Archief 745
Inventaris 745-311
Pagina 129
Dossier 44
Jaar 1940
Stadsarchief

Bijlage bij een ambtelijke brief (financieel overzicht).

Van: Directeur van het Marktwezen. Aan: Wethouder voor de Levensmiddelen.

Origineel

Bijlage bij een ambtelijke brief (financieel overzicht). Directeur van het Marktwezen. Wethouder voor de Levensmiddelen. Behoort bij brief No. 10/4/5 M. d.d. 9 April 1940 aan den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen van den Directeur van het Marktwezen.

Opgave van de financiëele gevolgen, die het Marktwezen (inclusief het bedrijf van de Centrale Markt en het bedrijf van de Vischmarkt) van den oorlogstoestand ondervindt over de maand Februari 1940.

A. Nadeelige gevolgen.

Salarissen van personeel, dat ter vervanging van gemobiliseerden moest worden aangesteld: ƒ 39,24
Huurderving ontstaan door het als gevolg van de mobilisatie ontbinden van huurovereenkomsten: " 395,84
Mindere opbrengst van belastingheffingen: " 466,10
Hoogere uitgaven door prijsstijging: P.M.
[Totaal:] ƒ 901,18
(onderstreept met dubbele lijn)

B. Voordeelige financiëele gevolgen .

Aan gegradueerde gemobiliseerden minder uitgekeerd dan het normale salaris of loon: ƒ 421,53
Vergoedingen voor het in gebruik geven van kantoor- en pakhuisruimten voor militaire doeleinden: " 97,16
[Totaal:] ƒ 518,69
(onderstreept met dubbele lijn) Dit document is een boekhoudkundige verantwoording van de economische impact van de "oorlogstoestand" op een gemeentelijke dienst (het Marktwezen) in Amsterdam of een vergelijkbare grote Nederlandse stad.

De posten laten een interessant beeld zien van een stad in mobilisatietijd:
1. Personeel: Er moet vervangend personeel worden ingehuurd voor ambtenaren die onder de wapenen zijn geroepen.
2. Vastgoed: De mobilisatie leidde tot het opzeggen van huurcontracten (mogelijk door winkeliers of handelaren die in dienst moesten), wat de gemeente inkomsten kostte.
3. Besparingen: Opvallend is dat de gemeente geld "bespaarde" op gemobiliseerden. In die tijd kregen gemobiliseerde ambtenaren vaak niet hun volledige loon doorbetaald, maar een percentage of een aanvulling op hun soldij, wat hier als een "voordelig gevolg" wordt genoteerd.
4. Militaire inkwartiering: De vergoeding van ƒ 97,16 toont aan dat gebouwen van het Marktwezen (zoals pakhuizen) al door het Nederlandse leger in gebruik waren genomen vóór de eigenlijke inval.

De post "P.M." (Pro Memoria) bij de prijsstijgingen geeft aan dat men wel hogere kosten signaleerde, maar dat deze op dat moment nog niet exact te kwantificeren waren of nog verrekend moesten worden. Het document is gedateerd op 9 april 1940. Dit is exact één maand voordat nazi-Duitsland Nederland binnenviel (10 mei 1940). Hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was, verkeerde het land sinds augustus 1939 in een staat van mobilisatie.

De "oorlogstoestand" waarover gesproken wordt, verwijst naar de ontregeling van de internationale handel en de binnenlandse economie door de oorlog tussen Duitsland, Frankrijk en Engeland (de Phoney War). Het Marktwezen en de Wethouder voor de Levensmiddelen speelden een cruciale rol in de voedselvoorziening en distributie, die door de oorlogsdreiging strenger gereguleerd werd om tekorten te voorkomen. Dit document illustreert de bureaucratische voorbereidingen en de financiële frictie die deze gespannen periode met zich meebracht.

Samenvatting

Dit document is een boekhoudkundige verantwoording van de economische impact van de "oorlogstoestand" op een gemeentelijke dienst (het Marktwezen) in Amsterdam of een vergelijkbare grote Nederlandse stad.

De posten laten een interessant beeld zien van een stad in mobilisatietijd:
1. Personeel: Er moet vervangend personeel worden ingehuurd voor ambtenaren die onder de wapenen zijn geroepen.
2. Vastgoed: De mobilisatie leidde tot het opzeggen van huurcontracten (mogelijk door winkeliers of handelaren die in dienst moesten), wat de gemeente inkomsten kostte.
3. Besparingen: Opvallend is dat de gemeente geld "bespaarde" op gemobiliseerden. In die tijd kregen gemobiliseerde ambtenaren vaak niet hun volledige loon doorbetaald, maar een percentage of een aanvulling op hun soldij, wat hier als een "voordelig gevolg" wordt genoteerd.
4. Militaire inkwartiering: De vergoeding van ƒ 97,16 toont aan dat gebouwen van het Marktwezen (zoals pakhuizen) al door het Nederlandse leger in gebruik waren genomen vóór de eigenlijke inval.

De post "P.M." (Pro Memoria) bij de prijsstijgingen geeft aan dat men wel hogere kosten signaleerde, maar dat deze op dat moment nog niet exact te kwantificeren waren of nog verrekend moesten worden.

Historische Context

Het document is gedateerd op 9 april 1940. Dit is exact één maand voordat nazi-Duitsland Nederland binnenviel (10 mei 1940). Hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was, verkeerde het land sinds augustus 1939 in een staat van mobilisatie.

De "oorlogstoestand" waarover gesproken wordt, verwijst naar de ontregeling van de internationale handel en de binnenlandse economie door de oorlog tussen Duitsland, Frankrijk en Engeland (de Phoney War). Het Marktwezen en de Wethouder voor de Levensmiddelen speelden een cruciale rol in de voedselvoorziening en distributie, die door de oorlogsdreiging strenger gereguleerd werd om tekorten te voorkomen. Dit document illustreert de bureaucratische voorbereidingen en de financiële frictie die deze gespannen periode met zich meebracht.

Kooplieden in dit dossier 26

Gebouw Jan van Galenstraat 8/22 Waterlooplein
Sportveld nabij terrein Waterloosing [doorgehaald]
Stads-bank-van-leening, rek. 49
Strook Visseringkade gratis
Strook Vlissingkade zie 96/12/1 m
Terrein, bestemd voor de uitbreiding van het marktterrein Waterlooplein
Terreinstuk langs kade F id.
Waterleidingen, rek. 43

Gerelateerde Documenten 6