Ambtelijke brief/memorandum (doorslag of stencilkopië).
Origineel
Ambtelijke brief/memorandum (doorslag of stencilkopië). 25 september 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten of een gerelateerde gemeentelijke dienst). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (Amsterdam). [Handgeschreven linksboven:]
Gezien P. beyde
Aanwezig
[Paraaf]
[Handgeschreven rechtsboven:]
M. Müller
[Omcirkelde 2]
VP/HG.
21/39/2 M.
25 September 1940.
Kwijtschelding marktgeld brand-
stoffenmarkten ten name van A.Mohr.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat A. Mohr,
Noorderkerkstraat 16 I, die onder andere met het vaartuig
no. 1951 groot 106 ton ligplaats heeft gekozen voor het ka-
lenderjaar 1940 aan de brandstoffenmarkten hier ter stede
mij heeft bericht, dat het bedoelde vaartuig op 23 September
jl. is verkocht en niet meer aan de markten wordt gebruikt.
Het terzake verschuldigde marktgeld ten bedrage van ƒ 106,-
wordt door Mohr in vier kwartaalstermijnen betaald. Hij ver-
zoekt thans hem het sedert 23 September jl. verschuldigde
bedrag kwijt te schelden. Inwilliging van dit verzoek lijkt
mij billijk. Indien hij het marktgeld volgens het tarief per
kalendermaand had betaald, zou hij tot 23 September jl. zijn
schuldig geweest: 9 x 106 x 10 cent = ƒ 95,40. Hij komt der-
halve voor kwijtschelding van een bedrag van ƒ 106,- -
ƒ 95,40 = ƒ 10,60 in aanmerking. Ik geef U beleefd in over-
weging wel te willen bevorderen, dat daartoe door Burgemees-
ter en Wethouders wordt besloten, sulks overeenkomstig het
bepaalde in artikel 10 van de Verordening op de heffing van
markt-, standplaats- en ventgelden.
De Directeur, * Kern van de zaak: Een handelaar, A. Mohr, woonachtig aan de Noorderkerkstraat, heeft zijn schip (nr. 1951, 106 ton) verkocht op 23 september 1940. Omdat hij voor het hele jaar 1940 ligplaatsgeld had toegezegd aan de brandstoffenmarkt, vraagt hij nu om kwijtschelding voor het resterende deel van het jaar.
* Financiële berekening: Het jaarbedrag was ƒ 106,-. De directeur berekent dat Mohr bij een maandtarief over 9 maanden ƒ 95,40 had moeten betalen. Het verschil van ƒ 10,60 is het bedrag dat voor kwijtschelding wordt voorgedragen.
* Juridische basis: Er wordt verwezen naar Artikel 10 van de "Verordening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden".
* Status: Het is een positief advies van de directeur aan de wethouder om dit verzoek in te willigen op basis van "billijkheid". * Historische periode: De brief is gedateerd 25 september 1940, slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Ondanks de oorlogssituatie gaat de reguliere gemeentelijke bureaucratie en de inning van marktgelden gewoon door.
* Locatie: Gezien de straatnaam (Noorderkerkstraat) en de ambtelijke structuur betreft dit zeer waarschijnlijk de gemeente Amsterdam.
* Brandstoffen: De brandstoffenmarkt was in 1940 van vitaal belang vanwege de naderende winter en de toenemende schaarste aan kolen en turf. De wethouder voor de Levensmiddelen had in deze periode een cruciale rol in de distributie van schaarse goederen.
* Administratieve nauwkeurigheid: Het document illustreert de naugezetheid waarmee zelfs kleine bedragen (ƒ 10,60) administratief werden afgehandeld en getoetst aan geldende verordeningen.