Officieel afschrift van een ambtelijke brief/rapport.
Origineel
Officieel afschrift van een ambtelijke brief/rapport. 11 april 1940. Hoofdbureau van Politie te Amsterdam (namens de Hoofdcommissaris door de Commissaris van Politie voor de administratie, H. Holsbergen). De Burgemeester van Amsterdam. No.21/12/3 M.1940 15/4 AFSCHRIFT.
No.342 L.M.1940 No.429 A.Z.1940
HOOFDBUREAU VAN POLITIE TE AMSTERDAM.
Amsterdam, 11 April 1940.
Dict.Ga/v.d.T.
Lr.S.Nr.3840/1940
Doss. M 2 A
Groep B.
Onder terugzending van bijgaande, mij bij Uw kantbeschikking d.d. 5 April 1940, nr.429 A.Z.1940, in handen gestelde stukken, betreffende aanwijzing tot tijdelijke hulpmarkt van de brandstoffenmarkten van de Oudeschans (Oostzijde), van de brug bij de Nieuwe Batavierstraat tot de Oosterschekade, zulks voorloopig met ingang van den datum van het besluit tot ultimo December 1940, heb ik de eer, UEdelAchtbare het volgende te berichten:
Aan de Oudeschans (Oostzijde) zijn gevestigd de firma's Jacobs (porcelein-pakhuis), Isaac Mogendorf (zakkenhandel) en L. Franschman (zuurhandel), die hun pakhuisvoorraden per schip aanvoeren. Indien de firma J. Breemer kolenschuiten voor den wal heeft liggen, zou uiteraard de lading en/of lossing van andere schepen met moeilijkheden gepaard kunnen gaan. Indien echter de firma J. Breemer bereid is toe te zeggen, haar schepen zoo noodig te verhalen, om de anderen gelegenheid te geven te lossen en/of te laden, zouden bedoelde ondernemingen geen bezwaar hebben; deze toezegging werd bereids door de betrokken firma gedaan.
Behoudens het vorenstaande bestaan uit een politieoogpunt tegen de bedoelde aanwijzing geen bedenkingen.
De Hoofdcommissaris van Politie,
namens dezen de Commissaris van
politie, toegevoegd voor de
administratie,
w.g. H. Holsbergen.
Aan den Heer
Burgemeester van Amsterdam.
Kennisgenomen:
De Directeur van het Marktwezen,
w.g. Dr. A. v. d. Laan. Dit document is een ambtelijk advies van de Amsterdamse politie aan de burgemeester betreffende de logistieke inrichting van de stad. De kernvraag is of een specifiek deel van de Oudeschans (tussen de Nieuwe Batavierstraat en de Oosterschekade) tijdelijk als "hulpmarkt voor brandstoffen" kan dienen.
De politie analyseert de situatie ter plaatse en stelt vast dat er drie bedrijven gevestigd zijn (Jacobs, Mogendorf en Franschman) die afhankelijk zijn van de kade voor de aanvoer van goederen per schip. De aanwezigheid van kolenschuiten van de firma J. Breemer zou deze logistiek kunnen hinderen. Omdat J. Breemer echter heeft toegezegd zijn schepen te verhalen (verplaatsen) wanneer dat nodig is voor de anderen, ziet de politie vanuit handhavings- en verkeersoogpunt geen beletsel voor het plan.
De toon is strikt zakelijk en hiërarchisch, kenmerkend voor vooroorlogse ambtelijke correspondentie. De goedkeuring van de Directeur van het Marktwezen onderaan bevestigt de afstemming tussen de verschillende gemeentelijke diensten. De datum van het document, 11 april 1940, is zeer saillant. Het is geschreven precies één maand voordat nazi-Duitsland Nederland binnenviel (10 mei 1940). Het instellen van een "hulpmarkt voor brandstoffen" (waarschijnlijk steenkool en turf) wijst op voorzorgsmaatregelen van het gemeentebestuur met het oog op de dreigende oorlogssituatie in Europa. Men wilde de distributie van essentiële brandstoffen voor de burgerbevolking veiligstellen in het geval van schaarste of verstoringen van de reguliere handel.
De locatie, de Oudeschans, ligt in de Lastage-buurt, een gebied dat historisch verbonden was met handel en scheepvaart. De genoemde namen van de ondernemers (waaronder Isaac Mogendorf en de firma Jacobs) duiden op de Joodse ondernemersgeest die in dit deel van Amsterdam, grenzend aan de Jodenbuurt, destijds zeer aanwezig was. Kort na dit schrijven zouden de levens en bedrijven van deze mensen door de bezetting ingrijpend en vaak tragisch veranderen.