Extract uit het Boek der Besluiten van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam.
Origineel
Extract uit het Boek der Besluiten van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam. Dinsdag, 2 juli 1940. No. 536 L.M.1940.
Geheim
No.721/20.7 Fin.1940.
Vaststelling enkele richtlijnen bij de behandeling van financieele aangelegenheden in verband met requisities door de bezettende Duitsche macht.
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten van
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam
Dinsdag, 2 Juli 1940.
De Voorzitter herinnert eraan, dat in de vergadering van 26 Juni j.l. is ter sprake geweest de vraag, of met het geven van voorschotten aan hen, die vorderingen op de Duitsche autoriteiten hebben ter zake van requisities of leveringen, niet verder moet worden gegaan dan het verstrekken van een bedrag aan kasmiddelen, noodig voor de instandhouding van het bedrijf, zooals in het besluit van 3 Juni j.l. is bepaald.
Zooals in de vergadering van 26 Juni j.l. is toegezegd, heeft spreker hierover een bespreking gehad met den Wethouder voor de Financiën en den Stadsingenieur. Hierbij bleek, dat men het erover eens was, dat het, nu de definitieve regeling van de vergoedingen door de Duitsche Weermacht veel langer op zich laat wachten dan oorspronkelijk was gedacht en mede ten einde een goede verstandhouding met de Duitsche autoriteiten te behouden, gewenscht is, met het geven van voorschotten verder te gaan dan in het besluit van 3 Juni j.l. is bepaald, door n.l. voorschotten te geven in een zekere verhouding tot het bedrag of het vermoedelijke bedrag der vordering.
In verband hiermede zal punt 5 van het besluit van 3 Juni j.l. dienen te worden gewijzigd en dienen te luiden, zooals is omschreven in punt 5 van het nieuwe besluit, dat de Voorzitter aan de vergadering ter vaststelling aanbiedt en dat overigens gelijkluidend is aan dat van 3 Juni j.l.
Wordt dienovereenkomstig besloten, dan zal in den regel een onderzoek van de afdeeling Financiën omtrent de aanvragen om voorschotten niet meer noodig zijn.
Op voorstel van den Voorzitter neemt de Vergadering hierop het volgende besluit:
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam
B e s l u i t e n :
onder intrekking van hun besluit van 3 Juni 1940, No. 721/20.7 F.1940 (geheim), te bepalen als volgt: Dit document markeert een belangrijke beleidswijziging in de vroege fase van de Duitse bezetting van Amsterdam. Het kernpunt is de versoepeling van de regeling voor voorschotten aan burgers en bedrijven wier bezittingen (zoals auto's of goederen) door de Duitsers in beslag zijn genomen ("requisities").
- De verandering: Waar het eerdere besluit (3 juni 1940) alleen voorschotten toestond voor de directe overleving van een bedrijf, besluit men nu om ruimere voorschotten te geven die in directe verhouding staan tot de totale waarde van de vordering.
- Administratieve vereenvoudiging: Door deze nieuwe maatregel hoeft de afdeling Financiën minder onderzoek te doen naar de individuele noodzaak van de aanvrager, wat de afwikkeling versnelt.
- Motivatie: De gemeente erkent dat de Duitse Weermacht niet snel uitbetaalt. Men kiest voor deze ruimere regeling om de economische schade te beperken, maar expliciet ook om de "goede verstandhouding" met de bezetter te handhaven. Het document dateert van 2 juli 1940, minder dan twee maanden na de Nederlandse capitulatie. In deze periode trachtte het Nederlandse civiele bestuur (zoals het college van B&W) de stad draaiende te houden binnen de nieuwe realiteit van de bezetting.
Requisities door het Duitse leger waren een enorme bron van frustratie en financiële instabiliteit voor de bevolking. De bezetter vorderde op grote schaal transportmiddelen, brandstof en voorraden. Omdat de Duitse militaire bureaucreatie traag was met compensatie, moest de gemeente Amsterdam bijspringen met gemeenschapsgeld om te voorkomen dat lokale ondernemingen failliet zouden gaan. Dit document toont de delicate balans die de gemeente zocht tussen het ondersteunen van de eigen burgers en het meewerken met de bezettende macht. De aanduiding "Geheim" onderstreept de politieke gevoeligheid van financiële regelingen die direct verband hielden met de behoeften van de Wehrmacht.