Handgeschreven conceptnota of ambtelijk advies (kladversie).
Origineel
Handgeschreven conceptnota of ambtelijk advies (kladversie). Omstreeks 1940 (gebaseerd op tekstuele verwijzing). [Bovenaan toegevoegd:] Bernabe werd dus
werd gekregen. Met gind is Fl. 15.10
1510 x 0.00 is Fl. 15.10
[Eerste alinea - geheel doorgestreept:]
Het marktgeld voor jaarkramen werd
ineens of in 4 termijnen voldaan
en wel per giro of betaling aan de kas
van het Marktwesen. Op enkele uitzonderingen
na waren alle termijnbetalingen voor het
eerste halfjaar 1940 ontvangen.
[Tweede alinea - geheel doorgestreept:]
m.i. moet aan den Wethouder voorgesteld
worden een besluit van B. en W. uit te lokken
waarbij standhouders tot de reeds gedane
en nog te verrichten opstellingen wordt
gemachtigd.
[Derde alinea - geheel doorgestreept:]
Uit de aanteekeningen van Puynat blijkt
tevens dat verscheidene jaarkramen eveneens
leeg van de markt blijven of de markt
leeg gelaten hebben. De gebruikers van
deze markten zullen eveneens kwijt-
schelding vragen of restitutie verlangen.
[Vierde alinea - met veel wijzigingen:]
Ik ben van meening dat aan dezen, die volgens het
tarief per kalenderjaar betalen geen kwijtschelding
of restitutie van marktgeld dient te worden verleend. Onder
normale omstandigheden zouden dezen de markten (meestal
lichtere) wel bezet hebben. [doorgestreepte passage] van de markt
gelegen zouden hebben.
[Vijfde alinea:]
Bij restitutie of kwijtschelding omrekening
van jaar-, op week- en staand tarief
moet plaats hebben. Indien het cijfer
van aflevering van kosten duur is, zou deze omrekening
wel eens nadeelig voor deze gebruikers
kunnen uitkomen (zij moeten dan
tevens het volle havengeld betalen.)
[Onderaan:]
1 – in plaats van het halve –
m.i. verdient het de voorkeur een besluit te nemen om aan een van de jaarkramen de [gecorrigeerde tekst:] behandelde eventueele restituties kunnen dan worden [onleesbaar].
[Rechtsonder in de kantlijn:]
1 zoodra het
leveringsverbod wordt opgeheven, Dit document is een werkversie van een ambtelijk advies, waarschijnlijk afkomstig van een marktmeester of een afdelingshoofd binnen een gemeentelijke organisatie (gericht aan de Wethouder en het College van B. en W.).
De kern van het stuk draait om de vraag of marktkooplieden die voor een heel jaar hebben betaald, maar hun plek niet hebben kunnen gebruiken, recht hebben op teruggave van geld. De schrijver is hier terughoudend in. Zijn argumentatie is dat een herberekening op basis van weektarieven (die vaak hoger liggen dan het omgerekende jaartarief) in combinatie met bijkomende kosten zoals 'havengeld', uiteindelijk nadelig zou kunnen uitvallen voor de kooplieden zelf.
De tekst toont het proces van beleidsvorming onder druk: er wordt gezocht naar een juridisch en financieel houdbare oplossing voor een uitzonderlijke situatie waarbij markten leeg bleven. De historische context is die van de vroege bezettingstijd in Nederland (1940). De expliciete vermelding van het "eerste halfjaar 1940" en de term "leveringsverbod" duiden op de economische ontregeling direct na de Duitse inval in mei 1940. Door schaarste, distributiemaatregelen en handelsbeperkingen konden veel marktkooplieden hun waar niet meer aanbieden.
De term "havengeld" suggereert dat het hier gaat om een grote havenstad (zoals Rotterdam of Amsterdam), waar marktterreinen vaak onder de jurisdictie of tariefstelling van havenbedrijven vielen. De genoemde naam "Puynat" verwijst waarschijnlijk naar een specifieke ambtenaar of controleur wiens rapportages als basis dienden voor dit advies. Het document illustreert hoe de lokale overheid in de eerste oorlogsmaanden probeerde de bestaande reglementen aan te passen aan de nieuwe, chaotische realiteit.