Archiefdocument
Origineel
27 april 1940. [Stempel linksboven, paars]: Nº 716/2 M. 1940 29
GEMEENTEBESTUUR VAN AMSTERDAM
[Logo: Wapen van Amsterdam]
GEMEENTELIJK MATERIALEN BUREAU
AMSTERDAM (C.), 27 April 19 40.
SINT AGNIETENSTRAAT 4, TEL. 43130, TOESTELLEN 483, 568, 569.
AAN den heer Directeur Marktwezen [handgeschreven]
[Rechtsboven handgeschreven aantekening, deels onleesbaar: v.i. H. ...]
Hierbij bericht ik U, dat het Rijksbureau voor Rubber vergunning tot aankoop van onderstaande autobanden gedurende drie weken, gerekend van 24 April j.l. af, in overweging zal nemen.
Voorwaarden waarop dit kan geschieden, gelieve U hierbij aan te treffen (Form. RBR 123)
De banden kunnen bij Uw gewonen leverancier gekocht worden; deze zal daarvoor formulieren RBR 24 gaarne ter beschikking stellen. De aanvraag op dit formulier dient gesteld te worden ten name van mijn bureau, derhalve Gem. Materialenbureau, onder vermelding, ingeschreven als grootverbruiker onder No. 20940.
Het gebruiken van de banden is niet toegestaan, dan na verkregen toestemming tot verbruik, hetwelk op bijgaand formulier moet worden aangevraagd. Inzending van dit formulier dient wederom op naam en via mijn bureau te geschieden.
Voor nadere inlichtingen kunt U zich tot mijn bureau wenden (toestel 568).
Ik dring aan op aankoop van onderstaande banden, wijl thans nog niet gezegd kan worden, wanneer een volgende toewijzing zal plaats vinden.
Voor Uw Dienst is toegestaan:
[Handgeschreven]: Personenauto buitenband maat 6.00-16 één stuk
[Handgeschreven]: Personenautobinnenband één stuk.
Het Hoofd van het
Gemeentelijk Materialen Bureau
[Handtekening]: E de Bruijn
[Rechtsonder handgeschreven]: 7 Dit document is een officiële mededeling van het Gemeentelijk Materialen Bureau van Amsterdam aan de directeur van de dienst Marktwezen. De kern van de brief is de toewijzing van de mogelijkheid om één autoband en één binnenband aan te schaffen voor een personenauto.
Opvallend is de bureaucratische procedure:
1. Gelaagde toestemming: De koopvergunning is niet hetzelfde als een gebruiksvergunning. Men mag de band kopen, maar pas na een tweede aanvraag daadwerkelijk gebruiken.
2. Rijksbemoeienis: Het proces verloopt via het "Rijksbureau voor Rubber", een crisisorgaan.
3. Centralisatie: Hoewel de Dienst Marktwezen de banden nodig heeft, moet de aanvraag formeel op naam van het Gemeentelijk Materialen Bureau (als geregistreerd "grootverbruiker") geschieden.
De toon van de brief is urgent ("Ik dring aan op aankoop..."). Er wordt expliciet gewaarschuwd dat onzeker is wanneer er een volgende toewijzing zal zijn, wat duidt op een groeiende schaarste aan grondstoffen. De datum van de brief, 27 april 1940, is historisch zeer relevant. Dit is minder dan twee weken voor de Duitse inval in Nederland (10 mei 1940). Hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was, verkeerde het land al maanden in een staat van mobilisatie.
Vanwege de oorlogsdreiging en de verstoring van de wereldhandel waren strategische grondstoffen zoals rubber en brandstof al voor de feitelijke bezetting onderhevig aan distributie en rantsoenering. Het Rijksbureau voor Rubber was een van de vele crisisbureaus die door de Nederlandse overheid waren ingesteld om de schaarse voorraden te beheren. Dit document illustreert hoe de oorlogsdreiging de dagelijkse bedrijfsvoering van gemeentelijke diensten al vóór de bezetting diepgaand beïnvloedde door middel van strikte distributieregels.