Officieel extract (uittreksel) uit het Boek der Besluiten van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam.
Origineel
Officieel extract (uittreksel) uit het Boek der Besluiten van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam. Vrijdag 27 januari 1939. [Linksboven in paars stempel en potlood:]
№ 153 - L.M. 1939
№ 4/2/1 M. 1939 11/2
No.100 Fin.1939.
[Rechtsboven handgeschreven:]
Moerbro [?]
n.v. Dir. Who [?]
H. Sipman
H. Uylbe [?]
[Rechtsboven getypt:]
Regelen betreffende besteding van gelden door diensten en bedrijven voor propaganda, reclame en publiciteit.
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten van
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam.
Vrijdag, 27 Januari 1939.
De Wethouder voor de Financiën deelt aan de Vergadering mede, dat hem herhaaldelijk is gebleken, dat de verschillende diensten en bedrijven uitgaven voor propaganda, reclame en publiciteit doen, zonder dat Burgemeester en Wethouders op de hoogte zijn gebracht van den aard en omvang dier uitgaven. Het komt hem voor, dat dit niet wenschelijk is en dat vooral bij deze onderwerpen Burgemeester en Wethouders en althans de Wethouder onder wien de betrokken dienst of het bedrijf ressorteert, volkomen op de hoogte omtrent de besteding dezer gelden behooren te zijn. Hij is van oordeel, dat het wenschelijk is hieromtrent zekere regelen vast te stellen en stelt mitsdien voor het volgende besluit te nemen, waarmede de Vergadering zich vereenigt.
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam;
B e s l u i t e n :
ten aanzien van het doen van uitgaven door diensten en bedrijven, in verband met propaganda, reclame en publiciteit, de volgende regelen vast te stellen:
a. de hoofden van diensten en bedrijven zullen jaarlijks vóór den aanvang van het dienstjaar (wat 1939 betreft zoo spoedig mogelijk) bij den Burgemeester of bij den Wethouder onder wien hun dienst of bedrijf ressorteert voorstellen indienen betreffende de besteding der gelden, welke op de begrooting van den dienst of het bedrijf voor deze doeleinden zijn uitgetrokken;
b. indien in den loop van het jaar het wenschelijk mocht blijken de beschikbare gelden anders te besteden dan in het voornemen lag, zullen de hoofden van diensten en bedrijven met den Burgemeester of met den onder a. bedoelden Wethouder overleg plegen;
c. de hoofden van diensten en bedrijven zullen geen propagandageschriften, reclameuitgiften, e.d. doen verschijnen vóór daarvan inzage is gegeven aan den Burgemeester of aan den Wethouder onder wien hun dienst of bedrijf ressorteert.
Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdeeling Financiën (15 stuks) en voorts aan alle overige afdeelingen der Gemeentesecretarie, met opdracht voor doorzending naar alle hoofden van dienst zorg te dragen, alsmede aan het Bureau Gemeentesecretaris (5 stuks), den Gemeente-ontvanger en het Pensioenbureau.
EL
Voor eensluidend extract,
de Secretaris,
(get.) VAN LIER. Dit document is een besluit van het Amsterdamse college van B&W om de grip op de gemeentelijke communicatie en de bijbehorende kosten te versterken. De kern van het besluit is drieledig:
1. Budgettaire controle: Diensten moeten jaarlijks vooraf een plan indienen voor hun reclame-uitgaven.
2. Flexibiliteit onder toezicht: Wijzigingen in de besteding gedurende het jaar mogen alleen na overleg met de verantwoordelijke bestuurder.
3. Inhoudelijke censuur/toezicht: Geen enkele publicatie (folders, geschriften) mag gedrukt worden voordat de politieke leiding deze heeft ingezien.
Het document getuigt van een verschuiving naar een meer gecentraliseerd bestuur, waarbij de autonomie van individuele gemeentediensten (zoals de reiniging, het GEB of de tram) op het gebied van publieksvoorlichting wordt ingeperkt ten gunste van een eenduidig beleid en strakke financiële controle. Het jaar 1939 markeert een periode van grote spanning en economische onzekerheid in Nederland, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. In Amsterdam was de noodzaak voor een efficiënt financieel beheer groot na de crisisjaren '30.
De genoemde secretaris, Mr. M.J. van Lier, was een invloedrijk figuur binnen het Amsterdamse stadsbestuur. De handgeschreven namen bovenin duiden waarschijnlijk op de interne circulatie binnen de afdeling Financiën of de Gemeentesecretarie, waarbij verschillende ambtenaren het document voor 'gezien' hebben geparafeerd. Het besluit laat zien dat 'propaganda' (een term die destijds nog een neutrale betekenis had voor overheidscommunicatie) een serieuze post op de begroting was geworden die politieke sturing behoefde.