Archief 745
Inventaris 745-314
Pagina 153
Dossier 55
Jaar 1940
Stadsarchief

Ambtsbericht / Rapportagebrief.

9 mei 1940. Van: A.W. Rijvordt (vermoedelijk een controleur of marktmeester). Aan: De Inspecteur van het Marktwezen (Amsterdam).

Origineel

Ambtsbericht / Rapportagebrief. 9 mei 1940. A.W. Rijvordt (vermoedelijk een controleur of marktmeester). De Inspecteur van het Marktwezen (Amsterdam). № 21/23/1 M 1940 8/5 [rechtsboven:] 9 Mei 1940

Aan den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen.

In verband met het schrijven van J. Meerschaert, het volgende:
Bovengenoemde persoon heeft een kolenzaakje aan het Ger. Douplein 22.
Enkele malen per jaar heeft hij voor het opslaan in zijn pakhuis,
een huurschuit in gebruik, welke hij dan in de Stadhouderskade
voor de 1e v. d. Helststraat (geen brandstoffenmarkt zijnde) meert en
daarvandaan lost. Daar is m.i. geen bezwaar tegen.
Bij een vorige gelegenheid heb ik hem er op attent gemaakt, dat hij
het vaartuig geen geregelde ligplaats daar mag laten innemen
en als er voor particulieren afgeleverd moet worden, het vaartuig
dan aan de brandstoffenmarkt moest liggen.
Toen ik j.l. Vrijdag 4 Mei een vaartuig geladen met kolen voor de
1e v. d. Helststraat zag liggen en bij informatie te weten kwam dat
het vaartuig voor Meerschaert bestemd was, ben ik naar zijn adres
gegaan met de bedoeling hem er op te wijzen dat het vaartuig zoo
spoedig mogelijk gelost moet worden, maar ik trof hem niet thuis.
Ik heb het toen aan zijn vrouw gezegd. Inmiddels is mij gebleken
dat het vaartuig voor het pakhuis gelost wordt en al zoogoed als
leeg is. Zoodat de zaak m.i. hiermee is afgedaan.

A.W. Rijvordt Dit document is een ambtelijk verslag over een kleine overtreding of onduidelijkheid betreffende het gebruik van de openbare ruimte voor commerciële doeleinden.

De kern van de zaak is dat de kolenhandelaar J. Meerschaert (gevestigd aan het Gerard Douplein 22 in de Amsterdamse wijk De Pijp) zijn voorraad aanvult via een gehuurde schuit. Hij legt deze schuit aan de Stadhouderskade aan, ter hoogte van de Eerste van der Helststraat. Hoewel dit geen officiële "brandstoffenmarkt" is, staat de ambtenaar (Rijvordt) dit oogluikend toe, mits het enkel voor het bevoorraden van het pakhuis is en niet voor directe verkoop aan klanten vanaf de kade.

De brief dient als verantwoording dat de ambtenaar de situatie heeft gecontroleerd, de handelaar (via zijn echtgenote) heeft aangespoord tot spoed, en concludeert dat de schuit inmiddels bijna leeg is, waardoor verdere actie niet nodig is. De historische context van dit document is zeer bijzonder vanwege de datum: 9 mei 1940. Dit is de laatste dag van vrede in Nederland voor de Duitse inval op de vroege ochtend van 10 mei.

Het document illustreert de "business as usual" sfeer die er heerste op het niveau van de lokale bureaucratie. Terwijl de oorlogsdreiging aan de grenzen enorm was, hielden Amsterdamse ambtenaren zich nog bezig met de handhaving van ligplaatsvergunningen voor kolenschuiten en de regels van het Marktwezen.

De genoemde locaties (Gerard Douplein, Stadhouderskade, Eerste van der Helststraat) liggen allemaal in de Pijp, een dichtbevolkte volksbuurt waar kolen destijds de primaire bron voor verwarming en koken waren. De logistiek via het water was essentieel voor de bevoorrading van de stad.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijk verslag over een kleine overtreding of onduidelijkheid betreffende het gebruik van de openbare ruimte voor commerciële doeleinden.

De kern van de zaak is dat de kolenhandelaar J. Meerschaert (gevestigd aan het Gerard Douplein 22 in de Amsterdamse wijk De Pijp) zijn voorraad aanvult via een gehuurde schuit. Hij legt deze schuit aan de Stadhouderskade aan, ter hoogte van de Eerste van der Helststraat. Hoewel dit geen officiële "brandstoffenmarkt" is, staat de ambtenaar (Rijvordt) dit oogluikend toe, mits het enkel voor het bevoorraden van het pakhuis is en niet voor directe verkoop aan klanten vanaf de kade.

De brief dient als verantwoording dat de ambtenaar de situatie heeft gecontroleerd, de handelaar (via zijn echtgenote) heeft aangespoord tot spoed, en concludeert dat de schuit inmiddels bijna leeg is, waardoor verdere actie niet nodig is.

Historische Context

De historische context van dit document is zeer bijzonder vanwege de datum: 9 mei 1940. Dit is de laatste dag van vrede in Nederland voor de Duitse inval op de vroege ochtend van 10 mei.

Het document illustreert de "business as usual" sfeer die er heerste op het niveau van de lokale bureaucratie. Terwijl de oorlogsdreiging aan de grenzen enorm was, hielden Amsterdamse ambtenaren zich nog bezig met de handhaving van ligplaatsvergunningen voor kolenschuiten en de regels van het Marktwezen.

De genoemde locaties (Gerard Douplein, Stadhouderskade, Eerste van der Helststraat) liggen allemaal in de Pijp, een dichtbevolkte volksbuurt waar kolen destijds de primaire bron voor verwarming en koken waren. De logistiek via het water was essentieel voor de bevoorrading van de stad.

Gerelateerde Documenten 6