Begrotingsdocument / Financieel jaarverslag.
Origineel
Begrotingsdocument / Financieel jaarverslag. Betreft de begrotingsjaren 1947 en 1948, met werkelijke cijfers (rekening) over 1946. [Pagina 4]
Bijlage XXIII — 4
TOELICHTING.
Gewone Dienst.
BATEN.
Ad art. 1. Huren van pakhuizen, kantoren, winkels en pachten van café, cantine, veilingen, etc.
Ad art. 3. Opbrengst der van inkopers, kopers en anderen te heffen entreegelden.
Ad art. 4. Opbrengst van de door verkopers (grossiers) te betalen bedragen wegens het bezetten van verkoopplaatsen.
Ad art. 5. Opbrengst van de door gebruikers van vaartuigen te betalen vergoeding voor het gebruik maken van de havens en kaden.
Ad art. 9. In deze post is begrepen een vergoeding, te betalen door de Dienst van het Marktwezen en het bedrijf van de Vismarkt, voor het gebruik maken van kantoorruimten.
LASTEN.
Ad art. 1.
a Jaarwedden. — Reken. 1946 — Begr. 1947 — Begr. 1948
| Aantal op 1 April '47 | Begr. 1947 | Begr. 1948 | Reken. 1946 | Begr. 1947 | Begr. 1948 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Aandeel in de salarissen, te betalen aan de Dienst Marktwezen.... | ƒ 21.205,79 | ƒ 18.500.— | ƒ 20.000.— | |||
| Controlerend personeel. | ||||||
| 1 | 1 | 1 | bedrijfschef ................. | „ 4.986,56 | „ 5.509.— | „ 6.649.— |
| 2 | 2 | 2 | marktmeesters ............... | „ 6.686,94 | „ 6.516.— | „ 6.516.— |
| 1 | 1 | 1 | marktopzichter ............... | „ 2.820.— | „ 2.740.— | „ 2.740.— |
| 25 | 25 | 25 | contrôleurs .................. | „ 73.439,34 | „ 69.043.— | „ 69.050.— |
| Vervangingstoelagen ........... | „ 2.232,64 | „ 2.213.— | „ 1.500.— | |||
| Extra toelagen ............... | „ 606,25 | „ — | „ 600.— | |||
| Overwerk ..................... | „ 598,59 | „ 1.000.— | „ 1.000.— | |||
| Kastoelagen ................... | „ 8.— | „ 10.— | „ 10.— | |||
| Gratificaties .................. | „ — | „ 150.— | „ 500.— | |||
| Uitkering in eens .............. | „ 261,41 | „ — | „ — | |||
| Technische dienst. | ||||||
| 1 | 1 | 1 | Chef technische dienst ......... | „ 5.356,25 | „ 5.302.— | „ 5.302.— |
| 1 | 2 | 1 | Technische opzichters ......... | „ 5.481,46 | „ 7.483.— | „ 3.631.— |
| 1 | — | 1 | Opzichter koelhuis ............ | „ — | „ — | „ 3.093.— |
| Overwerk ..................... | „ — | „ 15.— | „ 1.000.— | |||
| ƒ 123.683,23 | ƒ 118.481.— | ƒ 121.591.— | ||||
| Positieverbetering en afronding .. | „ 1.019.— | „ 909.— | ||||
| --- | --- | --- | --- | --- | --- | |
| 32 | 32 | 32 | ƒ 123.683,23 | ƒ 119.500.— | ƒ 122.500.— |
[Pagina 5]
5 — Centrale Markt
| Aantal op 1 April '47 | Begr. 1947 | Begr. 1948 | b. Arbeidslonen. | Reken. 1946 | Begr. 1947 | Begr. 1948 |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 9 | 6 | 9 | Werklieden ................... | ƒ 15.857,46 | ƒ 15.274.— | ƒ 22.654.— |
| af: loon bij ziekte, vacantie e.d. | „ 805,38 | „ 2.000.— | „ 2.000.— | |||
| ƒ 15.052,08 | ƒ 13.274.— | ƒ 20.654.— | ||||
| Extra personeel ............... | „ — | „ — | „ 2.400.— | |||
| Overwerk ..................... | „ 175,63 | „ 100.— | „ 350.— | |||
| Gratificaties .................. | „ — | „ 70.— | „ 50.— | |||
| Afronding ..................... | „ — | „ 56.— | „ 46.— | |||
| --- | --- | --- | --- | --- | --- | |
| 9 | 6 | 9 | ƒ 15.227,71 | ƒ 13.500.— | ƒ 23.500.— | |
| --- | --- | --- | --- | --- | --- | |
| 41 | 38 | 41 | Totaal art. 1 ................ | ƒ 138.910,94 | ƒ 133.000.— | ƒ 146.000.— |
Ad art. 2.
