Financiële specificatie / bijlage bij een brief.
Origineel
Financiële specificatie / bijlage bij een brief. Omstreeks augustus 1940 (behandelt cijfers van juli 1940). Directeur van het Marktwezen. Wethouder voor Levensmiddelen. Behoort bij brief
van den Directeur van het Marktwezen aan de
Wethouder voor Levensmiddelen
Specificatie van de post
Minder opbrengst van belasting heffingen
(f 1728.44)
Vischmarkt
In de maand Juli van de jaren
1936, 1937 en 1938 werd aan afslag-
gelden (5% v.d. bruto opbrengst) ontvangen:
resp: f 1146.71, 1323.54, 911.93. Totaal f 3382.18
gemiddelde opbrengst in de maand Juli (3 jaren) f 1.127.39.
in de maand Juli 1940 werd ontvangen „ 831.64
nadelig verschil f 295.75
In de maand Juli van de jaren
1936, 1937 en 1938 werd aan aan-
voergelden ontvangen:
resp: f 603.10, 653.81 en 648.52 totaal f 1.905.43
gemiddelde opbrengst in de maand Juli (3 jaren) f 635.14
in de maand Juli 1940 werd ontvangen „ 458.42
nadelig verschil f 176.72
Dienst Marktwezen
Juli opbrengst markt- en standplaatsgelden:
1939 | 1940
Dagmarkten f 10.786.45 | 10.584.30
Weekmarkten 1.320.15 | 1.152.75
Don. en Zat. markten 169.60 | 176.85
Brandstoffenmarkt 1.841.78 | 1.676.04
Automarkt 219.60 | —
Vergunningen (vaste standplaatsen) 2.824.09 | 2.315.76
f 17.161.67 | f 15.905.70 nadelig verschil f 1.255.97
Totaal f 1.728.44 Dit document is een boekhoudkundige verantwoording van een aanzienlijk tekort in de begrote marktinkomsten voor de maand juli 1940. De opsteller vergelijkt de inkomsten van juli 1940 op drie punten:
1. Vischmarkt (Afslaggelden): De opbrengst ligt f 295,75 lager dan het gemiddelde van de jaren 1936-1938.
2. Vischmarkt (Aanvoergelden): De opbrengst ligt f 176,72 lager dan het driejarig gemiddelde.
3. Algemene marktdiensten: Hier wordt een directe vergelijking gemaakt met juli 1939. Bijna alle categorieën vertonen een daling, met name de vergunningen voor vaste standplaatsen en de dagmarkten. Opvallend is dat de inkomsten uit de 'Automarkt' in juli 1940 volledig zijn weggevallen (nihil), wat duidt op de verlamming van de private automarkt aan het begin van de bezetting.
De totale minderopbrengst van f 1.728,44 is de som van de nadelige verschillen van deze drie posten. Het document dateert van kort na de Duitse inval in Nederland (mei 1940). De vergelijking van de cijfers van juli 1940 met de vooroorlogse jaren (1936-1939) weerspiegelt de directe economische impact van de bezetting.
De daling van de inkomsten in de visserijsector en op de reguliere markten kan worden toegeschreven aan verschillende oorzaken:
* Distributie en schaarste: De invoer van goederen stagneerde en de eerste vormen van rantsoenering werden ingevoerd.
* Visserijbeperkingen: De visserij op de Noordzee werd door de bezetter aan strikte banden gelegd vanwege oorlogsgevaar en vluchtgevaar naar Engeland.
* Mobiliteit: De lege post bij de 'Automarkt' is kenmerkend voor de vordering van voertuigen door de Wehrmacht en het gebrek aan brandstof voor burgers.
De geadresseerde, de Wethouder voor Levensmiddelen, bekleedde in deze periode een cruciale functie. De zorg voor de voedselvoorziening en het toezicht op de markten was een van de meest urgente taken van het lokaal bestuur tijdens de vroege bezettingsjaren. Dit document diende waarschijnlijk om de lagere belastingafdracht aan de gemeentekas te verklaren.