Officieel jaarverslag of statistisch overzicht van de gemeente Amsterdam betreffende de markten.
Origineel
Officieel jaarverslag of statistisch overzicht van de gemeente Amsterdam betreffende de markten. Betreft de jaren 1937 en 1938. -8-
| | A a n t a l | | | | |
| :--- | :---: | :---: | :---: | :---: | :---: | :---: |
| | half-jaarplaatsen | | weekplaatsen | | dagplaatsen | |
| | 1937 | 1938 | 1937 | 1938 | 1937 | 1938 |
| Nieuwmarkt | 36 | 53 | 6.887 | 5.978 | 4.614 | 4.960 |
| Waterlooplein | 12 | 19 | 10.610 | 10.333 | 18.477 | 18.758 |
| Dapperstraat | 58 | 66 | 8.330 | 7.956 | 7.692 | 8.115 |
| Albert Cuypstraat | 74 | 53 | 12.913 | 14.023 | 18.611 | 15.995 |
| Ten Katestraat | 62 | 43 | 8.709 | 9.413 | 9.917 | 8.222 |
| Lindengracht | 62 | 75 | 11.549 | 10.843 | 16.635 | 16.575 |
| Zwanenburgwal | - | - | 2.200 | 2.283 | 4.395 | 3.799 |
| | 304 | 309 | 61.198 | 60.829 | 80.341 | 76.424 |
III. Weekmarkten.
Boom- en Bloemenmarkt.
De opbrengst aan marktgeld bedroeg ƒ 2.025,90 (v.j. ƒ 2.012,23).
Uilenburgmarkt.
De opbrengst aan marktgeld bedroeg ƒ 4.235,85 (v.j. ƒ 4.293,30).
In het verslagjaar werden ingenomen 28.129 (v.j. 28.506) dag-
plaatsen. Halfjaarplaatsen en weekplaatsen werden niet ingenomen.
Algemeene weekmarkten.
De aanwijzing der tijdelijke hulpmarkten van deze markten is
tijdens het verslagjaar voor ten hoogste één jaar verlengd.
De opbrengst aan marktgeld van de algemeene weekmarkten bedroeg:
ƒ 12.621,45 (v.j. ƒ 9.330,65).
In het verslagjaar werden op de volgende markten de daarachter
vermelde dagplaatsen ingenomen - de tusschen haakjes geplaatste getallen
vermelden de overeenkomstige gegevens over 1937 - Westerstraat 17.552
(17.969), Sumatrastraat ~~3848~~ (4.074), Jan Evertsenstraat 4.045 (3.851),
Noordermarkt 12.076 (12.190), Amstelveld 10.871 (10.648), Mosplein 7.358
(5.652), Automarkt 5.369 (3.787), totaal 61.119 (v.j. 58.171). Halfjaar-
plaatsen en weekplaatsen werden ook hier niet ingenomen.
IV. STANDPLAATSEN BUITEN DE MARKTEN.
Hieronder volgt een overzicht van het aantal vergunningen, door
Burgemeester en Wethouders in het verslagjaar verleend voor het innemen
van standplaatsen buitenkomstig de markten. Het document is een pagina uit een jaarverslag van de gemeente Amsterdam, waarschijnlijk van de Marktdienst. Het biedt een gedetailleerd overzicht van de marktactiviteiten in 1938, vergeleken met het voorgaande jaar (1937, afgekort als 'v.j.').
- Tabel: De tabel vergelijkt zeven bekende Amsterdamse markten (waaronder Nieuwmarkt, Waterlooplein en Albert Cuypstraat) op basis van drie typen standplaatsen: half-jaarplaatsen, weekplaatsen en dagplaatsen. Opvallend is dat het totaal aantal dagplaatsen in 1938 licht is gedaald ten opzichte van 1937 (van 80.341 naar 76.424), terwijl het aantal half-jaarplaatsen stabiel bleef.
- Weekmarkten: Er wordt specifiek ingegaan op de Boom- en Bloemenmarkt en de Uilenburgmarkt. De opbrengsten (in guldens) en het aantal ingenomen plaatsen worden vermeld.
- Algemene weekmarkten: Hier worden markten genoemd zoals de Westerstraat, Noordermarkt en de Automarkt. Er is een duidelijke stijging te zien in de totale opbrengst van deze categorie (van circa 9.330 naar 12.621 gulden).
- Varia: In de tekst over de Sumatrastraat is een handmatige correctie te zien (3848 is doorgestreept). De laatste sectie introduceert vergunningen voor standplaatsen buiten de reguliere markten. Dit document stamt uit 1938, een bewogen tijdvlak in de Nederlandse geschiedenis. Economisch gezien was Nederland aan het herstellen van de Grote Depressie, wat de lichte schommelingen in de marktopbrengsten kan verklaren.
De genoemde markten vormen nog steeds het hart van de Amsterdamse handelscultuur. De Albert Cuypmarkt en de Dapperstraat zijn vandaag de dag nog steeds dagmarkten. De Uilenburgmarkt en de markt op de Zwanenburgwal bevonden zich in de Joodse buurt van Amsterdam; na de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust keerden deze markten niet in hun oorspronkelijke vorm terug. De vermelding van de Automarkt (waarschijnlijk aan de Amstelveenseweg of in de buurt van het Stadionplein) getuigt van de opkomende automobiliteit in die periode. Dit verslag biedt dus niet alleen cijfers, maar ook een topografisch en sociaal-economisch beeld van Amsterdam vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog.