Ambtelijke brief / doorslag van een memorandum.
Origineel
Ambtelijke brief / doorslag van een memorandum. 8 augustus 1940. De Directeur (waarschijnlijk van de Centrale Markt of een gerelateerde gemeentelijke dienst, kenmerk VP/HG). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (Amsterdam). W. Müller
VP/HG
10/23/4 M.
n 3
8 Augustus 1940.
In gebruik geven van gebouwen of
terreinen der Centrale Markt tegen
een lagere huur dan de normale.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Onder terugzending van de met Uw kantbrief d.d. 16 Juli jl. om advies ontvangen stukken no. 416 L.M.1940 heb ik de eer U te berichten, dat mijn Ambtgenoot voor de Publieke Werken in zijn zich onder de stukken bevindend rapport d.d. 8 Juli jl. (No.Crb.2380 Doss.P 200-0-1.) alleen verwijst naar het Besluit van Burgemeester en Wethouders d.d. 17 October 1939 (No.515/147 Kab.Bm./867 L.M.1939), terwijl in mijn rapport d.d. 10 Juni jl. (No.10/23/2 M.) wordt gevraagd of het de bedoeling is, het Besluit van Burgemeester en Wethouders d.d. 12 April 1940 (No.416 L.M.1940) toe te passen. Laatstgenoemd Besluit wijkt mijns inziens in zeer belangrijke mate van het eerste af, omdat het als algemeenen regel voorschrijft, dat, wanneer een gebouw of terrein tegen een lageren prijs dan de normale wordt afgestaan, de normale huur als ontvangst moet worden geboekt, ongeacht het doel, waarvoor het object ter beschikking wordt gesteld. De vraag of de objecten anders niet verhuurd zouden zijn, wordt in het Besluit van 12 April jl. niet in aanmerking genomen.
Het feit, dat, zooals mijn Ambtgenoot in zijn bovenaangehaald rapport d.d. 8 Juli jl. meedeelt, bij de bepaling van den huurprijs rekening moet worden gehouden met den aard van het gebruik, is in strijd met het laatstgenoemde Besluit, dat, ongeacht het doel waarvoor het object wordt gebruikt, boeking van den normalen huurprijs voorschrijft. De normale huurprijs voor de reserveterreinen der Centrale Markt is die, welke daarvoor als industrie-terrein kan worden bedongen en niet de prijs van het doel waarvoor zij thans toevallig dienen: sportvelden of oefenterreinen.
Ik meen, dat hiermede de dezerzijds voorgestelde prijzen, vermeld in de bijlage van mijn bovenaangehaald rapport d.d. 10 Juni jl. zijn gerechtvaardigd.
De Directeur, Dit document betreft een intern administratief geschil binnen de gemeente Amsterdam (gezien de verwijzing naar de Centrale Markt) over boekhoudkundige principes. De kern van de zaak is de waardering van gemeentelijke eigendommen die voor maatschappelijke doelen (zoals sportvelden) worden gebruikt.
Er is een conflict tussen twee besluiten van B&W:
1. Besluit van oktober 1939: Dit lijkt toe te staan dat de huurprijs wordt aangepast aan de aard van het gebruik.
2. Besluit van april 1940: Dit voert een strikter boekhoudkundig principe in. Ongeacht de werkelijke (lagere) huur die betaald wordt, moet de "normale" marktwaarde in de boeken worden genoteerd als ontvangst. Dit dient om de werkelijke kosten van dergelijke 'subsidies' in natura inzichtelijk te maken.
De Directeur argumenteert dat voor de reserveterreinen van de Centrale Markt de industriële huurprijs de norm moet zijn, ook al worden ze nu "toevallig" als sportveld gebruikt. Hij wijst hiermee het standpunt van zijn collega van Publieke Werken af en verdedigt zijn eigen eerdere prijsvoorstellen. De brief is gedateerd op 8 augustus 1940, slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Ondanks de bezetting bleef de gemeentelijke bureaucratie in eerste instantie grotendeels op de oude voet doorfunctioneren. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was een cruciale post in die tijd vanwege de opkomende schaarste en distributie.
De naam "W. Müller" rechtsboven kan duiden op een Duitse toezichthouder (Verwalter) of een ambtenaar die het dossier heeft behandeld. De Centrale Markt in Amsterdam (het huidige Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) was destijds een vitaal knooppunt voor de voedselvoorziening van de stad. De discussie over de "normale huurprijs" versus de "gebruiksprijs" voor reserveterreinen laat zien dat zelfs in oorlogstijd de ambtelijke molens over budgettaire precisie doordraaiden.