Archief 745
Inventaris 745-314
Pagina 12
Dossier 26
Jaar 1940
Stadsarchief

Officiële openbare kennisgeving (besluit van Burgemeester en Wethouders).

Origineel

Officiële openbare kennisgeving (besluit van Burgemeester en Wethouders). [Stempel linksboven:]
№ 20/47/2 M. 1940 20/12
No. 1216.

[Stempel in rood:]
Gezien [paraaf]

[Potloodnotities rechtsboven:]
ter Hr. Müller
ter Insp.
div. m. afd. Dag m.

GEMEENTE AMSTERDAM

OPENBARE KENNISGEVING

AANWIJZING TIJDELIJKE HULPMARKTEN.

Burgemeester en Wethouders van Amsterdam brengen ter openbare kennis, dat zij hebben besloten:
A. met ingang van 1 Januari 1941 voor den tijd van ten hoogste één jaar aan te wijzen als tijdelijke hulpmarkt van de algemeene dagmarkt:
I. uitsluitend voor den Zaterdag, de Noordermarkt, onder bepaling, dat het hoofdgedeelte van deze markt, behalve door de Noorderkerk, begrensd zal worden door de lijnen, getrokken in de verlengden van den Noordelijken en den Westelijken gevel dier kerk, door de lijnen getrokken in het verlengde van den rand van het verhoogde voetpad aan de Noordzijde van de Westerstraat en door den rand (aan de marktzijde) van de klinkerbestrating van den openbaren weg langs de Prinsengracht; het overige gedeelte van het marktterrein der Noordermarkt wordt gevormd door een langs de Prinsengracht, ter hoogte van die markt gelegen strook, breed 3 meter, gemeten uit den wal;
II. uitsluitend voor den Zaterdag de Ten Katestraat van de Bellamystraat tot de Jan Hanzenstraat;
III. de Hasebroekstraat van de Ten Katestraat tot de Nicolaas Beetsstraat en de Nicolaas Beetsstraat van de Hasebroekstraat tot de Kinkerstraat, met dien verstande, dat aldaar geen versche visch ter markt zal mogen worden gebracht;
IV. uitsluitend voor den Zaterdag het Mosplein en wel het geheele straatgedeelte, Oostelijk van het in het midden van het Mosplein gelegen plantsoen met inbegrip van de beide voetpaden gelegen tusschen den Noordelijken en Zuidelijken rijweg van het Mosveld;
V. uitsluitend voor den Zaterdag de Sumatrastraat tusschen de Bankastraat en den Insulindeweg, onder bepaling, dat aldaar uitsluitend levensmiddelen en bloemen ter markt mogen worden gebracht;
VI. uitsluitend voor den Zaterdag de Jan Evertsenstraat van de Admiralengracht tot het Mercatorplein, onder bepaling, dat aldaar uitsluitend levensmiddelen en bloemen ter markt mogen worden gebracht;
VII. het verhoogde middengedeelte van het Waterlooplein gelegen tusschen den rijweg, welke langs de Mozes en Aäronkerk ligt en den rijweg liggende voor den speeltuin, benevens den openbaren weg tusschen het z.g. fruitpleintje en het eerste plein van het Waterlooplein;
VIII. de Ten Katestraat van de Bellamystraat tot de Jan Hanzenstraat van des Maandags tot en met des Vrijdags, met dien verstande, dat op deze dagen aldaar uitsluitend versche visch ter markt zal mogen worden gebracht;
B. te bepalen, dat voor zoover de onder A II, IV, V en VI genoemde markten betreft met den Zaterdag gelijkgesteld zullen worden: de dag vóór Hemelvaartsdag, de dag voor Kerstmis en de Oudejaarsdag;
C. met ingang van 1 Januari 1941 voor den tijd van ten hoogste één jaar aan te wijzen als tijdelijke hulpmarkt van de brandstoffenmarkt:
1. de Beitelhaven;
2. het Motorkanaal over een lengte van 8 meter gemeten uit den walmuur langs de Meeuwenlaan;
3. de Distelhaven;
4. de Singel (Zuidzijde) van de Beulingstraat tot voor perceel Singel 454;
5. de Amstel (Oostzijde) van de Overamstelstraat tot de Jan Bernardusstraat;
6. de Raamgracht (Noordzijde);
7. de Hugo de Grootgracht (Noordzijde) tusschen de Van Houweningenstraat en de brug vóór de Frederik Hendrikstraat;
8. de Uilenburgergracht (Zuidzijde).
9. de Oudeschans (Oostzijde) van de brug bij de Nieuwe Batavierstraat tot de Oostersche Kade.

