Archief 745
Inventaris 745-311
Pagina 320
Dossier 7
Jaar 1940
Stadsarchief

Dienstmededeling / Circulaire van de Gemeente Amsterdam.

27 juli 1940. Van: Gemeente Amsterdam.

Origineel

Dienstmededeling / Circulaire van de Gemeente Amsterdam. 27 juli 1940. Gemeente Amsterdam. Nº 10/33 // M. 1040²⁹
GEMEENTE AMSTERDAM
No. 100/82ª A.Z. Amsterdam, 27 Juli 1940.

In de Verordening van den Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied betreffende de vergoeding voor verrichtingen ten behoeve van de Duitsche weermacht in Nederland, (z.g. regelmatige, R.-verrichtingen), vastgesteld 16 Juli 1940, is onder paragraaf 3 o.m. het volgende bepaald:

" (2) Het verzoek om vergoeding moet bij de Nederlandsche gemeente, binnen welker gebied degene, die recht op vergoeding heeft, zijn woonplaats heeft, of, wanneer de Gemeente zelf iets verricht heeft, door deze bij den Commissaris, genoemd in art.143 der Grondwet, ingediend worden.
(3) Ten aanzien van alle R-verrichtingen, die tot en met 30 Juni 1940 geschied zijn, moet het verzoek om vergoeding in den tijd van 1 Juli tot en met 31 Augustus 1940 ingediend worden. Op later ingediende verzoeken wordt geen acht geslagen.
(4) Ten aanzien van R-verrichtingen, die na 30 Juni 1940 geschieden, moet het verzoek om vergoeding ingediend worden uiterlijk op den 15den van de maand, die volgt op de maand, waarin de verrichting geschiedde. Op verzoeken, welke niet binnen dezen termijn ingediend zijn, wordt geen acht geslagen".

In verband hiermede deel ik U mede, dat de verzoeken om toekenning van een vergoeding voor regelmatige verrichtingen ten behoeve van de Duitsche weermacht, moeten worden ingediend bij het Bureau van den Stadsingenieur, Raadhuis, kamer 267. Dit bureau is dagelijks geopend van 9 – 3 uur (Zaterdags van 9 – 12 uur).

De gegrondheid van het verzoek moet bewezen worden:
a. door overlegging van de door de Duitsche Weermacht afgegeven verklaring van hetgeen verricht is of van het ontvangstbewijs, dat door de Duitsche Weermacht is afgegeven, of door
b. afgifte van een verklaring, met opgave van getuigen of ander bewijsmateriaal. Formulieren van laatstbedoelde verklaring zijn kosteloos verkrijgbaar bij het bovengenoemde Bureau van den Stadsingenieur.

Tot de R-verrichtingen behooren niet:
1. het ten gebruike geven van stukken grond en gebouwen;
2. het verschaffen van kwartier (hiervoor wordt de vergoeding afzonderlijk geregeld);
3. leveringen of verrichtingen ten behoeve van organen van het Duitsche Rijk, die niet tot de Duitsche Weermacht behooren (hiervoor wordt de vergoeding afzonderlijk geregeld);
4. de schade, die door de oorlogsvoering of door de bezetting veroorzaakt is (hiervoor wordt de vergoeding afzonderlijk geregeld).

Aan Heeren Hoofden van Diensten
en Bedrijven. Dit document is een officiële bekendmaking van de Gemeente Amsterdam over de procedure voor het declareren van kosten die zijn gemaakt voor diensten aan de Duitse bezetter.

