Dienstbrief / Circulaire
Origineel
Dienstbrief / Circulaire 7 augustus 1940 Gemeentelijk Materialen Bureau (gevestigd aan de Oudezijds Achterburgwal 213) Den Heer Directeur v/h Marktwezen, Amsterdam [Briefhoofd linksboven]
Nº 7/7/ M. 1940
GEMEENTEBESTUUR VAN AMSTERDAM
[Logo Gemeente Amsterdam]
GEMEENTELIJK
MATERIALEN BUREAU
[Briefhoofd rechtsboven]
AMSTERDAM (C.), 7 Augustus 1940
SINT AGNIETENSTRAAT 4, TEL. 43130, TOESTELLEN 483, 568, 569.
OUDEZIJDS ACHTERBURGWAL 213
[Adressering]
AAN den Heer Directeur v/h
Marktwezen
te
Amsterdam.
No. 5/18 G.M.B.
[Handgeschreven aantekeningen rechtsboven in rode en zwarte inkt]
ni Hr. Sikkema
Hr. Jonkman
[vinkje]
[Inhoud brief]
Zooals U waarschijnlijk reeds uit de dagbladberichten bekend zal zijn, heeft het Rijksbureau voor Aardolieproducten maatregelen getroffen, om alle nog aanwezige voorraden petroleum onder zijn direc-te contrôle te brengen.
Onder deze regeling vallen ook alle voorraden petroleum van de Gemeente Amsterdam bij Diensten en Bedrijven opgeslagen.
Bepaald is, dat van heden af over deze voorraden niet meer mag worden beschikt zonder voorafgaande goedkeuring van genoemd Rijksbureau.
Verdere aanvragen tot verstrekking van petroleum, tot het Rijks-bureau gericht op formulier P, worden niet meer in behandeling genomen.
De in Uw bezit zijnde voorraden petroleum zijn dus van heden af als geblokkeerd te beschouwen.
In overleg met het Rijksbureau is verder vastgesteld, dat aanvra-gen tot verbruik van deze voorraden door het Gemeentelijk Materialen-bureau aan het Rijksbureau ter behandeling zullen worden doorgegeven.
In verband hiermede ontvang ik gaarne ten spoedigste en wel uiterlijk Vrijdag 9 Augustus a.s. om 9 uur op mijn Bureau, Oudezijds Ach-terburgwal 213, opgave van de hoeveelheid petroleum in liters bij Uw Dienst of Bedrijf op 8 Augustus 1940 in voorraad, alsmede van de plaats en de wijze van opslag (tank, vaten, drums, bussen enz.), terwijl dan tevens is op te geven de hoeveelheid, welke U gedurende de periode van 10 Augustus t/m 9 September 1940 zult gebruiken en het doel, waarvoor de petroleum noodig is.
In verband met de zeer geringe petroleumvoorraden hier te lande, geef ik U dringend in overweging de uiterste zuinigheid te betrachten.
Daar de kans zeer groot is, dat de petroleumverstrekking ook voor industrieële doeleinden binnen afzienbaren tijd geheel zal wor-
[Onderaan de pagina]
1000-11-'39 * Status van het document: Het betreft een officiële ambtelijke mededeling uit de vroege bezettingsperiode. De tekst is getypt op briefpapier van de gemeente Amsterdam.
* Toon en urgentie: De toon is dwingend en bureaucratisch. De zeer korte deadline (de brief is van 7 augustus, de opgave moet uiterlijk 9 augustus om 9:00 uur binnen zijn) duidt op een crisissituatie en een strikte centrale regie.
* Inhoud: De kern van de brief is de onmiddellijke "blokkade" van alle aanwezige petroleumvoorraden. Niets mag meer verbruikt worden zonder toestemming van het Rijksbureau voor Aardolieproducten. De ontvanger moet een gedetailleerde inventarisatie aanleveren van de huidige voorraden en het verwachte verbruik voor de komende maand.
* Handgeschreven toevoegingen: De namen "Sikkema" en "Jonkman" verwijzen waarschijnlijk naar de ambtenaren binnen de dienst Marktwezen die belast werden met de uitvoering van deze opdracht. Dit document stamt uit de beginmaanden van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Direct na de capitulatie in mei 1940 begon de schaarste aan vitale grondstoffen zoals aardolieproducten. Om de distributie te beheersen en de voorraden voor de oorlogsvoering (en de eigen economie) veilig te stellen, werden zogenaamde 'Rijksbureaus' ingesteld.
Het Rijksbureau voor Aardolieproducten reguleerde de distributie van brandstoffen. Petroleum was in die tijd niet alleen belangrijk voor industrie en transport, maar ook voor huishoudelijk gebruik (verlichting en koken) in delen van de stad waar nog geen gas of elektriciteit was. Deze brief markeert de overgang van een vrije markt naar een strak geleide distributie-economie (het begin van de 'bonnentijd'). Het Gemeentelijk Materialen Bureau fungeerde hierbij als het centrale doorgeefluik tussen de landelijke Rijksbureaus en de verschillende Amsterdamse gemeentediensten.