Getypte brief (doorslag of kopie).
Origineel
Getypte brief (doorslag of kopie). 19 februari 1940. De Directeur van (waarschijnlijk) de Gemeentelijke Markten in Amsterdam (gezien de inhoud en de locatie-aanduiding "Wijk 3"). Bovenaan staan de initialen "VP/HG.". Firma K.L. Verkerk, Brandstoffenhandel, gevestigd tegenover Gelderschekade no. 55 te Amsterdam-Centrum. [Handgeschreven rechtsboven:]
ter. M. de Boer
ter. M. Müller
VP/HG.
21/6/3 M.
1
[Handgeschreven:] Meinder 20/2-'40.
19 Februari 1940.
de Fa. K.L. Verkerk,
Brandstoffenhandel,
t/o Gelderschekade no. 55,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 3.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 15 dezer bericht
ik U, dat U kwijtschelding van het betalen van marktgeld
wordt verleend over de periode, dat Uw lichterschip groot
90 ton, dat intusschen is gezonken, tengevolge van vorst
niet de brandstoffenmarkt kan verlaten. Het reeds betaalde
marktgeld over de kalenderweek van 11 tot en met 17 Febru-
ari jl. zal aan U door den dienstdoenden marktambtenaar
worden terugbetaald, indien U hem bijgaande kwitantie, die
door U voor voldaan moet zijn geteekend, ter hand stelt.
De Directeur, Deze brief vormt een ambtelijke reactie op een verzoek van een brandstoffenhandelaar. De kern van de zaak is een ongelukkig voorval: een lichterschip (een groot platboomd vaartuig voor goederenvervoer) van 90 ton is gezonken als direct gevolg van de strenge vorst. Hierdoor kon het schip de brandstoffenmarkt niet verlaten, terwijl er wel marktgeld (een soort liggeld of staangeld) verschuldigd bleef.
De directeur willigt het verzoek tot kwijtschelding in. De procedure voor de feitelijke terugbetaling van het reeds betaalde geld voor de week van 11 tot 17 februari is praktisch ingericht: de ondernemer moet een bijgevoegde, getekende kwitantie inleveren bij de marktambtenaar die op dat moment dienst heeft op de marktlocatie zelf. Het taalgebruik is typisch voor de tijd: formeel, hoffelijk en met gebruik van de oude spelling ("den dienstdoenden", "geteekend"). De datum van de brief, 19 februari 1940, plaatst het document in een bijzondere historische periode. Ten eerste bevond Nederland zich in de zogenaamde 'Schemeroorlog', de maanden van mobilisatie voorafgaand aan de Duitse inval in mei 1940.
Ten tweede was de winter van 1939-1940 een van de strengste winters van de 20e eeuw in Nederland. De extreme kou zorgde voor dik ijs in de grachten en havens. Het zinken van een schip "tengevolge van vorst" was in die weken een reëel risico, bijvoorbeeld door ijsgang die de romp beschadigde of doordat bevriezend water in leidingen of naden voor lekkages zorgde.
De locatie, de Gelderschekade in Amsterdam, was van oudsher een plek waar veel handel en transport via het water plaatsvond. De "brandstoffenmarkt" was cruciaal voor de stad, aangezien kolen in die tijd de belangrijkste bron van verwarming voor woningen waren. De brief toont aan dat de gemeentelijke overheid in deze crisistijd bereid was tot enige coulance jegens ondernemers die door de elementen werden getroffen.