Archief 745
Inventaris 745-311
Pagina 269
Dossier 4
Jaar 1940
Stadsarchief

Extract uit het Boek der Besluiten van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam.

30 augustus 1940.

Origineel

Extract uit het Boek der Besluiten van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam. 30 augustus 1940. [Stempel linksboven:] Nº 10/23/5 M. 1940 2/9
No.12/105 P.W.1938.
416 Lm. 1940

[Handgeschreven rechtsboven:] Markts.

In gebruik geven van gebouwen of terreinen tegen een lagere huur dan de normale.

E x t r a c t

uit het Boek der Besluiten van

Burgemeester en Wethouders van Amsterdam.

Vrijdag, 30 Augustus 1940.

[Handgeschreven in de rechter marge in zwart en rood potlood/inkt, deels onleesbaar:] in drie WB / per Sigmond / Hoofden [?]

Op voorstel van den Wethouder voor de Publieke Werken neemt de vergadering het volgende besluit:
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam;
Gelet op hun besluit van 12 April 1940, waarbij als algemeene regel is gesteld, dat, indien een gebouw of een terrein tegen een huur, lager dan die, welke bij verhuring op normale wijze werkelijk te bedingen zou zijn, wordt afgestaan, ongeacht het doel, waarvoor het object ter beschikking wordt gesteld en ongeacht het bedrijf of den dienst, waartoe het behoort, de normale huur als ontvangst wordt geboekt en de verleende reductie als uitgave ten laste van het hoofdstuk van de begrooting, waarin die reductie, in verband met het doel, waarvoor het object ter beschikking is gesteld, behoort;

B e s l u i t e n :

ter uitvoering van voormeld besluit te bepalen:
I. met ingang van 1 Januari 1941 [jaartal rood onderstreept] zullen de op voormeld besluit betrekking hebbende, loopende huurovereenkomsten met de strekking van dat besluit in overeenstemming [onderstreept] moeten zijn gebracht;
II. in den aanhef van een huurovereenkomst, betreffende een gebouw of een terrein, hetwelk tegen een geringer bedrag dan de normale huurwaarde bedraagt, in huur wordt afgestaan, wordt de normale huursom vermeld [onderstreept]; aan het einde dier overeenkomst wordt vermeld, dat voor het object, zoolang dit gedurende den huurtijd voor het gestelde doel wordt gebruikt slechts wordt gevorderd het huurbedrag van f. ......... (dit bedrag voor ieder geval door Burgemeester en Wethouders te bepalen);
III. op den aan den Raad jaarlijks aan te bieden staat van verschijnende huren te vermelden den normalen huurprijs van het gebouw of terrein, met dien verstande, dat in de kolom "Opmerkingen" van dien staat bij den betreffenden post wordt vermeld: de huurder betaalt van dit bedrag f. ......... ; de rest komt, als steun van het doel, waarvoor het object is verhuurd, ten laste van de Gemeente.

Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdeelingen Publieke Werken (6 stuks) en Financiën (4 stuks) en voorts aan alle overige afdeelingen der Gemeentesecretarie, alsmede aan het Bureau Gemeentesecretaris (5 stuks), het Pensioenbureau en den Gemeenteontvanger.

Voor eensluidend extract,
de Secretaris,
(get.) VAN LIER. Dit document betreft een administratieve verordening van het college van Burgemeester en Wethouders (B&W) van Amsterdam. De kern van het besluit is een boekhoudkundige uniformering: wanneer de gemeente vastgoed verhuurt onder de marktprijs (bijvoorbeeld aan maatschappelijke organisaties), moet in de boeken toch de 'normale' huurwaarde worden opgenomen. Het verschil tussen de normale huur en de daadwerkelijk betaalde huur wordt expliciet geboekt als een subsidie ("steun") ten laste van de gemeentebegroting.

De belangrijkste punten uit de regeling zijn:
1. Transparantie: Door de normale huurwaarde te noteren, wordt inzichtelijk hoeveel indirecte steun de gemeente verleent aan specifieke doelen of organisaties.
2. Contractvorming: Nieuwe en bestaande huurcontracten moeten vanaf 1941 expliciet beide bedragen (de marktwaarde en de gereduceerde prijs) vermelden.
3. Rapportage: In de jaarlijkse overzichten aan de Gemeenteraad moet deze constructie helder worden toegelicht in de kolom "Opmerkingen".

