd is/zijn de vennootschap rechtsgeldig te verbinden:
Voor alle ondernemingen
2a). Ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel en Fabrieken:
te .....................................................................
Onder No. ........................................................
1. als grootbedrijf
2. als kleinbedrijf
2b). Niet ingeschreven in het Handelsregister
-
Plaats van vestiging .................................................................................
-
Plaats of plaatsen waar fabrieken, magazijnen en/of andere gebouwen of terreinen tot het bedrijf behoorende, zich bevinden:
.................................................................................................................. -
Hoeveel wagens bezigt U in Uw bedrijf:
truckwagens (t) ........................................
autobussen (b) ........................................
personenwagens (p) ........................................
andere wagens (x) ........................................ -
Wel/niet aangesloten bij een bedrijfsorganisatie:
Zoo ja, bij welke: ................................................................................. -
Welke andere bedrijven in de rubber-, autobanden- en aanverwante branches zijn met het Uwe op eenigerlei wijze gelieerd:
.................................................................................................................. -
Zijt gij reeds bij het Rijksbureau voor Rubber ingeschreven; zoo ja onder welk nummer
(In dit geval is geen verdere storting van inleggeld noodig)
Aldus naar waarheid en zonder voorbehoud ingevuld:
................................................................, den ....................................................... 19...........
Firmastempel:
Handteekening:
BELANGRIJK. Gewezen wordt op art. 18 van de distributiewet 1939, waarbij straffen zijn bepaald van ten hoogste 4 jaar gevangenisstraf of geldboete van ten hoogste f 10.000.— voor allen, die de voorschriften niet nakomen, onjuiste of onvoldoende mededeelingen verstrekken enz.
) Duidelijk doorhalen hetgeen niet in aanmerking komt.
Het inleggeld bedraagt voor 2 a. 1 f 25.—, voor 2 a. 2 f 5.—, voor 2 b. f* 2.50.
[Rechterpagina]
Nog wordt er op gewezen, dat
Banden, gemonteerd op motorrijtuigen¹), aanhangwagens²) en paardentractiewagens
zonder vergunning kunnen worden verkocht, afgeleverd en vervoerd, mits niet meer banden zijn gemonteerd dan waarop het voertuig kennelijk — ook wat de reservewielen betreft — is ingericht.
Banden, gemonteerd op losse wielen, op assen met wielen en op onderstellen worden als banden beschouwd en zijn dus voor verkoop, aflevering en vervoer vergunningen nodig.
Ten slotte worden alle banden als autobanden beschouwd, indien zij van een maat zijn, die op motorrijtuigen of aanhangwagens zou passen. De technische constructie blijft hierbij dus uitdrukkelijk buiten beschouwing.
Voor de voornaamste op de grootverbruikers van autobanden betrekking hebbende bepalingen verwijs ik naar het onderstaand volgende uittreksel.
De Directeur van het
Rijksbureau voor Rubber :
H. v. D. VAART.
¹) Motorrijtuigen : alle rij- of voertuigen, bestemd om uitsluitend of mede door een mechanische kracht, op of aan het rij- of voertuig zelf aanwezig, anders dan langs spoorstaven te worden voortbewogen.
²) Aanhangwagens : alle voertuigen, welke door een motorrijtuig worden voortbewogen, met uitzondering van motorrijtuigen, die niet rijklaar zijn, welke door een ander motorrijtuig worden voortbewogen uitsluitend met het doel om een plaats van berging of herstel te bereiken of om het motorrijtuig rijklaar te maken; voertuigen, kennelijk bestemd om als aanhangwagen te worden gebruikt, worden mede als aanhangwagens aangemerkt.
Uittreksel uit de Rubberbeschikking 1939 No. 2
De grootverbruiker van motorrijwiel- en autobanden, dat is de natuurlijke of rechtspersoon, die in zijn bedrijf gebruikt, onderscheidenlijk exploiteert een zoodanig aantal motorrijtuigen¹) of aanhangwagens²), dat het totaal aantal wielen minstens 20 bedraagt,
Art. 4, lid 1. is verplicht aan den directeur van het Rijksbureau voor Rubber schriftelijk het verzoek te doen haar bij het Rijksbureau in te schrijven. Het verzoek moet geschieden binnen een week na den dag van inwerkingtreding dezer beschikking.
Art. 4. lid 5. De directeur is bevoegd aan de inschrijving voorwaarden te verbinden.
Zie verder: Art. 4 lid 2—4 en 6—9.
Art. 4 bis. lid 1. De ingevolge artikel 4 bij het Rijksbureau ingeschreven ondernemingen zijn verplicht in verband met de inschrijving aan den directeur nader door dezen vast te stellen bedragen te betalen, welke per inschrijving een bedrag van f 100.— niet te boven mogen gaan. De verschuldigde bedragen kunnen voor de onderscheidene ondernemingen verschillend zijn.
Zie verder: Art. 4 bis. lid 2—6.
Art. 5. lid 1. Een onderneming is verplicht aan den directeur op diens verzoek schriftelijk opgave te doen van de hoeveelheden motorrijwiel- en autobanden, voorhanden of in voorraad, op door den directeur vast te stellen tijdstippen.
Zie verder: Art. 5, lid 2 en 3.
Art. 6. De directeur kan aan het voorhanden of in voorraad hebben van motorrijwiel- en autobanden voorwaarden en beperkingen verbinden. * Juridische terminologie: Het document hanteert strikte definities voor voertuigen en hun onderdelen. Opvallend is de definitie van een "grootverbruiker": iemand met voertuigen die in totaal minstens 20 wielen hebben.
* Overheidscontrole: Het document illustreert de verschuiving naar een geleide economie. Het Rijksbureau voor Rubber krijgt verregaande bevoegdheden om voorraden te controleren en voorwaarden te stellen aan het bezit en de handel van banden.
* Sancties: De expliciete vermelding van de Distributiewet 1939 met zware straffen (4 jaar cel) duidt op de ernst van de schaarste en het strategische belang van rubber aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog.
* Administratieve last: Bedrijven moesten niet alleen uitgebreide gegevens aanleveren, maar ook betalen voor hun registratie (inleggeld). Dit document is een direct gevolg van de Nederlandse voorbereidingen op een mogelijke oorlogssituatie in 1939. Rubber was een essentieel strategisch product dat grotendeels uit de overzeese koloniën (Nederlands-Indië) kwam. Door de dreigende wereldbrand werd de distributie ervan direct onder staatstoezicht geplaatst via het Rijksbureau voor Rubber, onderdeel van de crisisorganisatie die voortkwam uit de Distributiewet 1939. De focus op "grootverbruikers" (transportbedrijven, busondernemingen) was cruciaal voor het in stand houden van de logistiek en mobiliteit van zowel de civiele maatschappij als het leger.