Archiefdocument
Origineel
22 Augustus 1940. Gemeentebestuur van Amsterdam, Gemeentelijk Materialen Bureau. Heeren Hoofden van Diensten en Bedrijven. [Stempel/Drukwerk bovenaan:]
Nº 7/20/1 M. 1940 23/8
GEMEENTEBESTUUR VAN AMSTERDAM
[Logo met wapen van Amsterdam]
GEMEENTELIJK MATERIALEN BUREAU
AMSTERDAM (C.), 22 Augustus 19 40.
~~SINT-AGNIETENSTRAAT 4~~ Oude Zijds Achterburgwal 213, TEL. 43130, TOESTELLEN 483, 568, 569.
AAN
Heeren Hoofden van Diensten en Bedrijven.
No. 13/22 G.M.B.
[Handgeschreven aantekening in de marge:] nu Hr Sijkema (?) [onleesbaar paraaf] What
Vertrouwelijk.
Van het Rijksbureau voor Chemische Producten, Sectie Zeep, werd bericht ontvangen, dat zal worden overgegaan tot distributie van zeep.
Van den datum van ingang van dit besluit af, zullen niet meer gefabriceerd mogen worden zeepvlokken, vloeibare zeep, zelfwerkende waschmiddelen, scheercrême enz., terwijl het gebruik van zachte zeep voor het schoonmaken van gebouwen verboden wordt. Aanmaak van dit artikel zal dientengevolge niet meer plaats hebben.
Verder is bepaald, dat voor den aanmaak van harde zeepsoorten in den vervolge geen glycerine, hars en lijnolie meer mogen worden gebruikt, terwijl het gehalte aan vetzuren van de "eenheids-toiletzeep" hoogstens 40% zal mogen bedragen en de stukken 75 gram mogen wegen.
Daar de te verstrekken hoeveelheden zeep zeer beperkt zullen zijn en het uitgesloten is, dat aanvragen van Diensten en Bedrijven ten volle zullen worden toegewezen, meen ik U dringend in overweging te moeten geven de uiterste zuinigheid bij het verbruik van zeep in acht te nemen.
Daar voor enkele Diensten en Bedrijven zachte zeep moeilijk of niet vervangbaar zal zijn, hebben Burgemeester en Wethouders besloten de voorraden zachte zeep, bij de Gemeentelijke Diensten en Bedrijven aanwezig, van heden af te blokkeeren en die voorraden dus onder beheer te stellen van mijn Bureau.
Een maatregel dus, soortgelijk aan dien, genomen voor de petroleum- en benzinevoorraden.
[Onderaan links:] 1000-11-'39 Het document is een interne circulaire van de gemeente Amsterdam waarin strikte besparingsmaatregelen voor zeep worden aangekondigd. De kernpunten zijn:
1. Rationering: De landelijke distributie van zeep (op de bon) gaat van start.
2. Productieverbod: Luxe- en specifieke zeepproducten zoals vlokken en scheercrème mogen niet meer gemaakt worden.
3. Grondstoffenschaarste: Belangrijke ingrediënten zoals vetten (vetzuren), glycerine en lijnolie worden aan banden gelegd. Er wordt een 'eenheids-toiletzeep' geïntroduceerd met een laag vetgehalte (40%) en een vast gewicht (75 gram).
4. Gebruiksverbod: Zachte zeep mag niet meer gebruikt worden voor het schoonmaken van gebouwen.
5. Voorraadbeheer: Bestaande voorraden zachte zeep bij gemeentediensten worden 'geblokkeerd' (in beslag genomen/bevroren) en gecentraliseerd onder het Gemeentelijk Materialen Bureau om verspilling tegen te gaan. Dit document dateert van augustus 1940, slechts drie maanden na de Nederlandse capitulatie en het begin van de Duitse bezetting. Het illustreert de snelheid waarmee de oorlogseconomie werd ingevoerd.
Vetten en oliën waren essentieel voor de voedselvoorziening en de oorlogsindustrie (glycerine is bijvoorbeeld nodig voor de aanmaak van explosieven). Omdat de aanvoer uit de koloniën was afgesneden, ontstonden er direct tekorten. De "Rijksbureaus", die al voor de oorlog waren opgezet om de economie in crisistijd te reguleren, kregen onder Duitse supervisie de taak om grondstoffen te rantsoeneren. De "eenheidsproducten" (zoals de hier genoemde zeep) waren van aanzienlijk lagere kwaliteit dan men voor de oorlog gewend was, een voorbode van de toenemende schaarste die de rest van de bezettingsjaren zou kenmerken. De vergelijking met petroleum en benzine aan het eind van de brief toont aan dat brandstoffen al eerder aan soortgelijke restricties waren onderworpen.