Handgeschreven memo / ambtelijke notitie.
Origineel
Handgeschreven memo / ambtelijke notitie. Hr. Lisman
De Wethouder vraagt een
aanvullend rapportje omtrent
de aanschaffingskosten der
te verkoopen materialen (liften
en ijsfabriek).
20-9-40. [Handtekening, vermoedelijk W. Haas]
[Onder aan de pagina, in een ander handschrift:]
voor
f 20.000.- & voor
f 8.000.- resp. voor
paternosterliften &
ijsfabriek Het document is een korte, interne ambtelijke opdracht. Een niet nader genoemde wethouder verzoekt om financiële gegevens (de oorspronkelijke aanschaffingswaarde) van goederen die de gemeente van plan is te verkopen.
Onderaan het document zijn met potlood of een andere pen aantekeningen gemaakt, waarschijnlijk door de ontvanger (de heer Lisman) of een medewerker, als voorbereiding op het gevraagde rapport. Hieruit blijkt dat de "liften" specifiek paternosterliften betreffen met een waarde van 20.000 gulden, en de ijsfabriek een waarde van 8.000 gulden vertegenwoordigt. De datum van het document, 20 september 1940, plaatst deze correspondentie in de beginfase van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode vond er binnen gemeentelijke apparaten veel reorganisatie en inventarisatie plaats.
Paternosterliften (liften zonder deuren die continu in beweging zijn) waren in die tijd gebruikelijk in grote openbare gebouwen of gemeentehuizen. De verkoop van dergelijk groot materieel en een "ijsfabriek" (mogelijk een koelinstallatie voor een markt of gemeentelijk slachthuis) kan duiden op een bezuinigingsmaatregel, de ontmanteling van een specifieke dienst, of het vorderen van materialen. Het feit dat de wethouder specifiek naar de aanschaffingskosten vraagt, suggereert dat men de boekwaarde wilde bepalen ten opzichte van de verwachte verkoopprijs.
Samenvatting
Het document is een korte, interne ambtelijke opdracht. Een niet nader genoemde wethouder verzoekt om financiële gegevens (de oorspronkelijke aanschaffingswaarde) van goederen die de gemeente van plan is te verkopen.
Onderaan het document zijn met potlood of een andere pen aantekeningen gemaakt, waarschijnlijk door de ontvanger (de heer Lisman) of een medewerker, als voorbereiding op het gevraagde rapport. Hieruit blijkt dat de "liften" specifiek paternosterliften betreffen met een waarde van 20.000 gulden, en de ijsfabriek een waarde van 8.000 gulden vertegenwoordigt.
Historische Context
De datum van het document, 20 september 1940, plaatst deze correspondentie in de beginfase van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode vond er binnen gemeentelijke apparaten veel reorganisatie en inventarisatie plaats.
Paternosterliften (liften zonder deuren die continu in beweging zijn) waren in die tijd gebruikelijk in grote openbare gebouwen of gemeentehuizen. De verkoop van dergelijk groot materieel en een "ijsfabriek" (mogelijk een koelinstallatie voor een markt of gemeentelijk slachthuis) kan duiden op een bezuinigingsmaatregel, de ontmanteling van een specifieke dienst, of het vorderen van materialen. Het feit dat de wethouder specifiek naar de aanschaffingskosten vraagt, suggereert dat men de boekwaarde wilde bepalen ten opzichte van de verwachte verkoopprijs.