Omschrijving — Specificatie — Netto-kosten
Rek. 1946 — Begr. 1947 — Begr. 1948 — Rek. 1946 — Begr. 1947 — Begr. 1948
a Premie Ongevallenwet ........ f 733,89 f 1.060.— f 1.000.—
b Premie Invaliditeitswet ....... „ 109,50 „ 150.— „ 200.—
c Premie Kinderbijslagwet ...... „ — „ — „ —
d Vereveningsheffing .......... „ 335,11 „ 300.— „ 650.—
e Premie Ziektewet ƒ 450.— ƒ 525.— ƒ 900.—
Verhaal premie .. „ 72,99 „ 65.— „ 150.—
-------------------------- „ 377,01 „ 460.— „ 750.—
f Premie Ziekenfondsenbesluit .. ƒ 300.— ƒ 260.— ƒ 600.—
Verhaal premie .. „ 147,37 „ 130.— „ 300.—
-------------------------- „ 152,63 „ 130.— „ 300.—
g Bijdrage Pensioenfonds ....... ƒ 14.404,70 ƒ 16.000.— ƒ 16.000.—
Verhaal bijdrage „ 9.547,40 „ 10.000.— „ 10.000.—
-------------------------- „ 4.857,30 „ 6.000.— „ 6.000.—
h Bijdrage inkoop van diensttijd .. „ 187,51 „ 200.— „ 200.—
f 6.752,95 f 8.300.— f 9.100.—
Ad art. 3. — Reken. 1946 — Begr. 1947 — Begr. 1948
Loon bij ziekte en ongeval ..... ƒ 284,95 ƒ 1.500.— ƒ 1.500.—
Loon bij verlof en vacantie ..... 508,41 500.— 500.—
Uitkering aan nagelaten betrekkingen van overleden leden van het personeel ............... „ — „ 1.— „ —
Uitkering aan gemobiliseerden .. „ 99,25 „ — „ —
--- * Onderwerp: De documenten tonen de gedetailleerde begroting en verantwoording van personeelskosten (jaarwedden, arbeidslonen, sociale premies) en inkomstenbronnen (baten) van de "Centrale Markt".
* Structuur: De tekst is strikt hiërarchisch opgebouwd volgens artikelnummers van de begroting. Er wordt een vergelijking gemaakt tussen de werkelijke uitgaven van 1946 en de geraamde kosten voor 1947 en 1948.
* Personeelsbestand: Er is sprake van een stabiel aantal personeelsleden (rond de 40 in totaal), verdeeld over controlerend personeel (zoals marktmeesters en controleurs), technische dienst en werklieden.
* Financiële details: Opvallend is de gedetailleerde uitsplitsing van sociale lasten in Ad art. 2, waarbij de bruto premies worden verminderd met het "verhaal" (het deel dat op de werknemer wordt ingehouden) om tot de netto-kosten voor de organisatie te komen.
* Terminologie: Gebruik van verouderde wettelijke termen zoals "Ongevallenwet", "Invaliditeitswet" en "Ziekenfondsenbesluit". De munteenheid is de gulden (ƒ).
--- Dit document stamt uit de periode van de wederopbouw in Nederland na de Tweede Wereldoorlog. De Centrale Markt (waarschijnlijk de Marktcentrale in Amsterdam-West, geopend in 1934) was een cruciaal distributiepunt voor de voedselvoorziening van de stad.
De begrotingscijfers over 1946-1948 laten een lichte stijging van de kosten zien, wat past bij de voorzichtige economische groei en inflatie in de vroege naoorlogse jaren. Specifieke posten zoals "Uitkering aan gemobiliseerden" (p. 5, Ad art. 3) herinneren direct aan de naweeën van de oorlog en de militaire inzet van personeel. Daarnaast biedt het overzicht van sociale premies onder Ad art. 2 een inkijkje in de vroege structuur van de Nederlandse sociale zekerheid, nog voordat de grote stelselwijzigingen van de jaren '50 en '60 plaatsvonden.