Ambtelijke notitie of conceptverslag.
Origineel
Ambtelijke notitie of conceptverslag. Juli/augustus 1940 (gebaseerd op de tekstuele verwijzing naar juli 1940). Ten aanzien van den Dienst van het
Marktwesen kan deze wijze van berekening
niet worden gevolgd, omdat talrijke wijzigingen
een [doorgehaald: juiste] [doorgehaald: benadering] berekening van het
gemiddelde niet mogelijk [doorgehaald: maakten] maken.
Gemakshalve werd daarom
aangenomen, dat de lagere opbrengst aan
markt- en standplaatsgelden in de maand Juli 1940 ten
opzichte van Juli 1939 het bedrag [doorgehaald: uitmaakte]
dat het financieele nadeel ten gevolge van
den oorlogstoestand tot uitdrukking bracht,
hoewel slechts van één markt, met name
de automarkt, [doorgehaald: gezegd die valt in het] met absolute zekerheid
[doorgehaald: geheel geen opbrengst meer oplevert,] gezegd
kan worden dat zij als gevolg van den oorlogs-
toestand haar [doorgehaald: geen] bron van inkomsten [doorgehaald: meer]
heeft verloren.
D.D.
[Signatuur] * Handschrift: Het document is geschreven in een vlot, geoefend ambtelijk handschrift uit de eerste helft van de 20e eeuw. De vele correcties (zoals het vervangen van "maakten" door "maken" en het herformuleren van de zin over de automarkt) wijzen erop dat dit een concepttekst is of een verslag dat tijdens het schrijven zorgvuldig werd geredigeerd om de juiste nuance te vinden.
* Inhoud: De auteur legt uit waarom een standaardgemiddelde niet bruikbaar is om de oorlogsschade te berekenen voor de markten. Men kiest voor een directe vergelijking tussen de opbrengsten van juli 1939 (vóór de oorlog) en juli 1940 (kort na de Nederlandse capitulatie).
* Specifieke observatie: De "automarkt" wordt apart benoemd als een sector die volledig is stilgevallen. Dit is historisch consistent met de vorderingen van voertuigen en de brandstofschaarste die direct na de Duitse inval in mei 1940 ontstonden.
* Stijl: Het taalgebruik is formeel en juridisch-administratief, herkenbaar aan de 'n'-verbuigingen (den Dienst, den oorlogstoestand). Dit document bevindt zich in de overgangsfase van de Nederlandse administratie naar de bezettingstijd. De ambtenarij probeert de economische ontwrichting die de meidagen van 1940 teweeg hebben gebracht te kwantificeren. De "Dienst van het Marktwezen" was een gemeentelijke instantie (waarschijnlijk in een grote stad als Amsterdam of Rotterdam) verantwoordelijk voor het beheer van markten en het innen van standplaatsgelden. De initialen "D.D." verwijzen vermoedelijk naar de opsteller van het stuk, mogelijk een afdelingshoofd of inspecteur.