Dienstbrief / Ambtelijk schrijven.
Origineel
Dienstbrief / Ambtelijk schrijven. 22 mei 1940. Onbekend (ondertekend door "De Directeur", mogelijk van Publieke Werken of een vergelijkbare gemeentelijke afdeling). Den Heer Directeur der Gemeente Belastingen, Heerengracht 196, Amsterdam-Centrum. [Rechtsboven handgeschreven:]
ter. M. de Boer
[Midden boven:]
VP/HG.
[Linksboven:]
21/25/2 M.
n 8
[Midden handgeschreven:]
Verzonden 22/5-'40
[Rechts:]
22 Mei 1940.
[Onderwerp links:]
Plaatsing van hanepooten
op brandstoffenmarkten.
[Adres rechts:]
den Heer Directeur der
Gemeente Belastingen,
Heerengracht 196,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 7.
[Inhoud:]
Onder terugzending van de met Uw apostille's no.
1106 en 1142 Bel.Pr.1940 d.d. 8 Mei jl. om advies ontvangen
stukken heb ik de eer U te berichten, dat dezerzijds tegen
plaatsing van de bedoelde hanepooten geen bezwaar bestaat. Ik
ben van meening, dat terzake precario moet worden geheven,
omdat artikel 27 laatste lid van de Precario Verordening be-
paalt, dat deze verordening niet van toepassing is op open-
baren gemeentegrond en openbaar gemeentewater, waarop en voor
zoo ver daarop van toepassing is onder andere de Verordening
op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden. De
laatstgenoemde verordening is op de brandstoffenmarkten van
toepassing, doch alleen voor zoo ver een marktplaats op die
markten wordt ingenomen. Uiteraard is dit met hanepooten niet
het geval, weshalve ik van meening ben, dat hiervoor precario
kan worden geheven.
[Rechtsonder:]
De Directeur, Deze brief betreft een ambtelijk advies over de juridische en financiële afhandeling van het plaatsen van "hanepooten" (versperringen) op brandstoffenmarkten in Amsterdam. De kern van de zaak is de vraag welk belastingregime van toepassing is op deze objecten die op publieke grond geplaatst zijn.
De schrijver stelt dat de normale marktverordening niet geldt, omdat hanepooten geen commerciële standplaats innemen. Daarom valt het object onder de algemene 'Precario Verordening' (belasting voor het gebruik van openbare gemeentegrond). De brief getuigt van een zeer strikt bureaucratische afhandeling van een fysieke ingreep in de openbare ruimte. De datum van de brief, 22 mei 1940, is zeer markant. Dit is slechts twaalf dagen na de Duitse inval en een week na de Nederlandse capitulatie. De "hanepooten" waarover gesproken wordt, zijn hoogstwaarschijnlijk militaire hindernissen (zoals Friese ruiters of ijzeren kraaienpoten) die in het kader van de verdediging of mobilisatie waren geplaatst.
Het document illustreert hoe de gemeentelijke administratie in Amsterdam direct na de overgave weer 'business as usual' oppakte. Terwijl de stad net bezet was, hielden ambtenaren zich alweer bezig met de vraag of er precariobelasting geheven moest worden over de achtergebleven of geplaatste militaire versperringen. Het laat de continuïteit van de bureaucratie zien, zelfs onder extreme politieke en militaire omstandigheden.