Jaarverslag (pagina 5).
Origineel
Jaarverslag (pagina 5). Vier en Veertigste Jaarverslag
over 1948
van de Commissie voor Maatschappelijk Werk der
Independent Order of Odd-Fellows Afdeling Amsterdam
*
Het stemt onze Commissie tot grote voldoening dat zij weder een jaarverslag kan uitbrengen. Dat zij haar werkzaamheden, zij het voorlopig op bescheiden voet, heeft kunnen hervatten is te danken aan een flinke kern van Odd-Fellows, die ook voordat de oorlog ons werk voor lange tijd onmogelijk maakte, lid waren en van de toewijding en krachtige hulp van vele jongeren, voor wie het betonen van liefdadigheid een grote plaats in hun leven is gaan innemen.
Door de leiding der ouderen is het mogelijk geworden dat wij aanstonds met vrucht aan het werk konden gaan en daarbij konden steunen op een langjarige practijk en opgedane rijke ervaring. Want Maatschappelijk Werk is niet zo eenvoudig als het lijkt; men denke niet dat, als er maar geld is, de rest vanzelf komt. Niets is minder waar. Voor een doeltreffende uitoefening van Maatschappelijk Werk is, naast grote liefde voor het werk, een aanzienlijke mate nodig van ondervinding, mensenkennis en practische kijk op menselijke fouten en zwakheden.
Wij weten dat de meesten die tot ons komen hulp behoeven doordien zij zelven niet beschikken over de eigenschappen die nu eenmaal nodig zijn om zich door het leven te slaan. En met geld kan men hen aan die eigenschappen niet helpen; zij behoeven vooral morele steun, medegevoel, goede raad en opvoedend werkende hulp.
Onze „gevallen” mogen nooit te lang lopen: ons streven is erop gericht om degenen die in moeilijkheden zijn geraakt de weg te wijzen om daaruit te komen en slechts als het noodzakelijk is, daarbij tijdelijk gelde-
5 De tekst is een inleidend deel van het 44ste jaarverslag van de Amsterdamse afdeling van de Odd-Fellows, specifiek gericht op hun maatschappelijk werk. Enkele kernpunten:
- Wederopbouw: De tekst weerspiegelt de periode vlak na de Tweede Wereldoorlog. Er wordt expliciet verwezen naar het feit dat het werk "voor lange tijd onmogelijk" was door de oorlog (tijdens de bezetting werden dergelijke verenigingen vaak verboden of beperkt).
- Intergenerationele samenwerking: Er wordt nadruk gelegd op de combinatie van de ervaring van de "ouderen" (de kern van voor de oorlog) en het enthousiasme van "vele jongeren".
- Visie op maatschappelijk werk: Het document bevat een duidelijke filosofie over hulpverlening. Men stelt dat louter financiële steun ("geld") onvoldoende is. De nadruk ligt op een holistische benadering: morele steun, opvoeding en het bijbrengen van vaardigheden om "zich door het leven te slaan".
- Terminologie: De term "gevallen" wordt gebruikt voor de hulpbehoevenden, wat typerend is voor het paternalistische en moralistische taalgebruik van liefdadigheidsinstellingen uit die tijd. De Independent Order of Odd Fellows (IOOF) is een internationale broederschap die zich richt op persoonlijke ontwikkeling en liefdadigheid. In Nederland waren zij, zeker voor de komst van de uitgebreide verzorgingsstaat, een belangrijke speler in het particuliere maatschappelijk werk.
In 1948 bevond Nederland zich midden in de periode van de Wederopbouw. De overheid begon meer regie te nemen over sociale zekerheid, maar particuliere, vaak op levensbeschouwelijke of ideële grondslag gebaseerde organisaties zoals de Odd-Fellows, bleven essentieel voor de sociale cohesie en directe hulpverlening aan burgers die tussen de wal en het schip vielen. De tekst getuigt van de professionele trots en de herwonnen vrijheid van deze verenigingen na de oorlogsjaren.