Kernpunten:
* R-verrichtingen: Dit zijn 'regelmatige verrichtingen' (zoals arbeid of levering van diensten) ten behoeve van de Wehrmacht.
* Strikte termijnen: Voor diensten vóór 30 juni 1940 gold een deadline van 31 augustus 1940. Voor latere diensten gold een zeer korte termijn: uiterlijk de 15e van de volgende maand.
* Bewijslast: Men moest een officieel Duits bewijs overleggen of werken met getuigenverklaringen op speciale formulieren.
* Locatie: Het 'Bureau van den Stadsingenieur' in het Raadhuis (Kamer 267) was het centrale punt voor deze administratie.
* Uitsluitingen: Inkwartiering (huisvesting van soldaten), oorlogsschade en diensten aan civiele Duitse organen vielen buiten deze specifieke regeling. Het document dateert van juli 1940, slechts twee maanden na de Nederlandse capitulatie. In deze vroege fase van de bezetting probeerde het Duitse bestuur (onder Rijkscommissaris Seyss-Inquart) de economie en de maatschappelijke orde draaiende te houden door gebruik te maken van de bestaande Nederlandse overheidsapparaten.

De vergoedingen die hier worden besproken, werden formeel door de Nederlandse gemeenten afgehandeld, maar uiteindelijk gefinancierd uit de zogenaamde 'bezettingskosten' die Nederland zelf moest opbrengen. Het document illustreert hoe de Nederlandse bureaucreatie (in dit geval de gemeente Amsterdam) direct werd ingeschakeld om de logistieke en financiële afwikkeling van de Duitse aanwezigheid te faciliteren. Het gebruik van termen als "art. 143 der Grondwet" toont aan dat men probeerde de bezettingsmaatregelen binnen het bestaande Nederlandse wettelijke kader te passen.

Samenvatting

Dit document is een officiële bekendmaking van de Gemeente Amsterdam over de procedure voor het declareren van kosten die zijn gemaakt voor diensten aan de Duitse bezetter.

Kernpunten:
* R-verrichtingen: Dit zijn 'regelmatige verrichtingen' (zoals arbeid of levering van diensten) ten behoeve van de Wehrmacht.
* Strikte termijnen: Voor diensten vóór 30 juni 1940 gold een deadline van 31 augustus 1940. Voor latere diensten gold een zeer korte termijn: uiterlijk de 15e van de volgende maand.
* Bewijslast: Men moest een officieel Duits bewijs overleggen of werken met getuigenverklaringen op speciale formulieren.
* Locatie: Het 'Bureau van den Stadsingenieur' in het Raadhuis (Kamer 267) was het centrale punt voor deze administratie.
* Uitsluitingen: Inkwartiering (huisvesting van soldaten), oorlogsschade en diensten aan civiele Duitse organen vielen buiten deze specifieke regeling.

Historische Context

Het document dateert van juli 1940, slechts twee maanden na de Nederlandse capitulatie. In deze vroege fase van de bezetting probeerde het Duitse bestuur (onder Rijkscommissaris Seyss-Inquart) de economie en de maatschappelijke orde draaiende te houden door gebruik te maken van de bestaande Nederlandse overheidsapparaten.

De vergoedingen die hier worden besproken, werden formeel door de Nederlandse gemeenten afgehandeld, maar uiteindelijk gefinancierd uit de zogenaamde 'bezettingskosten' die Nederland zelf moest opbrengen. Het document illustreert hoe de Nederlandse bureaucreatie (in dit geval de gemeente Amsterdam) direct werd ingeschakeld om de logistieke en financiële afwikkeling van de Duitse aanwezigheid te faciliteren. Het gebruik van termen als "art. 143 der Grondwet" toont aan dat men probeerde de bezettingsmaatregelen binnen het bestaande Nederlandse wettelijke kader te passen.

Locaties

Het 'Bureau van den Stadsingenieur' in het Raadhuis (Kamer 267) was het centrale punt voor deze administratie.

Kooplieden in dit dossier 26

Gebouw Jan van Galenstraat 8/22 Waterlooplein
Sportveld nabij terrein Waterloosing [doorgehaald]
Stads-bank-van-leening, rek. 49
Strook Visseringkade gratis
Strook Vlissingkade zie 96/12/1 m
Terrein, bestemd voor de uitbreiding van het marktterrein Waterlooplein
Terreinstuk langs kade F id.
Waterleidingen, rek. 43

Gerelateerde Documenten 6