Getypte brief (doorslag op dun papier).
Origineel
Getypte brief (doorslag op dun papier). 11 juli 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen). [Handgeschreven: extra]
M/HG.
10/32/1 N.
/
11 Juli 1940.
Maandelijksch overzicht over
Juni 1940 van ontvangsten en
uitgaven dienst Marktwezen.
den Heer Wethouder
voor de levensmiddelen,
A l h i e r .
Gevolg gevende aan de opdracht vervat in de circu-
laire van Uw Ambtsgenoot voor de Financiën d.d. 20 Juli 1939
(no. 909/203 Fin. 1939), heb ik de eer U in bijlage dezes een
overzicht over de maand Juni 1940 te doen toekomen.
De ramingen op de verschillende nummers van de be-
grooting van uitgaven van den dienst van het Marktwezen
voor het dienstjaar 1940 zullen, naar ik verwacht, voldoende
zijn.
Ten aanzien van volgno. 87 (markt-, standplaats- en
ventgelden) van de begrooting van ontvangsten van dezen
dienst voor genoemd dienstjaar meen ik als mijn verwachting
te moeten uitspreken, dat, in verband met de buitengewone
tijdsomstandigheden, een opbrengst te verwachten is welke
met ongeveer ƒ 10.000,- beneden het geraamde bedrag ad
ƒ 166.000,- zal blijven.
De Directeur, In deze brief rapporteert de directeur van de Dienst van het Marktwezen aan de wethouder voor levensmiddelen over de financiële situatie van juni 1940. De belangrijkste punten zijn:
- Verantwoording: De directeur stuurt een maandelijks overzicht van inkomsten en uitgaven, zoals voorgeschreven door een circulaire uit 1939.
- Uitgaven: De begrote uitgaven voor het dienstjaar 1940 lijken volgens de directeur toereikend.
- Inkomsten: Er wordt een tekort aan inkomsten voorzien. Specifiek voor de "markt-, standplaats- en ventgelden" wordt verwacht dat de opbrengst circa 10.000 gulden lager zal uitvallen dan de begrote 166.000 gulden.
- Oorzaak: De directeur wijst de "buitengewone tijdsomstandigheden" aan als oorzaak voor deze lagere inkomsten. De datum van de brief, 11 juli 1940, is cruciaal. De Nederlanden waren op dat moment net twee maanden bezet door nazi-Duitsland (na de capitulatie in mei 1940). De term "buitengewone tijdsomstandigheden" is een ambtelijk eufemisme voor de staat van oorlog en de gevolgen van de bezetting.
De lagere inkomsten uit markt- en ventgelden zijn een direct gevolg van de ontregeling van het dagelijks leven: door de oorlogssituatie, de beginnende schaarste aan goederen en de invoering van distributiemaatregelen was er minder handel op de openbare markten, wat leidde tot minder inkomsten voor de gemeente. Het document illustreert hoe de lokale bureaucratie probeerde de normale bedrijfsvoering voort te zetten onder de nieuwe, beperkende omstandigheden van de bezetting. Marktwezen