Brief/ambtelijk schrijven.
Origineel
Brief/ambtelijk schrijven. 5 april 1940. A.W. Bijvoets (ondertekening). De Heer Inspecteur van het Marktwezen. No. 21/14/1 M. 1940 30/3
5 April 1940
Aan den Heer Inspecteur
v/h Marktwesen.
Aangaande het schrijven van P. Bakker, Geldersekade
deel ik U mede dat het meer een verzoek van Bakker
was, omrede hij het vaartuig niet meer voor het beladen
van kolen gebruikte en al geruime tijd leeg aan de markt
lag. Ik heb hem medegedeeld dat het Marktwesen daar
niet op inging.
Tegelijkertijd dat het schrijven van Bakker naar het
Marktwesen was, heeft hij het bedoelde vaartuig
voor 1 jaar aan Soutendijk verhuurd.
Ik heb tegen Bakker gezegd dat hij op die grond,
misschien wel ontheffing van zijn jaarbetaling en
restitutie van het bedrag, over de komende maanden
kon aanvragen.
Tevens deel ik U mede dat Soutendijk wel het
vaartuig vanaf 5 April gehuurd heeft, maar
zoolang hij geen kolen kan krijgen om het vaartuig
te beladen, hij er niet mee aan de markt komt.
A.W. Bijvoets De brief is een administratieve rapportage over een ligplaats- of marktvergunning voor een vaartuig. De kernpunten zijn:
* Vraag van Bakker: P. Bakker (gevestigd aan de Geldersekade) had een schrijven gestuurd omdat zijn vaartuig niet meer voor kolentransport werd gebruikt en onbenut aan de markt lag.
* Besluitvorming: Het Marktwezen is aanvankelijk niet ingegaan op een (niet nader gespecificeerd) verzoek van Bakker.
* Nieuwe situatie: Bakker heeft het vaartuig inmiddels voor een jaar verhuurd aan een zekere Soutendijk.
* Financieel advies: De schrijver (Bijvoets) heeft Bakker geadviseerd om op basis van deze verhuur ontheffing en restitutie van de jaarlijkse marktgeld-betaling aan te vragen.
* Logistieke belemmering: Hoewel de huur is ingegaan op 5 april, kan de nieuwe huurder (Soutendijk) het schip nog niet gebruiken omdat er een gebrek aan kolen is om te laden. Dit document stamt uit april 1940, de laatste weken van de mobilisatie in Nederland, vlak voor de Duitse inval op 10 mei 1940. De vermelding van de Geldersekade wijst naar Amsterdam, waar het Marktwezen toezicht hield op de handel en de ligplaatsen van binnenschepen.
De brief illustreert de bureaucracy rondom de binnenvaart en de brandstofvoorziening in die tijd. Het feit dat Soutendijk "geen kolen kan krijgen" om het schip te beladen, kan wijzen op de beginnende schaarste of distributieproblemen van brandstoffen in de gespannen periode van de Tweede Wereldoorlog in Europa, zelfs terwijl Nederland op dat moment nog neutraal was.