Getypte brief / ambtelijk schrijven.
Origineel
Getypte brief / ambtelijk schrijven. 4 oktober 1940. De Directeur (van een niet nader genoemde gemeentelijke dienst). (Handgeschreven bovenaan:) extra
den Heer Bedryfseconomisch Adviseur,
Raadhuis,
A l h i e r .
7/25/2 M 1 4 October 1940.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 2 September jl.
(No. 1167 Fin. 1940 Dossier 25.9) heb ik de eer U in bylage
dezes een overzicht te doen toekomen van de by myn dienst in
gebruik zynde auto's.
De Directeur, Dit document is een typisch voorbeeld van ambtelijke correspondentie uit de vroege bezettingsperiode. Het betreft een korte, formele begeleidende brief. De directeur van een gemeentelijke dienst reageert op een verzoek om informatie van de Bedrijfseconomisch Adviseur.
- Stijl en taal: Het taalgebruik is uiterst formeel ("heb ik de eer U ... te doen toekomen"). De spelling is conform de toen geldende normen, met gebruik van de 'y' waar we nu 'ij' zouden schrijven ("Bedryfseconomisch", "bylage", "myn", "zynde").
- Administratieve nauwkeurigheid: De brief verwijst zeer specifiek naar eerdere correspondentie (datum en dossiernummer), wat duidt op een strakke bureaucratische structuur binnen de gemeentelijke organisatie.
- Fysieke staat: De brief is gedrukt op grijsachtig doorslagpapier, wat gebruikelijk was voor kopieën of interne archiefstukken. De datum, 4 oktober 1940, plaatst dit document in de eerste maanden van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode begon de bezetter, maar ook het Nederlandse overheidsapparaat zelf, met een strengere inventarisatie van beschikbare middelen.
Het feit dat er specifiek gevraagd wordt naar een overzicht van de "in gebruik zynde auto's" is veelzeggend. Tijdens de oorlog werd brandstof schaars en werden voertuigen vaak gevorderd door de Wehrmacht. De aanstelling van een 'Bedryfseconomisch Adviseur' in het Raadhuis suggereert een drang naar efficiëntie, bezuiniging of centralisatie van middelen onder druk van de oorlogsomstandigheden. Het document illustreert hoe de dagelijkse administratie doorging, maar steeds meer gericht werd op controle over schaars wordende middelen zoals motorvoertuigen.
Samenvatting
Dit document is een typisch voorbeeld van ambtelijke correspondentie uit de vroege bezettingsperiode. Het betreft een korte, formele begeleidende brief. De directeur van een gemeentelijke dienst reageert op een verzoek om informatie van de Bedrijfseconomisch Adviseur.
- Stijl en taal: Het taalgebruik is uiterst formeel ("heb ik de eer U ... te doen toekomen"). De spelling is conform de toen geldende normen, met gebruik van de 'y' waar we nu 'ij' zouden schrijven ("Bedryfseconomisch", "bylage", "myn", "zynde").
- Administratieve nauwkeurigheid: De brief verwijst zeer specifiek naar eerdere correspondentie (datum en dossiernummer), wat duidt op een strakke bureaucratische structuur binnen de gemeentelijke organisatie.
- Fysieke staat: De brief is gedrukt op grijsachtig doorslagpapier, wat gebruikelijk was voor kopieën of interne archiefstukken.
Historische Context
De datum, 4 oktober 1940, plaatst dit document in de eerste maanden van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode begon de bezetter, maar ook het Nederlandse overheidsapparaat zelf, met een strengere inventarisatie van beschikbare middelen.
Het feit dat er specifiek gevraagd wordt naar een overzicht van de "in gebruik zynde auto's" is veelzeggend. Tijdens de oorlog werd brandstof schaars en werden voertuigen vaak gevorderd door de Wehrmacht. De aanstelling van een 'Bedryfseconomisch Adviseur' in het Raadhuis suggereert een drang naar efficiëntie, bezuiniging of centralisatie van middelen onder druk van de oorlogsomstandigheden. Het document illustreert hoe de dagelijkse administratie doorging, maar steeds meer gericht werd op controle over schaars wordende middelen zoals motorvoertuigen.