Ambtelijke brief / Geleidebrief.
Origineel
Ambtelijke brief / Geleidebrief. Omstreeks augustus/september 1940 (referentie naar schrijven van 30 augustus 1940). Onbekend (waarschijnlijk een ambtenaar of beheerder van een gemeentelijke markt). [Linkerbovenhoek:]
10/4/12 10/4/40 48
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen
Alhier
Gevolg gevende aan de Uwentzijde verstrekte
opdracht, heb ik de eer U als bijlage dezes een specificatie
te doen toekomen van de post, "Mindere opbrengst
van belastingheffingen f 1720. 44." genoemd in
mijn opgave van de nadelige- en voordeelige
gevolgen van den oorlogstoestand, welke opgave
betrekking had op de maand Juli 1940 en die
met mijn schrijven van 30 Augustus 1940 no 10/4/10 M
aan U werd toegezonden.
~~Ter toelichting~~ Voor de goede orde moge ik ~~nog~~ opmerken,
dat ik in mijn schrijven van 11 Maart 1940
no 10/4/2 m. ter begeleiding van mijn opgave
over de maand Januari 1940, reeds wees op de
onmogelijkheid ~~van~~ van het geven van juiste cijfers
omtrent het nadeel ontstaan door den oorlog-
toestand, omdat andere omstandigheden, met
name weersomstandigheden, mede van
grooten invloed kunnen zijn op de ontvangsten
van ~~marktgelden~~ marktgeld etc.
Ten aanzien van het bedrijf van de
Vischmarkt ~~werd~~ moest daarom ~~ook~~ voor de maand
Juli 1940 ~~de~~ dezelfde wijze van berekening worden
toegepast die ~~ook~~ ik in laatstgenoemden ~~schrijven~~ brief
beschreef. Het document is een ambtelijke verantwoording met betrekking tot de financiële gevolgen van de oorlog voor de gemeentekas. In juli 1940 werd een tekort genoteerd van 1720,44 gulden aan belastinginkomsten (waarschijnlijk marktgeld).
Opvallend is de methodologische discussie: de schrijver benadrukt dat het lastig is om de schade van de "oorlogstoestand" exact te isoleren. Hij voert aan dat externe factoren, zoals de weersomstandigheden, eveneens een grote invloed hebben op de inkomsten van bijvoorbeeld de Vischmarkt. De tekst bevat veel doorhalingen, wat duidt op een conceptversie of een zorgvuldig geformuleerde definitieve brief waarbij de toon tijdens het schrijven werd aangepast (bijv. van "Ter toelichting" naar "Voor de goede orde"). De brief is geschreven in de vroege maanden van de Duitse bezetting van Nederland (juli-augustus 1940). Hoewel de oorlogstoestand een feit was, bleef het Nederlandse civiele bestuur (zoals het college van B&W en de wethouders) grotendeels intact en functioneerde de bureaucratie volgens de bestaande regels.
De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in deze periode een cruciale functie vanwege de opkomende schaarste en de invoering van het distributiestelsel. Dat specifiek de "Vischmarkt" wordt genoemd, is logisch gezien de verstoring van de visserij op de Noordzee door oorlogsactiviteiten en mijnenvelden, wat direct invloed had op de aanvoer en de daaruit voortvloeiende marktbelastingen.