Dienstbrief / Administratieve correspondentie.
Origineel
Dienstbrief / Administratieve correspondentie. 26 augustus 1940. Het Hoofd van het Gemeentelijk Materialen Bureau (G.M.B.) van Amsterdam, P. de Kruijff. Heeren Hoofden van Diensten en Bedrijven (Amsterdam). [Bovenaan gecentreerd/rechts:]
$N^{\underline{o}}$ 7/17/6 M. 1940 $\frac{27}{J}$
[Briefhoofd:]
GEMEENTEBESTUUR VAN AMSTERDAM
[Logo Amsterdamse wapen]
GEMEENTELIJK MATERIALEN BUREAU
[Links:]
No. 5/18 G.M.B.
[Rechts boven:]
AMSTERDAM (C.), 26 Augustus 1940.
~~ST. ANDRIESSTRAAT 4~~, TEL. 43130, TOESTELLEN 483, 568, 569.
O.Z. Achterburgwal 213
[Adressering:]
AAN Heeren Hoofden van Diensten en Bedrijven.
[Handgeschreven aantekeningen in de marge en boven tekst:]
Spoed
mi Hr. Sixma
Hr. Imkemman
[Rode inkt:] 7/9
[Hoofdtekst:]
Ten behoeve van de aan het Rijksbureau voor Aardolieproducten in te dienen aanvrage, verzoek ik U beleefd uiterlijk 28 Augustus a.s. aan mijn Bureau, Oude Zijds Achterburgwal 213, een opgave te willen doen toekomen van de hoeveelheid Petroleum, welke voor Uw dienst/Bedrijf noodig zal zijn gedurende de periode van 10 September tot en met 9 October a.s.
Daar het verbod van de staketselverlichting, enz. (zie mijn schrijven van 22 Augustus jl.) nog niet is afgekomen, behoeft met het hierdoor te verwachten verminderde gebruik geen rekening te worden gehouden.
Sp.
[Ondertekening:]
Het Hoofd van het Gemeentelijk Materialen Bureau,
[Handtekening:] P. de Kruijff
[Linksonder:]
1000-5-'40 * Onderwerp: Een dringende inventarisatie van de benodigde hoeveelheid petroleum voor de verschillende Amsterdamse gemeentelijke diensten voor de herfstperiode van 1940.
* Dringendheid: Het woord "Spoed" is met grote letters bijgeschreven. De deadline (28 augustus) ligt slechts twee dagen na de dagtekening (26 augustus), wat wijst op een strakke tijdsplanning vanuit het centrale Rijksbureau.
* Taalgebruik: Formeel ambtelijk Nederlands ("beleefd verzoeken", "a.s.", "jl.").
* Bijzonderheid: De brief noemt "staketselverlichting" (verlichting op omheiningen/afzettingen). Er wordt expliciet vermeld dat men bij de schatting nog geen rekening hoeft te houden met besparingen door een toekomstig verbod op deze verlichting, omdat de officiële regeling daarvoor nog niet van kracht is. Dit duidt op de onzekere overgangsfase in de regelgeving aan het begin van de bezetting. Dit document stamt uit de vroege periode van de Duitse bezetting van Nederland (mei 1940 - mei 1945). De schaarste aan brandstoffen en grondstoffen leidde direct tot een strakke centrale distributie. Het genoemde Rijksbureau voor Aardolieproducten was een van de crisis-instellingen die de toewijzing van brandstoffen aan sectoren en gemeenten reguleerde.
De vermelding van het uitblijven van een verbod op bepaalde verlichting is interessant: het wijst op de invoering van de verduisteringsmaatregelen. Hoewel de volledige verduistering al snel na de inval verplicht werd, waren specifieke bepalingen over bijvoorbeeld buitenverlichting of "staketselverlichting" eind augustus 1940 blijkbaar nog in afwachting van definitieve ambtelijke afwikkeling. Het Gemeentelijk Materialen Bureau fungeerde hierbij als de centrale 'inkooporganisatie' en tussenpersoon voor alle Amsterdamse stadsdiensten (zoals de reiniging, de brandweer of de GVB).