Officiële aanmaning (brief).
Origineel
Officiële aanmaning (brief). 15 maart 1940. Onbekend (waarschijnlijk een gemeentelijke instantie in Amsterdam, ondertekend door "De Directeur"). Den Heer P. Ph. Bakker, Gelderschekade t/o no. 57, Amsterdam-C (Wijk 1). [Linksboven, getypt:]
VP/DV.
21/10/2 M.
[Middenboven, handgeschreven:]
Aangetekend
[Paraaf/Handtekening, mogelijk:] hr. Müller
[Rechtsboven, getypt:]
15 Maart 1940.
[Adres, getypt:]
den Heer P. Ph. Bakker,
Gelderschekade t/o no. 57
Amsterdam-C.
Wijk 1.
[Inhoud brief, getypt:]
Aangezien U, ondanks herhaalde waarschuwing, in gebreke is gebleven den door U wegens brandstoffenmarktgeld verschuldigden eersten termijn, groot f 19,25, te betalen, wordt U hierbij aangemaand alsnog vóór 24 Maart a.s. aan Uw verplichting te voldoen. Zoudt U langer in gebreke blijven, dan zullen Uw vaartuigen met den sterken arm van de brandstoffenmarkten worden verwijderd en daar niet eerder worden toegelaten, alvorens ook alle kosten, aan de verwijdering verbonden, zijn betaald.
[Rechtsonder, getypt:]
De Directeur, Deze brief is een formele, laatste aanmaning gericht aan de heer P. Ph. Bakker. Het betreft een achterstallige betaling van de eerste termijn van het zogenaamde "brandstoffenmarktgeld", ter waarde van 19,25 gulden. De toon van de brief is dwingend. Er wordt gedreigd met de "sterke arm" (politie of handhaving) om vaartuigen van de brandstoffenmarkt te laten verwijderen indien de schuld niet voor 24 maart 1940 is voldaan. De groene onderstreping bij de datum suggereert dat een ambtenaar deze deadline specifiek in de gaten hield. Het feit dat de brief "Aangetekend" is verzonden, onderstreept de juridische ernst van de zaak. Het document dateert van maart 1940, slechts twee maanden voor de Duitse inval in Nederland. Het biedt een inkijkje in de dagelijkse bureaucratie en de regulering van de handel in Amsterdam vlak voor het uitbreken van de oorlog. De Gelderschekade was van oudsher een plek waar veel scheepvaart en handel plaatsvond. De vermelding "tegenover no. 57" doet vermoeden dat de heer Bakker op een vaartuig woonde of werkte dat daar aan de kade lag afgemeerd. De "brandstoffenmarkt" was cruciaal voor de energievoorziening van de stad (kolen, hout, etc.), en de gemeente hief gelden voor het gebruik van marktruimte en kadefaciliteiten. P. Ph Politie