Getypte brief (doorslag of kopie) met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypte brief (doorslag of kopie) met handgeschreven kanttekeningen. 12 januari 1940. De Directeur (vermoedelijk van een Amsterdamse gemeentelijke dienst, gezien de context van marktgeld). Den Heer B. Roof, Brouwersgracht 97, Amsterdam-C. [Rechtsboven, handgeschreven:]
ten. M. de Boer
ten. M. Müller
[Middenboven:]
vP/DV.
[Linksboven:]
21/1/2 M.
[Midden, handgeschreven:]
Verzonden 12/1-'40
[Rechtsmidden:]
12 Januari 1940
[Adresblok:]
den Heer B. Roof,
Brouwersgracht 97,
Amsterdam-C.
Wijk 9.
[Inhoud:]
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 9 dezer bericht ik U, dat mijnerzijds geen bezwaar bestaat U toe te staan het door U voor het kalenderjaar 1940 verschuldigde brandstoffenmarktgeld ten bedrage van f 367,- te voldoen in 12 maandelijksche termijnen, waarvan 11 termijnen f 31,- en 1 termijn (de laatste) f 26,- dienen te bedragen. De eerste termijn gelieve U thans per omgaande te voldoen en vervolgens telkens een termijn op den eersten van elke volgende maand.
De Directeur, * Taalgebruik: Het document is opgesteld in een formele, ambtelijke stijl die kenmerkend is voor de eerste helft van de 20e eeuw ("mijnerzijds", "geen bezwaar bestaat", "gelieve U").
* Spelling: Er wordt gebruikgemaakt van de spelling-Marchant (vóór de spellingwijziging van 1947), wat te zien is aan woorden als "maandelijksche" en de naamvals-n in "den eersten".
* Opmerkelijke details:
* Er staat een typefout in de tekst: in de twaalfde regel staat "permijn" waar "termijn" bedoeld wordt.
* De handgeschreven aantekening "Verzonden 12/1-'40" dient als bewijs van verzending voor het archief.
* De namen bovenin ("M. de Boer" en "M. Müller") verwijzen waarschijnlijk naar de behandelend ambtenaren of degenen die de verzending hebben geaccordeerd.
* Bedrag: Het bedrag van f 367,- was in 1940 een aanzienlijk bedrag (omgerekend naar huidige koopkracht circa € 2.800,- tot € 3.000,-). De brief is gedateerd op 12 januari 1940, slechts enkele maanden voor de Duitse inval in Nederland. Het document geeft inzicht in de gemeentelijke belastingheffing in Amsterdam. "Brandstoffenmarktgeld" was een vergoeding die betaald moest worden voor het verhandelen van brandstoffen (zoals kolen, turf of hout) op de Amsterdamse markten. De Brouwersgracht, waar de geadresseerde woonde, was historisch gezien een locatie waar veel handel en opslag van dergelijke goederen plaatsvond. De regeling toont aan dat de gemeente bereid was tot coulance door een betalingsregeling in termijnen toe te staan, wat mogelijk wijst op de economische druk van die tijd.