Archiefdocument
Origineel
13 november 1940. [Logo: Wapen van Amsterdam]
№ 7/23/2 M. 1940 14/11
Telefoon 43321, 43130
Toestellen 483, 568, 569, 576
Verzoeke bij beantwoording datum en nummer van dezen brief te vermelden
No. 24/a G.M.B.
Amsterdam, 13 November 1940
Gemeentelijk Materialenbureau
Oudezijds Achterburgwal 213 Amsterdam (Centrum)
Aan: Heeren Hoofden van Diensten en Bedrijven.
[Handgeschreven notitie rechtsboven: onleesbaar monogram, "uit Hr. Tijmen(?)" en "Hr. Jonkman"]
Daar het nog steeds voorkomt, dat de hulp van het Gemeentelijk Materialenbureau, in verband met achterstand in afleveringen door leveranciers of aanvragen voor vergunningen aan Rijksbureaux, enz., pas op het laatste oogenblik wordt ingeroepen, breng ik U mijn rondschrijven d.d. 29 Augustus 1940, No. 24 G.M.B., in herinnering en verzoek ik U, om vertraging bij de behandeling te voorkomen, nogmaals dringend alle aanvragen zoo spoedig mogelijk in te dienen en wel onder bijvoeging van alle vereischte gegevens.
GH.
[geparafeerd: N]
Het Hoofd van het Gemeentelijk Materialenbureau,
[Handtekening: P. de Kruijff]
(Ir. E. de Kruijff)
2000-'10-'40 Dit document is een dringend herinneringsschrijven van het hoofd van het Gemeentelijk Materialenbureau te Amsterdam aan de hoofden van diverse gemeentelijke diensten en bedrijven. De kern van de boodschap is een klacht over administratieve traagheid: aanvragen voor materialen en vergunningen bereiken het bureau vaak te laat, wat de logistiek bemoeilijkt.
De tekst getuigt van een toenemende bureaucratische druk. Er wordt specifiek verwezen naar "Rijksbureaux", de centrale overheidsinstanties die tijdens de oorlogsjaren de distributie van schaarse grondstoffen en goederen reguleerden. Het bureau fungeert hier als de noodzakelijke schakel tussen de uitvoering (stadsdiensten) en de hogere regelgevende organen. De dwingende toon ("nogmaals dringend") wijst erop dat de schaarste en de complexiteit van de procedures in de herfst van 1940 reeds problematische vormen aannamen. De datum van de brief, november 1940, markeert de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode begon de overgang naar een geleide economie en een strikt distributiestelsel om de oorlogsinspanningen en de binnenlandse schaarste te beheersen. Het "Gemeentelijk Materialenbureau" was essentieel voor het functioneren van de stad Amsterdam; zonder hun bemiddeling en de juiste vergunningen van de Rijksbureaux konden vitale diensten (zoals energie, water of onderhoud) geen materialen meer verkrijgen. De brief illustreert de dagelijkse strijd tegen stagnatie en de groeiende papierwinkel die de oorlogsjaren zou kenmerken. De handgeschreven namen "Tijmen" en "Jonkman" verwijzen waarschijnlijk naar de ambtenaren die het stuk intern hebben afgehandeld. E. de Kruijff G.M.B.