Het document toont de strakke bureaucratische controle op de gemeentelijke financiën en het vastgoedbeheer, waarbij gezocht wordt naar een methode om verborgen subsidies zichtbaar te maken in de begroting. Het besluit is genomen op 30 augustus 1940, ruim drie maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de bezettingsmacht invloed begon uit te oefenen op het openbaar bestuur, bleven de reguliere administratieve processen van de gemeente Amsterdam vooralsnog grotendeels intact. Ambtenaren en het college van B&W hielden zich bezig met de voortzetting van het dagelijks bestuur.

Secretaris Van Lier, die het document ondertekende, was de hoogste ambtenaar van de gemeente. Het feit dat dit besluit voortborduurt op een besluit van 12 april 1940 (vóór de inval), wijst erop dat dit een lopende administratieve hervorming was die onverstoord werd doorgezet. De focus op "steun" en begrotingsdiscipline is typerend voor de Nederlandse bestuurscultuur, ook in oorlogstijd, waarbij men trachtte de gemeentelijke huishouding volgens strikte regels te blijven voeren. De rode onderstrepingen en handgeschreven kanttekeningen suggereren dat dit specifieke afschrift intensief is gebruikt voor de uitvoering binnen de afdeling Publieke Werken of Financiën.

Samenvatting

Dit document betreft een administratieve verordening van het college van Burgemeester en Wethouders (B&W) van Amsterdam. De kern van het besluit is een boekhoudkundige uniformering: wanneer de gemeente vastgoed verhuurt onder de marktprijs (bijvoorbeeld aan maatschappelijke organisaties), moet in de boeken toch de 'normale' huurwaarde worden opgenomen. Het verschil tussen de normale huur en de daadwerkelijk betaalde huur wordt expliciet geboekt als een subsidie ("steun") ten laste van de gemeentebegroting.

De belangrijkste punten uit de regeling zijn:
1. Transparantie: Door de normale huurwaarde te noteren, wordt inzichtelijk hoeveel indirecte steun de gemeente verleent aan specifieke doelen of organisaties.
2. Contractvorming: Nieuwe en bestaande huurcontracten moeten vanaf 1941 expliciet beide bedragen (de marktwaarde en de gereduceerde prijs) vermelden.
3. Rapportage: In de jaarlijkse overzichten aan de Gemeenteraad moet deze constructie helder worden toegelicht in de kolom "Opmerkingen".

Het document toont de strakke bureaucratische controle op de gemeentelijke financiën en het vastgoedbeheer, waarbij gezocht wordt naar een methode om verborgen subsidies zichtbaar te maken in de begroting.

Historische Context

Het besluit is genomen op 30 augustus 1940, ruim drie maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de bezettingsmacht invloed begon uit te oefenen op het openbaar bestuur, bleven de reguliere administratieve processen van de gemeente Amsterdam vooralsnog grotendeels intact. Ambtenaren en het college van B&W hielden zich bezig met de voortzetting van het dagelijks bestuur.

Secretaris Van Lier, die het document ondertekende, was de hoogste ambtenaar van de gemeente. Het feit dat dit besluit voortborduurt op een besluit van 12 april 1940 (vóór de inval), wijst erop dat dit een lopende administratieve hervorming was die onverstoord werd doorgezet. De focus op "steun" en begrotingsdiscipline is typerend voor de Nederlandse bestuurscultuur, ook in oorlogstijd, waarbij men trachtte de gemeentelijke huishouding volgens strikte regels te blijven voeren. De rode onderstrepingen en handgeschreven kanttekeningen suggereren dat dit specifieke afschrift intensief is gebruikt voor de uitvoering binnen de afdeling Publieke Werken of Financiën.

Kooplieden in dit dossier 26

Gebouw Jan van Galenstraat 8/22 Waterlooplein
Sportveld nabij terrein Waterloosing [doorgehaald]
Stads-bank-van-leening, rek. 49
Strook Visseringkade gratis
Strook Vlissingkade zie 96/12/1 m
Terrein, bestemd voor de uitbreiding van het marktterrein Waterlooplein
Terreinstuk langs kade F id.
Waterleidingen, rek. 43

Gerelateerde Documenten 6