Ambtelijke brief/memorandum (doorslag).
Origineel
Ambtelijke brief/memorandum (doorslag). 9 oktober 1940. De Directeur (waarschijnlijk van een gemeentelijke dienst). [In de rechterbovenhoek:]
VP/HG.
[Midden boven, handgeschreven:]
extra
[Geadresseerde:]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
[Linkerzijde:]
7/15/4 M.
[Rechterzijde:]
9 October 1940.
[Onderwerp:]
Verkoop van materiaal, instal-
laties, enz., waarvoor geen
emplooi meer te verwachten is.
[Inhoud:]
Ten vervolge op mijn rapport d.d. 21 Augustus jl. (No.
7/15/2 M.) heb ik de eer U, overeenkomstig Uw verzoek, te berichten,
dat de aanschaffingskosten van de te verkoopen materialen, afkomstig
van de paternosterliften hebben bedragen rond ƒ 20.000,-- en van die,
afkomstig van de ijsfabriek rond ƒ 8.000,--.
[Ondertekening:]
De Directeur, * Administratieve opbouw: De brief is een formeel vervolg op een eerder rapport van augustus 1940. Het betreft een financiële verantwoording van de historische aanschaffingskosten van goederen die voor verkoop zijn vrijgegeven.
* Inhoudelijke details: Er wordt melding gemaakt van twee specifieke posten:
1. Paternosterliften: Met een oorspronkelijke waarde van circa 20.000 gulden. Dit suggereert de ontmanteling of modernisering van een groter (openbaar) gebouw.
2. Ijsfabriek: Met een waarde van circa 8.000 gulden aan materialen. Ijsfabrieken waren in deze periode essentieel voor de koeling van levensmiddelen.
* Taalgebruik: Typisch formeel-ambtelijk Nederlands uit de vroege 20e eeuw (bijv. "emplooi", "ten vervolge op", "heb ik de eer U"). * Tijdsbeeld: De brief is gedateerd op 9 oktober 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De functie "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in deze periode cruciaal vanwege de invoering van de distributie en het veiligstellen van de voedselvoorraad.
* Betekenis: De verkoop van dit soort kapitaalgoederen kan wijzen op een sanering van gemeentelijke eigendommen, mogelijk gedreven door de veranderde economische omstandigheden of de noodzaak om fondsen vrij te maken tijdens de oorlogstijd. Het feit dat er geen "emplooi" (gebruik/bestemming) meer voor is, duidt op technologische veroudering of een functiewijziging van de betreffende diensten.