Dienstbrief / Ambtelijk schrijven.
Origineel
Dienstbrief / Ambtelijk schrijven. 9 april 1940. De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke instelling of dienst). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier. [Handgeschreven, rechtsboven:]
ten. Mr. Müller
[Handgeschreven, middenboven:]
extra
[Getypt, linksboven:]
VP/HG.
10/4/5 M.
1
[Getypt, rechts:]
9 April 1940.
[Getypt, onderwerp links:]
Voor en nadeelen van den
oorlogstoestand over de
maand Februari 1940.
[Getypt, adres rechts:]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
[Getypt, tekstlichaam:]
Gevolg gevende aan de opdracht vervat in de circu-
laire van Burgemeester en Wethouders d.d. 20 September 1939
(No. 1164/208 Fin. 1939) heb ik de eer in bijlage dezes een
728 L.M.
opgave van de nadeelige en van de voordeelige gevolgen van den
oorlogstoestand in te dienen, welke opgave betrekking heeft op
de maand Februari 1940.
[Getypt, rechtsonder:]
De Directeur,
--- Dit document is een formele begeleidende brief bij een maandelijkse rapportage over de economische en maatschappelijke gevolgen van de oorlogstoestand in Europa voor de lokale voedselvoorziening en/of financiën. De brief is gericht aan de Wethouder voor de Levensmiddelen, wat wijst op een focus op distributie, voorraden of prijzen van voedsel.
Opvallend is de vermelding van zowel "nadeelige" als "voordeelige" gevolgen. Hoewel een oorlogstoestand doorgaans negatief is, konden bepaalde sectoren of overheidsbudgetten tijdelijk profiteren van prijsstijgingen, extra subsidies of een veranderde marktdynamiek door de mobilisatie. De brief verwijst naar een circulaire van september 1939, het moment dat Nederland mobiliseerde na de Duitse inval in Polen, waaruit blijkt dat de overheid direct een monitoringsysteem opzette om de impact van de crisis te meten.
--- De datum van de brief, 9 april 1940, is historisch zeer relevant. Het is exact één maand voor de Duitse inval in Nederland (10 mei 1940). Op de dag dat deze brief werd getikt, vielen Duitse troepen Denemarken en Noorwegen binnen (Operatie Weserübung).
Nederland bevond zich op dat moment in een staat van gewapende neutraliteit en was sinds augustus 1939 gemobiliseerd. De "oorlogstoestand" waar de brief over spreekt, verwijst naar de internationale situatie en de nationale noodtoestanden die van kracht waren, wat leidde tot rantsoenering en strikte overheidsbemoeienis met de economie. De handgeschreven naam "Mr. Müller" verwijst waarschijnlijk naar een hogere ambtenaar of jurist die het document moest beoordelen of archiveren. De term "Alhier" in de adressering geeft aan dat de afzender en de wethouder in hetzelfde stadhuis of in dezelfde gemeente werkzaam waren. Stadhuis