Handgeschreven brief met een ambtelijke kanttekening/apostille.
Origineel
Handgeschreven brief met een ambtelijke kanttekening/apostille. 15 juni 1940 (brief) en 20 juni 1940 (kanttekening). G. Stam (vermoedelijk opzichter of beheerder bij de Vishals/Vismarkt). WelEd. Heer P.H. de Boer. [Brief van G. Stam]
Amsterdam 15 Juni 1940.
WelEdHeer.
P.H. de Boer.
Hierbij ontvangt u een schrijven van de W.S.B.Z., waarin wordt medegedeeld, dat wij voortaan om de 4 weken schoone handdoeken zullen krijgen. Ik krijg 8 handdoeken voor 6 personen.
Wij maken hier in de Vischhal en op kantoor, vele keeren vuile handen, zoodat het termijn van 4 weken, voor de Vischmarkt te lang is. Wellicht zou voor de Vischmarkt een uitzondering kunnen worden gemaakt, dat ik de schoone handdoeken desnoods om de 3 weken zou mogen ontvangen.
Wil U zoo goed zijn hierover eens te informeeren.
Hoogachtend,
[Handtekening: G. Stam]
[Kanttekening onderaan, gedateerd 20-6-40]
Het verzoek van Hr. Stam acht ik billijk. Ik heb mij dan ook telefonisch in verbinding gesteld met de W.S.B.Z. met het verzoek de handdoeken niet om de vier, doch om de drie weken te vervangen. Telefonische verzoeken worden echter niet in behandeling genomen.
Ik verzoek U daarom deze kwestie schriftelijk te willen afdoen.
20-6-’40
[Handtekening: De Boer] De brief schetst een praktisch, logistiek probleem op de werkvloer van de Amsterdamse vismarkt (Vischmarkt/Vischhal). De organisatie "W.S.B.Z." (waarschijnlijk een overkoepelende dienst voor was- en schoonmaakdiensten) heeft de frequentie voor het leveren van schone handdoeken teruggebracht naar eens per vier weken.
Afzender Stam klaagt dat dit voor een omgeving als een vishal — waar hygiëne cruciaal is en handen vaak vuil worden — volstrekt onvoldoende is voor een team van zes personen. Hij verzoekt om een uitzondering (een cyclus van drie weken). De ontvanger, De Boer, steunt dit verzoek en noemt het "billijk", maar stuit op de bureaucratie: de dienst accepteert geen telefonische verzoeken. De kwestie moet daarom via de officiële schriftelijke weg worden afgehandeld. Dit document dateert van juni 1940, slechts één maand na de Duitse inval in Nederland en het begin van de bezetting. Hoewel de brief over een alledaags onderwerp als handdoeken gaat, is het een vroege indicatie van de toenemende schaarste en de noodzaak tot striktere distributie en zuinigheid (rantsoenering/besparingen) die door de oorlogsituatie werd afgedwongen.
De "W.S.B.Z." staat vermoedelijk voor een gemeentelijke of sectorale instelling (zoals Wasscherij der Stichting voor Burgerlijke Ziekenhuizen of een soortgelijke Amsterdamse overheidsdienst) die verantwoordelijk was voor de facilitaire diensten van marktwezen en openbare gebouwen. De noodzaak om alles schriftelijk te doen, zelfs voor zoiets kleins als een extra wasbeurt, tekent de ambtelijke structuur van die tijd.