EL Amsterdam, 17 December 1940.
Burgemeester en Wethouders voornoemd,

KROPMAN
Weth.
de Secretaris,
J.F. FRANKEN
l.s. Dit document is een formeel besluit van het Amsterdamse gemeentebestuur om de marktcapaciteit in de stad tijdelijk uit te breiden. Het valt op door de uiterst gedetailleerde geografische afbakening van de marktlocaties. Er wordt onderscheid gemaakt tussen:

  1. Algemene markten (A): Verspreid over de stad (o.a. Noordermarkt, Ten Katestraat, Mosplein, Waterlooplein). Per locatie gelden specifieke regels, zoals verboden op visverkoop op de Hasebroekstraat of juist een exclusieve vismarkt op de Ten Katestraat op doordeweekse dagen.
  2. Uitzonderingsdagen (B): Dagen zoals kerstavond en oudjaarsdag worden behandeld als zaterdagen wat betreft de marktvoering.
  3. Brandstoffenmarkt (C): Een aanzienlijk deel van het besluit wijst locaties langs de Amsterdamse grachten en havens aan voor de handel in brandstoffen (kolen, hout). Dit wijst op een decentrale distributie via het water.

De terminologie is juridisch-administratief ("met dien verstande", "onder bepaling dat"). De ondertekening door wethouder Kropman en secretaris Franken bevestigt de officiële status. De datum van het document — december 1940 — is cruciaal voor het begrip van de inhoud. Nederland bevond zich op dat moment in de eerste winter van de Duitse bezetting.

  • Distributie en schaarste: De noodzaak voor "tijdelijke hulpmarkten" en specifiek een uitgebreide "brandstoffenmarkt" duidt op de beginnende schaarste en de noodzaak om de distributie van levensmiddelen en brandstof (nodig voor verwarming in de winter) strikt te reguleren en fysiek te spreiden over de stad.
  • Vervoer: Veel brandstoffen werden per schuit aangevoerd. De aanwijzing van kaden langs de Amstel, de Singel en diverse grachten als marktlocaties faciliteerde de directe verkoop vanaf het water aan de burgers.
  • Bestuur: Hoewel getekend door de wethouder en secretaris, stond het gemeentebestuur in deze periode al onder toezicht van de bezetter, al was de verregaande nazificatie van het Amsterdamse bestuur (zoals het aanstellen van een regeringscommissaris) op dit specifieke moment nog in volle gang of aanstaande.
  • Locaties: De genoemde locaties (zoals de Joodse buurt rond het Waterlooplein of de volksbuurten in West en Noord) waren vitale knooppunten voor de lokale voedselvoorziening.

Samenvatting

Dit document is een formeel besluit van het Amsterdamse gemeentebestuur om de marktcapaciteit in de stad tijdelijk uit te breiden. Het valt op door de uiterst gedetailleerde geografische afbakening van de marktlocaties. Er wordt onderscheid gemaakt tussen:

  1. Algemene markten (A): Verspreid over de stad (o.a. Noordermarkt, Ten Katestraat, Mosplein, Waterlooplein). Per locatie gelden specifieke regels, zoals verboden op visverkoop op de Hasebroekstraat of juist een exclusieve vismarkt op de Ten Katestraat op doordeweekse dagen.
  2. Uitzonderingsdagen (B): Dagen zoals kerstavond en oudjaarsdag worden behandeld als zaterdagen wat betreft de marktvoering.
  3. Brandstoffenmarkt (C): Een aanzienlijk deel van het besluit wijst locaties langs de Amsterdamse grachten en havens aan voor de handel in brandstoffen (kolen, hout). Dit wijst op een decentrale distributie via het water.

De terminologie is juridisch-administratief ("met dien verstande", "onder bepaling dat"). De ondertekening door wethouder Kropman en secretaris Franken bevestigt de officiële status.

Historische Context

De datum van het document — december 1940 — is cruciaal voor het begrip van de inhoud. Nederland bevond zich op dat moment in de eerste winter van de Duitse bezetting.

  • Distributie en schaarste: De noodzaak voor "tijdelijke hulpmarkten" en specifiek een uitgebreide "brandstoffenmarkt" duidt op de beginnende schaarste en de noodzaak om de distributie van levensmiddelen en brandstof (nodig voor verwarming in de winter) strikt te reguleren en fysiek te spreiden over de stad.
  • Vervoer: Veel brandstoffen werden per schuit aangevoerd. De aanwijzing van kaden langs de Amstel, de Singel en diverse grachten als marktlocaties faciliteerde de directe verkoop vanaf het water aan de burgers.
  • Bestuur: Hoewel getekend door de wethouder en secretaris, stond het gemeentebestuur in deze periode al onder toezicht van de bezetter, al was de verregaande nazificatie van het Amsterdamse bestuur (zoals het aanstellen van een regeringscommissaris) op dit specifieke moment nog in volle gang of aanstaande.
  • Locaties: De genoemde locaties (zoals de Joodse buurt rond het Waterlooplein of de volksbuurten in West en Noord) waren vitale knooppunten voor de lokale voedselvoorziening.

Gerelateerde Documenten 6