Officieel extract uit het 'Boek der Besluiten' van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam.
Origineel
Officieel extract uit het 'Boek der Besluiten' van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam. 19 juli 1940. [Stempel linksboven:] Nº 21/30/4 M. 1940 20/7
[Handgeschreven rechtsboven:] Markten
No. 53/9 L.M. 1940. [Rechts:] Teruggave op gronden van billijkheid van reeds betaald marktgeld.
[Midden:] E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten van
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam,
Vrijdag, 19 Juli 1940.
Op voorstel van den Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen wordt het volgende besluit genomen:
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam,
Gezien het rapport van den Directeur van den Dienst van het Marktwezen d.d. 9 Juli 1940, No. 21/30/2 M;
Gelet op art. 36 van de Verordening op de heffing van marktstandplaats- en ventgelden;
B e s l u i t e n :
aan A. Mohr, Noorderkerkstraat 16, op gronden van billijkheid teruggave van marktgeld te verleenen tot een bedrag groot ƒ 5.55 (vijf gulden vijf en vijftig cents).
Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdeelingen Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (3 stuks) en Financiën (2 stuks).
Br.
[Rechtsonder:] Voor eensluidend extract,
de Secretaris,
(get.) VAN LIER.
[Handgeschreven in groen, linksonder:] duplicaat
Betaald [onleesbare paraaf] 20/7 Dit document is een formeel administratief besluit van de gemeente Amsterdam. Het illustreert de nauwgezette bureaucratie van die tijd, waarbij zelfs voor een relatief klein bedrag van 5,55 gulden een officieel besluit van Burgemeester en Wethouders nodig was.
De kern van het document is de toekenning van een restitutie aan de heer/mevrouw A. Mohr op basis van "billijkheid". Dit betekent dat er waarschijnlijk een bijzondere omstandigheid was waardoor de strikte regels van de marktverordening niet redelijk werden geacht. Het besluit is gebaseerd op een rapport van de Dienst van het Marktwezen, wat aantoont dat de aanvraag eerst intern is onderzocht. De handgeschreven aantekeningen onderaan bevestigen dat de betaling daadwerkelijk is verwerkt op 20 juli, de dag na het nemen van het besluit. De datum van het document (19 juli 1940) is saillant: het is slechts twee maanden na de Nederlandse capitulatie aan nazi-Duitsland. Het document toont aan dat het civiele bestuur van de stad Amsterdam in de beginperiode van de bezetting nog grotendeels op de oude voet doorging.
In archieven van het Marktwezen uit deze periode worden vaak gegevens gevonden over Joodse marktkooplieden die later door anti-Joodse maatregelen van de markten zouden worden geweerd. Hoewel uit dit specifieke document niet direct blijkt of A. Mohr van Joodse afkomst was, is de locatie (Noorderkerkstraat in de Jordaan, nabij de Noorder- en Westermarkt) kenmerkend voor de kleinschalige handel in die tijd. De achternaam Mohr kwam in Amsterdam zowel onder de Joodse als de niet-Joodse bevolking voor. Dit type document is voor historici en genealogen van belang om de economische positie en de bewegingen van individuele Amsterdammers aan het begin van de oorlogsjaren te reconstrueren.