Archief 745
Inventaris 745-314
Pagina 97
Dossier 24
Jaar 1940
Stadsarchief

Zakelijke correspondentie (brief)

25 april 1940

Origineel

Zakelijke correspondentie (brief) 25 april 1940 [Handgeschreven, rechtsboven:]
ten. Hr. de Krae.
ten. Hr. Müller

[Handgeschreven, midden boven:]
extra

[Getypt, linksboven:]
VP/HG.

21/13/4 M.

[Getypt, rechtsboven:]
25 April 1940.

[Getypt, rechtsmidden:]
de fa.Höpken & Lequin,
Jac.v.Lennepkade 129,
Amsterdam-West.
Wijk 25.

[Hoofdtekst:]
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 28 Maart jl.
bericht ik U, dat U bij besluit van Burgemeester en Wethou-
ders kwijtschelding van door U terzake van vaartuig No.1755
verschuldigd marktgeld is verleend tot een bedrag van ƒ 30,37
Het door U voor het kalenderjaar 1940 te betalen marktgeld
bedraagt derhalve: ƒ 98,- - ƒ 30,37 = ƒ 67,63. Hiervan werd
bereids ƒ 25,- voldaan, zoodat U nog ƒ 42,63 schuldig is. Ik
verzoek U dit bedrag ineens of, desgewenscht in drie termijnen
te betalen. Indien U termijnbetaling verlangt, bedraagt elke
termijn ƒ 14,21; een termijn is bereids vervallen op 1 April
jl. en behoort thans dus ten spoedigste te worden betaald,
door het verschuldigde te storten op rekening no. 76 van het
Marktwezen bij het Girokantoor der Gemeente Amsterdam. De
beide volgende termijnen vervallen op 1 Juli en 1 October
a.s.

[Ondertekening:]
De Directeur, Deze brief is een formeel bericht van de directeur van het Amsterdamse Marktwezen aan de firma Höpken & Lequin. De kern van de brief is de mededeling dat het College van Burgemeester en Wethouders akkoord is gegaan met een gedeeltelijke kwijtschelding van het marktgeld voor een specifiek vaartuig (nummer 1755) voor het jaar 1940.

De financiële opbouw is als volgt:
* Oorspronkelijk verschuldigd marktgeld: ƒ 98,00
* Verleende kwijtschelding: - ƒ 30,37
* Nieuw totaalbedrag: ƒ 67,63
* Reeds voldaan door de firma: - ƒ 25,00
* Resterende schuld: ƒ 42,63

De directeur biedt de firma de keuze om dit restant in één keer te betalen of in drie termijnen van ƒ 14,21. Opmerkelijk is dat de eerste termijn (1 april) op het moment van schrijven (25 april) al is verstreken, waardoor directe betaling wordt geëist. De handgeschreven notities bovenaan de brief zijn waarschijnlijk interne aantekeningen betreffende de behandeling van het dossier door specifieke ambtenaren (De Krae en Müller). De datum van de brief, 25 april 1940, plaatst dit document in een zeer specifieke historische context: het is geschreven slechts vijftien dagen voor de Duitse inval in Nederland op 10 mei 1940. De brief getuigt van de voortgang van de reguliere gemeentelijke bureaucratie in de laatste dagen van de Nederlandse neutraliteit tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Het "Marktwezen" was een cruciale gemeentelijke dienst in Amsterdam, verantwoordelijk voor het beheer van de markten en de inning van havengelden en marktgelden voor de vele schepen die goederen aanvoerden. De firma Höpken & Lequin was gevestigd aan de Jacob van Lennepkade, een locatie die destijds direct verbonden was met de levendige Amsterdamse waterwegen en markthandel. De terminologie ("jl." voor jongstleden, "a.s." voor aanstaande) en de spelling ("zoodat", "bereids") zijn typerend voor de formele correspondentie uit die periode.

Samenvatting

Deze brief is een formeel bericht van de directeur van het Amsterdamse Marktwezen aan de firma Höpken & Lequin. De kern van de brief is de mededeling dat het College van Burgemeester en Wethouders akkoord is gegaan met een gedeeltelijke kwijtschelding van het marktgeld voor een specifiek vaartuig (nummer 1755) voor het jaar 1940.

De financiële opbouw is als volgt:
* Oorspronkelijk verschuldigd marktgeld: ƒ 98,00
* Verleende kwijtschelding: - ƒ 30,37
* Nieuw totaalbedrag: ƒ 67,63
* Reeds voldaan door de firma: - ƒ 25,00
* Resterende schuld: ƒ 42,63

De directeur biedt de firma de keuze om dit restant in één keer te betalen of in drie termijnen van ƒ 14,21. Opmerkelijk is dat de eerste termijn (1 april) op het moment van schrijven (25 april) al is verstreken, waardoor directe betaling wordt geëist. De handgeschreven notities bovenaan de brief zijn waarschijnlijk interne aantekeningen betreffende de behandeling van het dossier door specifieke ambtenaren (De Krae en Müller).

Historische Context

De datum van de brief, 25 april 1940, plaatst dit document in een zeer specifieke historische context: het is geschreven slechts vijftien dagen voor de Duitse inval in Nederland op 10 mei 1940. De brief getuigt van de voortgang van de reguliere gemeentelijke bureaucratie in de laatste dagen van de Nederlandse neutraliteit tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Het "Marktwezen" was een cruciale gemeentelijke dienst in Amsterdam, verantwoordelijk voor het beheer van de markten en de inning van havengelden en marktgelden voor de vele schepen die goederen aanvoerden. De firma Höpken & Lequin was gevestigd aan de Jacob van Lennepkade, een locatie die destijds direct verbonden was met de levendige Amsterdamse waterwegen en markthandel. De terminologie ("jl." voor jongstleden, "a.s." voor aanstaande) en de spelling ("zoodat", "bereids") zijn typerend voor de formele correspondentie uit die periode.

Gerelateerde Documenten 6