Getypte brief (doorslag/archiefkopie).
Origineel
Getypte brief (doorslag/archiefkopie). 1 mei 1940. De Directeur (namens de Gemeente Amsterdam, Burgemeester en Wethouders). Den Heer H.C. Lauritsen, Hobbemakade 61, Amsterdam-Zuid. [Handgeschreven, rechtsboven:]
ten. m. de Boer
ten. m. Müller
[Handgeschreven, midden boven:]
extra
[Getypt:]
vP/HG.
21/15/4 M.
1 Mei 1940.
den Heer H.C. Lauritsen,
Hobbemakade 61,
Amsterdam-Zuid.
Wijk 24.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 29 Maart jl. be-
richt ik U, dat U bij besluit van Burgemeester en Wethouders
teruggave van door U voor het kalenderjaar 1940 op de brand-
stoffenmarkten betaald marktgeld is verleend tot een bedrag
van ƒ 35,70. Overeenkomstig Uw verzoek zal dit bedrag op Uw
rekening bij het girokantoor der Gemeente Amsterdam worden
overgeschreven.
De Directeur, Deze brief is een officiële mededeling van de gemeente Amsterdam aan een burger, de heer H.C. Lauritsen. Het betreft een administratieve afhandeling van een verzoek tot restitutie. Lauritsen had op 29 maart 1940 verzocht om teruggave van marktgeld dat hij voor het gehele jaar 1940 vooruit had betaald voor de brandstoffenmarkten.
Het college van Burgemeester en Wethouders heeft dit verzoek ingewilligd voor een bedrag van 35,70 gulden. Het bedrag wordt teruggestort via het Amsterdamse gemeentelijke girokantoor. De handgeschreven aantekeningen bovenin ("ten. m. de Boer" en "ten. m. Müller") duiden waarschijnlijk op ambtenaren die de correspondentie hebben gezien of afgehandeld. De aantekening "extra" kan wijzen op een extra kopie of een bijzondere behandeling van het dossier. De datum van de brief is historisch saillant: 1 mei 1940. Dit is slechts negen dagen voor de Duitse inval in Nederland op 10 mei 1940. Het document toont aan dat de gemeentelijke bureaucratie in Amsterdam in de dagen direct voorafgaand aan de bezetting nog volledig 'business as usual' functioneerde, inclusief het afhandelen van relatief kleine financiële restituties aan individuele handelaren.
De "brandstoffenmarkten" waren in die tijd cruciaal voor de distributie van kolen, hout en turf voor de verwarming van huizen en het aandrijven van industrieën. Handelaren op deze markten betaalden "marktgeld" aan de gemeente voor hun standplaatsen. Dat de heer Lauritsen om teruggave vroeg voor het lopende jaar 1940, zou kunnen wijzen op een staking van zijn bedrijfsactiviteiten, mogelijk door de toenemende schaarste of de dreigende oorlogssituatie waardoor de aanvoer van brandstoffen stagneerde.