Ambtelijke conceptbrief of notitie.
Origineel
Ambtelijke conceptbrief of notitie. [Bovenzijde, grotendeels doorgehaald:]
rekening houdende met de (die, in gevolge mijn opdracht,
ten deze [...] [...] omtrent de belasting
van deze schuiten van den [...] [...] [...]
zullen moeten worden bijgehouden.
Ik merk nog op dat vaste liggers,
die geheel uit de vaart zijn, door den
Havendienst vrijgesteld zijn van het betalen
van havengeld.
Het innen van de termijnen
van de jaarschuiten zal niet met
moeilijkheden gepaard gaan.
13 JUNI 1940
[Paraaf]
[Onderste deel, definitieve tekst:]
Ik heb de eer U beleefd te verzoeken
wel te willen bevorderen, dat ik bij Besluit
van B en W word gemachtigd, overeenkomstig
het bepaalde in art. 10 van de Verordening
op de heffing van markt-, standplaats- en
vaartgelden, kwijtschelding van
het op de brandstoffenmarkt
per kalendermaand en per kalenderweek
verschuldigde marktgeld te verlenen,
in de gevallen, waarin van de op de brandstoffenmarkt
liggende vaartuigen geen normaal gebruik kan worden
gemaakt, op grond van het verbod van
aflevering van brandstoffen.
14-6-'40
[Paraaf] Het document is een ambtelijk concept waarin een verzoek wordt geformuleerd aan het college van Burgemeester en Wethouders (B en W). De essentie van het verzoek is om machtiging te verkrijgen voor het verlenen van kwijtschelding van marktgeld op de 'brandstoffenmarkt'.
De tekst bovenaan, die is doorgehaald, lijkt een eerdere versie of een gerelateerde notitie over havengelden en 'jaarschuiten' die buiten de vaart zijn. De schrijver concludeert daar dat de inning van termijnen voor die schuiten geen problemen zal geven.
In het definitieve onderste gedeelte wordt een specifiek juridisch kader aangehaald: artikel 10 van de Verordening op de heffing van markt-, standplaats- en vaartgelden. De reden voor de gevraagde kwijtschelding is dat de vaartuigen op de brandstoffenmarkt hun normale bedrijf niet kunnen uitoefenen vanwege een verbod op de aflevering van brandstoffen. De data op het document (13 en 14 juni 1940) zijn zeer betekenisvol. Dit is exact een maand na de Nederlandse capitulatie en het begin van de Duitse bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Het "verbod van aflevering van brandstoffen" waarover gesproken wordt, is een direct gevolg van de oorlogssituatie. De bezetter legde vrijwel direct beslag op strategische voorraden zoals kolen en olie, en stelde strikte distributieregels in. Hierdoor kwam de handel op de brandstoffenmarkten nagenoeg stil te liggen.
Dit document is een treffend voorbeeld van hoe de lokale bureaucratie probeerde om te gaan met de acute economische ontregeling door de oorlog. Omdat ondernemers (schippers en handelaren) door overheidsingrijpen hun werk niet meer konden doen, werd er op ambtelijk niveau gezocht naar manieren om hen financieel te ontlasten van gemeentelijke belastingen en retributies.